Stop ideologisch gevecht over het klimaatprobleem

Het Koyoto-verdrag en het op instigatie van de VS gesloten Klimaatpartnerschap sluiten elkaar niet uit en zullen op den duur samenvloeien, meent Diederik Samson.

Joost van Kasteren verkiest het nieuwe partnerschap voor technologie van de VS met vijf andere landen boven het Kyoto-protocol (Opiniepagina, 10 augustus). Hoewel het verstandig is om te zoeken naar oplossingen voor de impasse waarin de internationale klimaatafspraken dreigen te geraken, biedt de resolute vervanging van het Kyoto-protocol door een vrijwillig partnerschap voor technologie geen enkel soelaas voor de aanpak van klimaatverandering. Van Kasteren moet dan ook noodgedwongen zijn toevlucht nemen tot zeer merkwaardige argumenten om zijn keuze te onderbouwen.

Allereerst, zo stelt hij, is het Kyoto-protocol aan vervanging toe omdat de wetenschappelijke basis wankelt. Hij doelt daarmee op de discussie over een grafiek die is opgenomen in een van de rapporten van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en illustreert de ,,wankele wetenschappelijke basis'' met de constatering dat een commissie van het Amerikaanse Congres de voorzitter van de IPCC hierover ter verantwoording heeft geroepen. De discussie over één grafiek in een rapport van duizenden pagina's is echter heel wat anders dan een wankele wetenschappelijke basis. Nog afgezien van het feit dat het er niet naar uitziet dat de discussie over die grafiek in het voordeel van de critici wordt beslecht. En het Amerikaanse parlement is van harte welkom om mee te doen aan de discussie, maar parlementen doen aan politiek en niet aan wetenschap.

De tweede reden om het nieuwe partnerschapsplan van Amerika te verkiezen boven het Kyoto-protocol, is volgens Van Kasteren het vooruitzicht dat dit laatste verdrag niet zo effectief zal zijn in het tegengaan van stijgende CO2-uitstoot. Veel landen houden zich namelijk slecht aan hun afspraken. Dat is waar, maar zou een verdrag waarin überhaupt géén afspraken staan, zoals het partnerschapsplan, effectiever zijn in het tegengaan van klimaatverandering? Van Kasteren geeft nog een reden voor de gebrekkige werking van het protocol: het zit vol met trucjes waardoor landen hun verplichting kunnen realiseren door andere landen te helpen met hun technologie. Niet elegant, noemt hij dat. Om even later het frisse technologische optimisme te roemen waarmee in het partnerschapplan wordt beloofd dat Amerika landen als China en India zal helpen met nieuwe technologie. Daarmee is de onderbouwing voor zijn keuze wel erg inconsistent geworden.

De derde reden voor het falen van Kyoto is volgens Van Kasteren het feit dat niet alle landen meedoen. Dat is inderdaad een groot probleem, maar het is lastig te volgen dat iemand die dit onderkent, een afspraak tussen zes landen verkiest boven een afspraak van 194 landen, die ook nog eens een ruime meerderheid van de CO2-uitstoot voor hun rekening nemen.

Van Kasteren maakt met zijn pleidooi de cruciale fout het Kyoto-verdrag en het Amerikaanse plan te beschouwen als twee elkaar uitsluitende alternatieven waaruit gekozen moet worden. Hij bevindt zich daarmee overigens in goed gezelschap, want op dezelfde pagina begaat Joshua Livestro dezelfde fout. Wie bovendien zoals Livestro het klimaatprobleem wil gebruiken om een strijd tussen de Europese en Amerikaanse opvatting over internationale rechtsorde en diplomatie te beslechten, negeert de urgentie van het klimaatprobleem. Voor dat soort langdurige ideologische gevechten ontbreekt ons in dit geval de tijd. Om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen, is het nodig dat de geïndustrialiseerde landen vóór 2050 hun emissies met 60 tot 70 procent hebben teruggebracht. Om dat te bereiken, moeten we nú echt aan het werk.

Afspraken over het klimaat zijn al veel te lang verlamd door elkaar beconcurrerende politici, technici en diplomaten. Het is tijd om daarmee op te houden. De Amerikanen hebben gelijk wanneer ze stellen dat een drastische vermindering van broeikasemissies niet kan zonder spectaculaire technologische ontwikkelingen in duurzame energiebronnen en vooral door het verbeteren van de energie-efficiency van onze samenleving. De Europeanen hebben goed gezien dat die technologische ontwikkelingen in een geglobaliseerde markt slechts afdoende worden gestimuleerd door middel van bindende internationale afspraken over het beperken van emissies. Alleen wanneer het uitstoten van CO2 via de schoorsteen voor de exploitant van de kolencentrale duurder is dan het opslaan in de grond, zal de prijzige technologie voor CO2-opslag immers een kans krijgen. Op dit moment is het laten ontsnappen van CO2 door de schoorsteen gratis en daar verandert het Amerikaanse plan niets aan. Maar wie de CO2-uitstoot duur maakt en niet werkt aan de noodzakelijke technologie om het gas op te slaan in de bodem, zal uiteindelijk ook niets uitrichten tegen klimaatverandering.

Het Amerikaanse plan en het Kyoto-protocol sluiten elkaar dus niet uit zoals Van Kasteren en Livestro menen, maar zijn complementair en op termijn zullen ze samen kunnen en moeten komen. Dat betekent: maatregelen nemen in plaats van elkaar bestrijden.

Diederik Samson is lid van de Tweede Kamer en maakt deel uit van de fractie van de PvdA.

www.nrc.nl/opinie

artikelen Van Kasteren en Livestro