Oud en lichtelijk onbetrouwbaar

De Fransman Pascal Arbaz, die optreedt onder de naam Vitalic, mengt rock en techno. Op zijn oude synthesizers speurt hij naar `die ene klank'.

Het publiek bij dance-acts is minder gedisciplineerd dan bij een band. Het dance-publiek kijkt om te beginnen niet naar het podium. Daar is meestal ook niet meer te zien dan een man alleen, achter een toren elektronische apparaten, op een donker toneel. Geen wonder dat de fans in de zaal liever naar elkaar kijken.

Vorige maand speelde in de grote zaal van de Melkweg in Amsterdam de Fransman Pascal Arbaz, ook bekend als Vitalic. Hij praatte niet tegen de zaal en werd door geen spot verlicht. Arbaz laat zijn publiek schitteren. Dat danst, springt en communiceert via gebaren en de teksten op hun T-shirt (`Fuck', `Raw', `I'm For Rent'). Maar Arbaz mag dan bescheiden zijn, uit zijn elektronica komt het soort energie-uitbarstingen dat bijna angstaanjagend is. Op het hoogtepunt van zijn optreden, tijdens het ontregelende La Rock 01, springt iedereen door elkaar, billen bumpen alle kanten op, het bier spettert uit de glazen.

Van Vitalic verscheen eerder dit jaar de debuut-cd Ok Cowboy. Het bijzondere is dat zijn dance ook aantrekkelijk is voor de rockliefhebber. Want al klinken zijn synthesizers als synthesizers, ze hebben een zeldzaam ruige stijl. Niet dat Vitalic de eerste is. In het verleden waren er ook al Underworld, Leftfield en Daft Punk die zowel het dance- als het rockpubliek konden verleiden.

Bij Vitalic zit het hem bovendien in de opbouw van de nummers, die soms meer neigt naar Nirvana dan naar de gemiddelde technotrack. Toch is Arbaz bekend geworden in de technoscene. Zijn Poney EP, uit 2001, is al jaren een hit onder techno-dj's. Na EP duurde het vier jaar voordat Arbaz met zijn volledige debuut-cd uitkwam. Ok Cowboy is rijk aan kleur: van de primitieve elektronicasound van Soft Cell tot de in Franse muziek nooit uit te sluiten invloed van Jean-Michel Jarre, schor kuchende didgeridoos en iets dat klinkt als een op hol geslagen basgitaar. De koel vervormde stemmen lijken soms van een man en soms van een vrouw. Maar allemaal zijn ze van Arbaz, vertelt hij tijdens een gesprek in een Amsterdams hotel.

,,Op deze cd heb ik alles in mijn eentje gedaan. Maar ik had voor een aantal liedjes wel een band in gedachten. Ik heb de synthesizers tot bandleden gemaakt: een drummer, een gitarist, zanger. En voor andere nummers werden ze samen een fanfare, of een folk-orkestje.''

Dat je met Vitalic meer kanten op kunt, blijkt ook uit de festivals waarvoor hij deze zomer werd uitgenodigd. Zo treedt hij op tijdens Lowlands in de Flevopolder, waar vooral gitaarbands te zien zijn, en een week later op het dance-festijn Mystery VERVOLG OP PAGINA 4

LOWLANDS 2005

VERVOLG VAN PAGINA 3

Land, waar geen gitaar te vinden is.

Sinds het verschijnen van Ok Cowboy weet zijn achterban niet goed raad met Arbaz. ,,Technonummers houden zich meestal streng aan de regels'', zegt hij. ,,Ik laat me er niet veel aan gelegen liggen, maar er zijn cruciale verschillen tussen de technostijl en de rockstijl. Een technotrack is om te beginnen veel langer, tussen de vijf en zeven minuten. En hij moet een bepaald aantal BPM, beats per minute, hebben, variërend van 120 tot 150. Anders kan de dj hem niet tussen zijn andere platen mixen.

,,Bovendien is de opbouw anders dan bij popliedjes. Niet couplet-refrein-couplet. Een technotrack bouwt geleidelijk op. Iedere achtste of zestiende maat komt er iets bij, een geluidje, een effect, wat dan ook. En als het helemaal is opgetuigd, laat je het stilvallen. Dat is de break waar iedereen op de dansvloer op staat te wachten. Dat is de ontlading. En dan bouw je weer op, tot de volgende ontlading. Het is langzamerhand een beetje een cliché, dus ik probeer eens wat anders. Twee liedjes ineen: dan laat ik een nummer halverwege overgaan in een andere soort nummer, en dan na een tijdje weer terug. The Prodigy doet dat ook.''

Wilde dj's

Een van de uitschieters op Ok Cowboy is het nummer My friend Dario. In het daverende refrein klinken synthetische basgitaren zo uitgelaten alsof ze net zijn ontsnapt, en in het couplet zingt Arbaz met de stem van een verleidelijke stewardess – met dank aan de elektronische vervormer.

,,My Friend Dario past niet in een reguliere technoset. De opbouw is te `pop'. Alleen de wildere dj's, zoals DJ Hell of James Murphy [dj en voorman van LCD Soundsystem – HC] zullen het draaien.''

Tot zo'n vijf jaar geleden studeerde de lange, tanige Arbaz economie en Russisch. In het weekend hield hij zich bezig met zijn synthesizers. Na zijn afstuderen besloot Arbaz zich volledig met muziek te gaan bezighouden. Hij speelde vroeger trombone in een jazzband en een folkgroep. Toen in 2001 de Poney EP aansloeg was hij plotseling `technomuzikant'. Maar Pascal Arbaz vindt zichzelf geen fulltime lid van de internationale dancegemeenschap. Hij woont in Dijon (,,Daar is ook een nachtleven. Niet zo opwindend als New York of Barcelona, maar het is er wel.'') en treedt hier en daar op. ,,Ik speel over de hele wereld. Maar thuis in Dijon bemoei ik me nergens mee. Ik lees geen muziekbladen, ik ga niet iedere dag uit, en mijn vrienden zitten niet in het vak. Ik ben niet geobsedeerd door muziek. Ik ben uitsluitend geobsedeerd door mijn eigen muziek.''

Zijn obsessie is het ,,juiste geluid''. ,,Ik zoek door tot ik net die ene klank heb. Dat kan eindeloos duren. Soms ook veel te lang. Dan denk ik achteraf: dat nummer van twee minuten was het toch niet waard, dat ik er drie weken aan zat te prutsen.''

Hoe herkent hij het juiste geluid als hij het heeft gevonden? ,,Het zijn contouren die je in je hoofd hebt. Het is te vergelijken met geuren: je kunt een geur in je hoofd hebben, die verder geen naam heeft. Maar als je hem weer eens tegenkomt, herken je hem feilloos. Zo gaat het ook met mij en mijn speurtocht naar geluiden. Ik heb dat ene in mijn hoofd, ik maak er een `foto' van, en ga door net zo lang tot ik hem heb gevonden. Soms ontstaat het liedje op dezelfde manier. De melodie van Polkamatic, het openingsnummer van mijn cd, kwam een keer in mijn hoofd vlak voor ik in slaap viel. Toen ik de volgende ochtend wakker werd, was het er nog. Ik hoefde alleen maar naar de studio te gaan en het op te nemen. Heel makkelijk. Maar zo gaat het niet altijd.''

Als Vitalic in de studio aan het werk is, gaat het langzaam. ,,Ik maak me niet druk om productiviteit. Na het succes van de Pony EP heb ik twee jaar geen muziek gemaakt. Ik had gewoon geen zin. Ook als ik de geest heb, doe ik rustig aan. Ik rook een sigaretje, luister nog eens naar wat ik gedaan heb en zoek verder.''

Dankzij zijn succes als technomuzikant kon hij een studio bouwen bij zijn huis. Maar Arbaz is geen verzamelaar van elektronica. Hij creëert liever zijn eigen geluidsbibliotheek. ,,Als je een synthesizer koopt heeft hij al een collectie aan geluiden, de `presets'. Die gebruik ik niet. Een synthesizer heeft in feite één elektronisch signaal, een toon, dat je eindeloos kunt aanpassen. Ik schraap alles weg tot die ene basisklank, en daarmee ga ik aan de slag. Ik draai aan de knoppen en verstel de schuiven tot ik mijn eigen verzameling geluiden heb. Daarbij gebruik ik geen computer, de computer heb ik alleen om uiteindelijk mee op te nemen en te mixen.''

Minimoog

Arbaz gebruikt hoofdzakelijk oude synthesizers: de Minimoog uit Amerika, de Britse Novation, de Italiaanse Synthetone, de Franse RSF (een soort Moog). ,,Ik hou niet van Japanse synthesizers. Want die heeft iedereen. Ik hoor het meteen: ah, weer die TB303, of die TR909. Niet slecht, maar zo afgezaagd. Ik hoor zelfs of het een originele of een namaak is. Dat is heel makkelijk, overigens.

,,Ik heb weinig spullen. Als je veel hebt, ben je te lang bezig om te beslissen welk apparaat je wil gebruiken. Ik werk liever met een paar apparaten, waarmee je diep kunt gaan. Mijn synthesizers zijn oud en lichtelijk onbetrouwbaar. Ze kosten veel tijd en energie want ze moeten vaak worden bijgesteld of gerepareerd. Maar hun klankkleur vind je nergens anders.''

Zou de luisteraar het verschil tussen oude en nieuwe spullen merken? ,,Er zijn mensen die zeggen dat het verschil tussen geluiden uit oude of nieuwe synthesizers niet te horen is. Dat het gaat om de track als geheel, en dat de ingrediënten er niet veel toe doen. Ik ga er van uit dat ieder apparaat dat je gebruikt van invloed is op de textuur van de klank. En dus op het nummer als geheel.''

`Ok Cowboy' is verschenen bij PIAS (DIFB 1045 CD). Vitalic speelt 21 augustus op Lowlands in Biddinghuizen, Flevopolder en 27 augustus op Mystery Land, Haarlemmermeer.