Geen vuiltje aan de maïs

De oermaïs in Mexico blijkt toch niet vervuild door moderne biotechnologie. De streek Oaxaca is het moedergebied van maïs met een grote genetische variëteit. In 2001 publiceerden David Quist en Ignacio Chapela een omstreden studie in Nature waaruit zou blijken dat dit wel het geval was. Maar een nieuwe publicatie deze week in de Proceedings of the National Academy of Sciences heeft daarvoor geen enkel bewijs kunnen vinden. Het onderzoek werd gedaan door een Mexicaans team van wetenschappers onder leiding van Allison Snow van de University of Ohio.

`We hebben de eerdere studie niet echt ontkracht,' laat Snow per e-mail weten. `Immers, de situatie kán veranderd zijn sinds 2000. Onze bevindingen spreken echter wel de voorspellingen van Quist en Chapela tegen dat transgenen zich weids zullen verspreiden in de lokale maïsrassen.'

Maar hoe kan de genetische vervuiling die Quist en Chapela zagen nu opeens verdwenen zijn? Snow: `We weten het niet zeker, maar we denken dat de kruisingen met transgene maïs heel zeldzaam moeten zijn geweest. Ze kunnen intussen `uitgestorven' zijn. Onze methode was zo gevoelig dat wij één transgeen zaad op de tienduizend maïskorrels zouden ontdekken. Het kan natuurlijk zo zijn dat trangenen zeldzamer zijn dan dat.'

Volgens Snow is nu eindelijk een goede basisstudie verricht in het oorspronggebied van maïs. Dat er nu geen transgenen werden aangetroffen, wil volgens haar niet zeggen dat ze in de toekomst niet zullen opduiken. Als dat gebeurt, heeft dat vooral sociaal-economische gevolgen. Het zaaien van transgene gewassen is verboden in Mexico. De biodiversiteit van de oermaïs komt volgens Snow niet in gevaar. `Ik verwacht niet dat die paar extra genen afkomstig uit biotech-gewassen bestaande genen zullen verdringen of beschadigen.'

    • Sander Voormolen