Vergeet je doodsangst

In de zomer discussieert de Leesclub (www.nrc.nl/leesclub) over boeken die ten onrechte zijn verguisd, genegeerd of verkeerd begrepen. Zoals `Schat, schot, schat' van Vincent Mahieu uit 1990.

Zo'n vijftien jaar geleden verschenen drie belangrijke uitgaven van de schrijver Vincent Mahieu alias Tjalie Robinson. Het zijn Schuilen voor de regen (1989), Schat, schot, schat uit 1990 en als bekroning van zijn oeuvre in 1992 het Verzameld werk. In deze laatste publicatie is ook een aantal gedichten opgenomen.

Vincent Mahieu en Tjalie Robinson zijn twee pseudoniemen van een en dezelfde persoon, de journalist en schrijver J.J.Th. Boon (Nijmegen 1911 - Den Haag 1974). Zijn vader was een volbloed Hollander die in 1906 als militair naar Indië vertrok.

Daar ontmoette hij het Indische meisje Fela Robinson, dochter van een Brit en een Javaanse vrouw. Een halfbloed dus, net zoals Vincent Mahieu. Dat hij een van zijn schrijversnamen aan zijn moeders achternaam ontleent, is opmerkelijk. Naar eigen zeggen voelt hij verwantschap met de Indo-Europeanen, de gemengdbloedigen. Over deze groep merkte hij eens op: ,,Een halfbloed is een mens die zich van beiderlei afkomst gelijkelijk bewust is.''

In de Nederlandse literatuur speelt Tjalie Robinson helaas geen rol van beslissende betekenis, hoewel hij bij een kleine groep zeer geliefd is. Het is moeilijk de oorzaak daarvan te achterhalen. Grofweg wordt hij beschouwd als een voorvechter van de Indische zaak: hij gaf stem aan het zelfbewustzijn van de duizenden gerepatrieerde Indische Nederlanders. Hij was een van de eerste Nederlandse columnisten voor het dagblad De Nieuwsgier, dat verscheen in Batavia. Hij bundelde zijn schetsen onder de titel Piekerans van een straatslijper. Tot de sleutelwoorden van zijn literaire werk en van zijn openbare optreden binnen de Nederlands-Indische gemeenschap behoren branie, bravour, avontuur, strijdlust, vitaliteit, trots.

Maar over Vincent Mahieu/Tjalie Robinson als schrijver is veel meer te vertellen. Allereerst is hij, naast de Vlaming Jef Geeraerts, een van de allerbeste schrijvers in ons taalgebied over de sensatie van de jacht op groot wild. Hij verheerlijkt de jacht, `niet om het doden, maar als een vorm van intens en lijfelijk leven in de natuur', zoals Rob Nieuwenhuys het in 1992 verwoordt. Dat maakt hem zeer on-Hollands.

Hij is een vitalist, een exponent van de literaire stroming waarin angst voor de dood wordt overwonnen door avontuurlijk leven. Ook hierdoor is hij een aparte verschijning in de Nederlandstalige literatuur. Bij hem vinden we geen spoor van ironie of flauwiteit; alles is hem diepe ernst.

Vincent Mahieu leidde geen teruggetrokken leven, hij was geen man van de geïsoleerde schrijfkamer. Hij wierp zich op als woordvoerder van de `kleine Indo', de man die noch Indonesiër noch Europeaan was. Mahieu is een schrijver met een maatschappelijke missie. Hij bedient zich van de journalistiek om zijn overtuiging uit te dragen. De Indonesiër in Nederland moest zich niet laten wegmoffelen. Alles wat Robinson deed, deed hij met volledige overgave.

In de verhalenbundel met de curieuze, ritmische titel Schat, schot, schat culmineren de thema's van Vincent Mahieu op uitzonderlijke, schitterende wijze. In zes meeslepende verhalen, geschreven in soms bezwerend Nederlands, zet hij zijn filosofie van het élan vital, naar de Franse filosoof Henri Bergson, uiteen. Volgens Bergson en Mahieu is het leven altijd nieuw, verrassend, vrij en onvoorspelbaar. Doodsangst maakt plaats voor levensdrift; angst voor eenzaamheid drijft de mens in de armen van de ander. Kenmerkend voor zijn werk is de observatie van een ongehuwd Indisch meisje dat op een tuinmuurtje zit. Mahieu schrijft over haar dat ze een `bedroefd trekje om haar mondhoeken (heeft) en een vreemde smeuling in de ogen.' En verder: ,,Wie durft mij te komen halen? Ik ben vol beloften. Maar we hebben haast. Er is geen tijd voor avontuur. Denken we. Omdat we niet avontuurlijk zijn.''

De titel verwijst naar het lugubere slot van Schat, schot, schat, waarin liefde en wraak in een nachtelijke moordpartij samengaan. Ook in `Een bloedbad voor Ferdi' spelen dodelijke revolver- en geweerschoten een beslissende rol. Eén zinswending komen we bij herhaling tegen in Schat, schot, schat en dat is `in het aangezicht van de dood'. Voor Vincent Mahieu was dat schrijven, maar ook leven: je schreef met de dood voor ogen en zo leefde je ook, dichtbij de dood. Je leeft gevaarlijk of je leeft helemaal niet.

Doodsangst maakt de mens sterker. Mahieu vergelijkt de dood met de punt `onder het uitroepteken na een leven als exclamatie'. Het leven dat hij verlangt staat gelijk met `de Jacht op de eeuwige Jachtvelden, waar alleen wind is en geraas en nimmermeer beperking.'

Vincent Mahieu is een van de zeldzame prozaïsten in de Nederlandse literatuur die met een vitale doodsverachting over de dood schrijven. Hij is onvergelijkbaar, een eenling tegen wil en dank, en achtte zich vaak onbegrepen als trotse halfbloed in het armzalige Nederland.

Vincent Mahieu: Verzameld werk. Querido, Amsterdam 1992 (niet meer leverbaar)

    • Kester Freriks