Denken over drank

Ook deze zomer trekken voorlichters van het Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie (NIGZ) door het land om jongeren opmerkzaam te maken op de gevaren van overmatig alcoholgebruik. Volgens het instituut drinken jongens die op vakantie gaan in Nederland gemiddeld in die periode zeventien glazen per dag en meiden zeven glazen. Deze week bleek echter dat de mensen achter de publiciteitscampagnes niet geloven dat overheidsvoorlichting het gedrag van jongeren daadwerkelijk beïnvloedt. De coördinator jongeren van het NIGZ zei in deze krant hooguit te hopen dat mensen ,,aan het denken worden gezet'' door de campagne. Dat zou inderdaad al een groot succes zijn. De strijd tegen alcoholmisbruik, zeker als het om jongeren gaat, blijkt een taai onderwerp, zo leert alleen al de meest recente geschiedenis.

Al sinds het midden van de jaren tachtig rekent de staat het tot zijn taak op te treden tegen overmatig alcoholgebruik door jongeren. Dit beleid draait in de kern steeds om drie onderwerpen: voorlichting, ontmoediging van alcoholreclame en verhoging van accijns op drank. Hierin is in de afgelopen twintig jaar weinig verandering gekomen.

Opvallend is wel dat ondanks deze inspanningen Nederlandse jongeren steeds meer zijn gaan drinken. Minister Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD) noemde de ernst en omvang van de alcoholproblematiek onder jongeren eerder dit jaar zelfs ,,alarmerend''. Volgens zijn ambtenaren drinkt zeven van de tien kinderen op of voor het twaalfde jaar een eerste glas alcohol. Een derde van de vijftienjarigen is maandelijks een keer dronken.

De minister was aanvankelijk van plan wettelijk in te grijpen in de alcoholreclames. Later ging hij akkoord met `zelfregulering' door de branche. Die komt erop neer dat tv-reclame voor alcoholische dranken overdag en in de vroege avonduren wordt voorzien van een zogeheten educatieve slogan, gericht op het niet drinken onder de zestien jaar. Het is een gang van zaken die de macht van de alcoholbranche illustreert. Hoogervorsts voorganger Borst (D66) trachtte enige jaren geleden ook al tevergeefs de reclame voor alcoholhoudende dranken aan het begin van de avond te verbieden.

Borst was het ook die trachtte alcoholmisbruik onder jongeren af te remmen door de accijns op bier en wijn te verhogen ten opzichte van de accijns op frisdrank. In zijn beleidsbrief Alcohol en jongeren kondigde Hoogervorst dit voorjaar wederom een verhoging aan van de accijns op breezers en bier. De minister verwacht het meest van dit prijsbeleid. Breezers worden met zestig cent per flesje belast en de bieraccijns wordt met ruim 20 procent verhoogd. Van dit beleidsinstrument moet echter niet te veel worden verwacht: vooral de overheid raakt verslaafd aan die belastinginkomsten. En bovendien worden tegelijkertijd accijns op gedistilleerd verminderd en die op vruchtendranken afgeschaft: zou het lang duren voordat jongeren die goedkopere mix ontdekken?

Het alcoholbeleid van de achtereenvolgende ministers voor Volksgezondheid is vooral ontmoedigend voor wie de effecten daarvan over de jaren beziet. Het probleem blijft natuurlijk de dubbelzinnige boodschap die kinderen krijgen met het aan leeftijd gebonden verbod op drinken van alcohol: drank hoort kennelijk net als nicotine tot het domein van de volwassenheid. En dat is een boodschap die voor kinderen vele malen aantrekkelijker is dan welke waarschuwing ook. Toch zullen opvoeders daarmee moeten doorgaan. Net zoals de overheid de drankenbranche striktere beperkingen kan opleggen als het gaat om reclame. Verstandig omgaan met alcoholische drank zullen kinderen vooral moeten leren van ouders en andere opvoeders. De overheid kan helpen door hen te blijven voorzien van goede en doeltreffende informatie aangaande alcoholgebruik.