Sportkoorts

De Tour de France is voorbij, er zijn geen Olympische Spelen of grote voetbaltoernooien en dus is ook het hoogseizoen voor de Nederlandse sportboeken weer voorbij. Wat zijn de uitslagen? In voorspelbaarheid deed het sportboekenseizoen nauwelijks onder voor het verloop van de Tour de France zelf. In de Top 100 die de CPNB aan het eind van het jaar opmaakt staat jaar in, jaar uit, één sportboek. Dat is geschreven door Mart Smeets.

Ook de afgelopen weken stonden de usual suspects van de Nederlandse sportschrijverij weer in de `Bestseller 60' van de Stichting CPNB. Smeets dus, met De Tour van 80, het zomernummer van voetbaltijdschrift Hard gras en een bundel verhalen uit datzelfde blad van Hugo Borst. De slim gekozen titel van dat boek, Vaders en zonen, maakte er een bescheiden vaderdagseller van. Wat eerder in het jaar haalde Richards Krajiceks Harde ballen de top zestig.

De rest wist zich in commercieel opzicht niet te onderscheiden: de biografieën van Joop Zoetemelk en Gerrie Knetemann niet, de reconstructie van Ajax' Europacupzege uit 1995 niet en ook de mooie literaire bundels van Peter Winnen en Wilfred de Jong niet. Sportboeken verkopen niet slecht, maar ook niet uitgesproken goed.

Maar de uitgevers drukken rustig voort. Ze lijken bevangen te zijn door een acute sportboekenkoorts: de biografieën van voetballers en wielrenners, de reconstructies van grote evenementen en de herinneringen van hoofdpersonen lijken niet aan te slepen, vooral bij Thomas Rap, Houtekiet, Veen, Nieuw Amsterdam en (in mindere mate) Atlas. En er komt een nieuw team in de competitie: De Arbeiderspers kondigde in juni aan een speciale imprint voor `het betere sportboek' te beginnen: Het sporthuis. Uitgever wordt Peter Nijsen. Hij is nu hoofdredacteur van De Arbeiderspers, maar zal die baan er waarschijnlijk zelfs voor opgeven. Op de rol staan onder meer een vertaalde biografie van Pele, een boek over `de Italiaanse jaren' van Marco van Basten en – iets minder voorspelbaar – een vertaling van How Football explains the world door Franklin Foer.

De lezer zal er niet echt wakker van liggen, denkt ook uitgever Emile Brugman (Atlas), die het in de Volkskrant had over een `volledig verpeste markt'. Brugman weet hoe weerbarstig die markt is: twee jaar geleden publiceerde hij het prachtige Wij waren goden. De Tour van 1948 van Benjo Maso, maar hij verkocht maar 2.500 exemplaren. Vaak hebben onvoorziene omstandigheden nare gevolgen voor de verkoop van op zichzelf uitstekende sportboeken: de mooie biografie van Ajacied Cristian Chivu werd niet verkocht door diens transfer naar AS Roma, en de commerciële kansen van de aanstekelijke wielercolumns van Pedro Horillo schrompelden ineen door diens afzegging voor de Tour de France.

Peter Nijssen laat zich daar voorlopig niet door afschrikken, Het Sporthuis is voor hem `puur het gevolg van een individuele passie'. Die passie zal de komende jaren ongetwijfeld nog een paar mooie sporttitels opleveren. In de gewone boekhandel, of anders wel bij De Slegte.

    • Arjen Fortuin