Plannen voor Kosovo stuiten op `nee' Serviërs

Tot twee keer toe hebben de Kosovo-Serviërs een plan voor de decentralisatie van Kosovo afgewezen. En dat terwijl de tijd dringt: in de herfst moet het overleg over Kosovo's toekomst beginnen.

Het proces van democratisering in Kosovo is opnieuw op een hindernis gestuit: de Kosovo-Serviërs (en Servië) hebben opnieuw nee gezegd tegen een van de belangrijkste projecten in het proces, dat van de decentralisatie van het openbaar bestuur.

Het decentralisatieproject moet een eind maken aan het isolement van de Serviërs in Kosovo. Sinds de NAVO-oorlog om Kosovo in 1999 en de vlucht van 100.000 tot 180.000 Kosovo-Serviërs leven de achtergebleven Serviërs in enclaves die sterk het karakter van getto's hebben. Ze kunnen zich doorgaans niet zonder gevaar buiten die getto's begeven.

Met de decentralisatie wil het VN-bestuur UNMIK, en op haar aandringen ook de door Kosovo-Albanezen gedomineerde regering in Priština alle bevolkingsgroepen meer ruimte en meer zelfbestuur geven. Daarvoor zette de regering een decentralisatieplan op, dat voorziet in vijf pilot projects: de vorming van vijf gemeenten met uitgebreid zelfbestuur.

Dat plan werd door de Kosovo-Serviërs afgewezen; zij eisten decentralisatie voor álle gemeenten in Kosovo; bovendien klaagden ze dat de plannen niet voorzagen in een onderlinge verbinding van de Servische enclaves. En zolang die van elkaar afgesneden zouden blijven, zouden de Serviërs geen bewegingsvrijheid hebben, zo betoogden ze. De enclaves zouden te klein, te geïsoleerd en economisch niet levensvatbaar blijven.

Na de afwijzing stond de regering in Priština een paar dagen met de mond vol tanden. Nu eens werd gezegd dat er helaas geen plan B bestond, een dag later was er opeens wel een plan B waaraan nog even moest worden geschaafd. Dinsdag werd dat plan B toch gepresenteerd – mét een ultimatum aan de Serviërs: ze hadden tot woensdag de tijd om zich erover uit te spreken.

Het werd opnieuw nee. Plan B voorzag in grotere gemeenten, hetgeen een verbinding mogelijk maakte tussen méér Servische enclaves dan in het eerste plan. De Serviërs vonden het een verbetering, maar genoeg was het niet. Nieuwe gemeenten, vond Oliver Ivanović, een van de leiders van de Kosovo-Serviërs, moeten uit compacte gebieden bestaan, en moeten meer bevoegdheden krijgen. Bovendien moet de decentralisatie heel Kosovo betreffen, en haar beslag krijgen in november 2006. ,,Er is geen allesomvattend plan, met precieze aantallen Servische dorpen die tot gemeenten worden samengevoegd'', vond een van zijn collega's.

Servië was het daar helemaal mee eens, zo liet Kosovo-gezant Nebojša Čović weten. Hij klaagde dat Belgrado niet bij het decentralisatieproject betrokken was en vond het project ,,niet in het belang van de Servische of enige andere niet-Albanese bevolkingsgroep''. In sommige opzichten, aldus Čović gisteren, anders dan Ivanović, was plan B slechter dan plan A, want waarom bestaat in plan A de bevolking binnen de grenzen van de gemeente (of: het Servische getto) Gračanica voor 95 procent uit Serviërs en voor 5 procent uit niet-Serviërs, maar volgens de grenzen in plan B voor 48 procent uit Serviërs en voor 50 procent uit Albanezen?

Het decentralisatieplan is belangrijk voor de toekomst van Kosovo. Komende herfst moet worden begonnen met het langverwachte overleg over de toekomstige status van Kosovo – de onafhankelijkheid die de Albanezen eisen, de autonomie die de Serviërs bereid zijn te geven en de alternatieven die daar eventueel nog tussenin liggen. Dat overleg begint evenwel pas als Kosovo voldoet aan een reeks eisen op het gebied van democratisering, mensenrechten, etnische rechten, terugkeer van vluchtelingen, privatisering en de invoering van de rechtsstaat. De decentralisatie is een van de hervormingen die nog moeten worden doorgevoerd voordat het overleg kan beginnen.

Er is dus, vooral voor de Albanezen die het `statusoverleg' liever vandaag dan morgen willen laten beginnen, een stok achter de deur, en na de afwijzing van het plan door de Serviërs moeten de regering en UNMIK ijlings aan de slag voor een nieuw alternatief, plan C misschien, of Plan B Plus.

Niet alles ziet er overigens even somber uit. Op dezelfde woensdag waarop de Kosovo-Serviërs plan B afwezen, kondigden ze aan hun boycot van het Kosovaarse parlement te beëindigen. Hun partijencoalitie, de Servische Lijst (SLKM), keert terug in het parlement van Kosovo en zelfs in het presidium van het parlement.

Daarnaast kondigde de Kosovaarse regering voor september een donorconferentie aan voor de financiering van een ander heikel punt op de agenda: de terugkeer van vluchtelingen die in en na 1999 de regio verlieten – voornamelijk Serviërs, maar ook Roma. De regering hoopt 22 miljoen euro op te halen en nog op tijd – dus voor het overleg over de toekomstige status van Kosovo – iets te kunnen doen aan het tegenvallende aantal teruggekeerde vluchtelingen. Ook de terugkeer van vluchtelingen staat immers in het rijtje van voorwaarden waaraan Kosovo moet voldoen wil de internationale gemeenschap zich met zijn toekomst bezighouden.