Groningen - Winsum

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in het noorden van Groningen

De Noorderbegraafplaats geurt naar kroos en klinkt naar trein, vanwege station Groningen-Noord. Rust en weemoed, daar varen oude zerken, gehouwen naar voorbeeld van stenen tafelen, wel bij. Nagestaard door een rode kater op een Saabdak verlaten we de stad.

Stadsranden, ze doen me wat. Ze verbinden wat niets van elkaar wil weten, wat botst en toch vervloeit. Hier ook. Na enkele straten in ronde jaren-dertigbaksteenvormen worden de huizen nieuwer en doziger. Een blikken complex met bibliotheek, basisschool en sporthal ineen intimideert de boel. Een parkje speelt landje, een verkeersweg snijdt af. Maar daar is het dan: het rommel-groen dat hoort bij de rechtgeaarde stadsrand. Kikkers knarsen in de sloten. Er is een spijlen-hek, er is een elektriciteitshokje. Achter de westerbomen zijn universiteitsgebouwen weggemoffeld (met die beroemde deeltjesversneller, weet man). Achter de oosterbomen glijdt een kolossaal vrachtschip door het gras, daar zit het Van Starkenborghkanaal weggekropen. Op het snijpunt van beide laat zich, de woorden uitgestanst in een plaat roest, een gedicht lezen van Albertina Soepboer, Friezin in Groningen. Het gedicht kolkt rond `de valkenierster van het hart'.

Ja.

Na het kanaal is het weiland winnaar onder grijze wolken die vandaag lijken op dikke vogels. De wind plaagt het riet en het lange gras met de kieteldood.

Het is goed wandelen in Groningen, kwasi-marcherend over sukkelig asfalt, langs hoge wallekanten met uitgebloeid fluitekruit, zwanenbloemen als stukgewaaide roze parapluutjes en dovenetels bij de vleet. Er valt ver te kijken en veel te zien. Koeien, ezels en een struisvogel delen gezapig een wei, verderop waakt een hoeve. In de berm profiteren de paddenstoelen van het natte weer. We zien zwammen met Mexicaanse hoeden in roze en bruin, er is een witte boleet groot als een struisvogelei.

Een poes tijgert door het gras, een ram keert zich weg van ons en toont zijn wollen ballen.

Dit is de wandeling van de brugjes die open kunnen, draaiend of geheven, opdat een zeilschip als de Caroline verder kan zonder haar mast te strijken. Dit is de wandeling van eeuwenoude oranje kerkjes op de wierden, ten hemel smachtend met hun stompe spitsen.

Na een stukje wandelcorvee op een weg waar de auto's het op mijn hielen voorzien hebben, doorkruis ik het grasland naar Winsum. Met recht van overpad voert de route over wankele hekken en door zuigende modder. Vroeger was dit een kerkenpad hoe moest dat met het zondagse goed?

15 km. Kaarten 6, 5, 4 uit: Pieterpad, traject I.

Uitg. NIVON, 1999. Vanaf station Winsum vertrekt een kwartier voor ieder heel uur een trein naar station Groningen-Noord.