Afschieten vossen helpt vogels niet

Eenzijdige maatregelen als het afschieten van vossen helpen weidevogels niet aan grotere overlevingskansen. Beter is het om landschappen opener te maken en de weilanden natter. Dit is een van de conclusies van twee grote onderzoeken van SOVON Vogelonderzoek, Alterra Wageningen en Landschapsbeheer Nederland.

Gedurende vier jaar werden honderden nesten van kieviten en grutto's 24 uur per dag met camera's geobserveerd om duidelijk te krijgen wie de predatoren van de eieren waren. De camera's werden onder meer geplaatst in de Arkemheenpolder bij Nijkerk, bij een vogelreservaat in het Friese Tijnje, in het Drentse Ruinen en bij Bontebok/Langezwaag in Friesland.

Onderzoeker Frank Majoor van SOVON stelt dat behalve kraaien en vossen ook vaak hermelijnen en egels eieren van weidevogels roven. ,,Er zijn, afhankelijk van het gebied, diverse predatoren. De vos is zeker niet de enige schuldige. In reservaten waar de grond nat is, hebben vossen geen kans, omdat ze daar niet kunnen komen.'' Ontwaterde landschappen met bossages zijn aantrekkelijk voor de vos en de kraai. ,,Je zou eigenlijk terug moeten naar het extensieve boerenbeheer van twintig jaar geleden zonder diepontwatering. Op een natte bodem gedijen weidevogels het best.''

Het afschieten van vossen kan plaatselijk helpen, stelt Majoor, ,,maar het blijft een lapmiddel. Want de plekken van de geschoten vossen worden weer opgevuld door andere.'' De definitieve conclusies van de onderzoeksrapporten worden in november gepresenteerd.