Spakenburg

Een studente geneeskunde doet onder pseudoniem verslag van haar stage in het ziekenhuis. Vandaag over een intrigerende co-assistente.

Mijn tweede dag op de maag-darm-lever-afdeling. Samen met Hubertien wandel ik naar de interne bespreking van de afdeling chirurgie. Spakenburgse Hubertien als mede-co is stiekem een geruststellend idee. Al spelen wij co's overtuigend dat we maatjes zijn, onuitgesproken maar meedogenloos strijden we altijd om de gunst van de specialist. Ik kijk naast me en glimlach heimelijk: Hubertien is nog geen één meter zestig, haar blonde haar in een klein staartje, het ziekenfondsbrilletje nét iets te ver naar voren op de neus. Ze is pas twee jaar ouder dan ik, maar heeft al twee kinderen gebaard. Net als ik haar naar een derde wil vragen, staat Peter, de zaalarts, op om de eerste patiënt te presenteren.

Mijnheer Goedhart, verstokt alcoholist, 56 jaar oud en niet minder dan 114 kilo zwaar, is opgenomen in verband met leverfalen. Bij coloscopie (kijkonderzoek van de darm) werd een tumor gezien die zijn darm dreigt te verstoppen. De vraag is of de chirurg hem wil opereren om een zogenoemd `ontlastend' stoma aan te leggen. Daarnaast komt hij in aanmerking voor chemotherapie. In de zaal wordt druk gediscussieerd over het soort stoma, de plaats, en de juiste volgorde: eerst chemo of eerst opereren?

Ik zak iets verder achterover in mijn stoel. De discussie gaat langs me heen, maar Hubertien intrigeert me mateloos. Ik staar naar haar brilletje en weersta de verleiding hem verder op haar neus te duwen. Hoe kom je in godsnaam op het misdadige idee je kind `Hubertien' te noemen? Naar opa `Huib'? Zou je je ouders daarvoor aan kunnen klagen?

Ik staar naar haar witte doktersbroek. Hij steekt fel af tegen de Bata-sandaaltjes eronder. Ze heeft vast tevergeefs om een doktersrok gevraagd. Ik stel me voor hoe de Spakenburgse kerkenraad avondenlang heeft vergaderd over de acceptatie van die broek: Kerkenraadslid De Graaf staat briesend op. ,,Eén uitzondering is het begin van het einde!'' Maar de milde dominee Koelewijn sust hem: ,,Dit is noodzaak, Gijsbrecht. We weten allemaal dat dokter Heinen geen jaren meer mee kan. En wie volgt hem anders op?'' Bij dit beeld moet ik onwillekeurig glimlachen, als plotseling Hubertien opstaat.

De zaal valt stil en staart haar aan. De grijze ogen van Hubertien staan opvallend helder als ze, met onvervalst Spakenburgs accent, zegt: ,,Mij verbaast het dat de discussie gaat over de locatie van een stoma. We kennen allemaal de voorgeschiedenis van deze man: zelfverwaarlozing, alcoholisme. Het lijkt me daarom legitiem ons allereerst af te vragen of iemand die duidelijk niet eens voor zichzelf kan zorgen, de gecompliceerde zorg van een stoma wel aankan.''

Het is een moment stil als Hubertien weer gaat zitten. Dan begint dr. Richter te lachen. ,,Dat is zéker een legitieme vraag, Hubertien. Dank je voor deze zinnige inbreng.'' En daarmee start een discussie over de alternatieven voor een stoma.

Ik staar verslagen voor me uit. Niet alleen had ik die opmerking nooit in deze zaal durven maken. Confronterender is het besef dat dit inzicht volledig aan mij voorbijging. Nog geen jaar na mijn entree in het ziekenhuis zijn de oogkleppen al vastgeroest. De beroepsdeformatie is voltooid.

Ik kijk naast me, speur haar gezicht af naar een glimp van overwinning, een zelfvoldane glimlach. Maar niets daarvan: ze zit er exact bij als tevoren. Aandachtig, alert, bewogen. Alsof ze niet zo-even een discussie gekeerd heeft. Ik glimlach onwillekeurig. Spakenburg-Amsterdam: één-nul.

De genoemde namen zijn gefingeerd.

    • Anne Hermans