Niet naar haar kijken!

Mauricio Kagel is `composer in residence' bij het Nationaal Jeugd Orkest. Hij schrijft zelfs de `body language' van de jonge muzikanten voor.

Terwijl een moedig zomerzonnetje door het wolkendek boven Apeldoorn probeerde te breken en het nietsvermoedende marktpubliek langs de kraampjes struinde, klommen vorige week donderdag om een hoekje honderdelf jeugdige musici op hun fietsen. Iets na vieren sjeesden ze in optocht het Marktplein op, zoevend en joelend. Even snel als ze opkwamen, reden ze ook verder, het publiek in verbazing achterlatend.

Eine Brise: flüchtige Aktion für 111 Radfahrer heette het optreden, dat was bedacht door Mauricio Kagel (1931). De Duits-Argentijnse componist is deze maand composer-in-residence bij het Nationaal Jeugd Orkest (NJO). De uitvoering van Eine Brise markeerde het begin van de vijfde jaargang van de NJO Summer Academy, waar een internationaal samengesteld gezelschap van jonge topmusici een zomer lang met gerenommeerde dirigenten mag werken.

Hoewel Eine Brise zo vluchtig is als de titel suggereert, toont het toch een deel van Kagels wezen als componist, en de reden waarom hij de gedroomde composer-in-residence is voor het NJO. Zijn onconventionele composities hebben vaak een direct begrijpbare humor en een zeer fysieke, theatrale inslag.

Hij stelt altijd op verrassende wijze vastgeroeste of twijfelachtige opvattingen aan de kaak: in Sur scène (1958) bijvoorbeeld de esthetiek van de toenmalige avant-garde, en in de recentere Stücke der Windrose (1988-'94) de relativiteit van ideeën als `oost' en `west'. Zijn beroemde muziektheaterwerk Aus Deutschland (1977-'80) is een bij vlagen hilarische opera waarin de Duitse liedcultuur gerecycled wordt. Zijn humor neemt niet weg dat Kagel een consciëntieuze componist is, die weigert muzikale concessies te doen.

Na een kamermuziek-masterclass heeft Kagel tijd voor een interview. Als voormalig Argentijn houdt hij wel vast aan zijn siësta, en wil hij zijn lunch niet aan `zaken' opofferen: ,,Daarom woon ik niet in Amerika. Daar willen mensen altijd lunch en business combineren; een heel slecht idee.''

Achter zijn grote brillenglazen glinsteren kraalachtige pretoogjes. Het werken met de jonge talenten heeft hem zichtbaar enthousiast gemaakt. Het Rodin Pianotrio waarmee hij die ochtend studeerde, vond hij ,,ausgezeichnet'' – zoals hij blijft herhalen. Ze speelden zijn Tweede pianotrio, een werk dat Kagels Argentijnse wortels (hij woont sinds 1957 in Keulen) verraadt, met de puntige syncopes en lyrische uithalen van de tango.

,,Het niveau van jonge musici is tegenwoordig zoveel hoger dan twintig jaar geleden. Er wordt veel bezuinigd op cultuur en ik zie de crises die dat teweegbrengt. Maar het zorgt ook voor natuurlijke selectie. Alleen de besten overleven – op zichzelf weer een positieve ontwikkeling. Het is de onvermijdelijke dialectiek van de maatschappij.''

Verrassen

Niet alleen het technische niveau van de jeugd spreekt Kagel aan. Het is vooral ook het feit dat jonge musici nog niet ,,beschadigd'' zijn door het muziekleven: ,,Jongeren denken nog niet als ambtenaren. Ze zijn nieuwsgierig en laten zich graag verrassen door de schoonheid van nieuwe muziek. Professionele musici roepen soms midden in een fantastische repetitie ineens dat ze recht op pauze hebben. Of ze zien de muziek op de repetitie pas voor het eerst. Dat kan niet – je moet je minstens een keer in de partituur verdiept hebben om er samen aan verder te kunnen werken. Jonge musici hebben daar nog de tijd voor.''

Dat dat niet altijd het geval is, wordt tijdens de avondrepetitie pijnlijk duidelijk. Op de lessenaars staat ..., den 24. XII 1931, een werk waarin Kagel nieuwsberichten van zijn geboortedag verwerkte tot compositie annex hoorspel. Eén van de pianisten heeft zijn partij duidelijk onderschat en wordt keer op keer terechtgewezen door Kagel, die weinig mededogen toont.

Voelbaar is de groeiende spanning en plaatsvervangende schaamte bij de andere ensembleleden. Kagel raakt steeds radelozer – net als de pianist in kwestie – en maant, ten overstaan van het complete ensemble, Arthur van Dijk, de directeur van het NJO, om alvast over een oplossing te gaan nadenken, want het eerste concert is al over drie dagen, en ,,zo gaat het niet lukken''.

In de pauze vraag ik Kagel of hij bij zijn eerder geventileerde optimisme blijft. ,,Uiteraard'', zegt hij, ,,dit is iets heel anders. Het gebeurt wel vaker: een pianist ziet de partituur en denkt: ach, dat kan ik wel. En dan blijk ik toch veeleisender te zijn dan hij dacht.'' Kagel toont zich tijdens de repetitie inderdaad een perfectionist, voor wie elk detail betekenisvol is: hij neemt lang de tijd om te soebatten over de lengte van de gebruikte rainsticks, of om op verschillende dozen te laten kloppen tot het timbre van een gevangenismuur gevonden is. Voor elke foute noot of inzet slaat hij af – Kagel hoort alles, en weet precies wat hij wil. Een wijze les voor de deelnemende musici.

Het is volgens Kagel een van de redenen waarom contact met levende componisten van vitaal belang is voor elke musicus: ,,Ik vroeg me als student altijd af waarom ik alleen maar muziek van dode componisten speelde. Er waren toen helemaal geen jeugdorkesten die levende componisten uitnodigden. Nu gelukkig wel. De mensen met wie ik hier werk, zullen dat nooit meer vergeten. Ze leren ervan en ze waarderen het. Dat geeft mij vertrouwen voor de toekomst – het zal doorgaan.''

Nirvana

Kagel besteedt altijd veel aandacht aan het visuele aspect van een uitvoering, ook als het om volledig instrumentale muziek gaat. Illustratief is een moment 's ochtends, tijdens de repetitie van het Tweede pianotrio. ,,Nicht gucken!'' roept Kagel in de verstilde slotmaten van het stuk naar de pianiste, die om een moeilijke inzet gelijk te krijgen haar hoofd richting de violiste wendt. ,,Niet naar haar kijken! Anders weet het publiek dat er nog iets komt. Ze moeten juist denken dat het afgelopen is.''

Terwijl elke componist blij zou zijn met musici die zo communiceren om de muziek perfect te krijgen, vraagt Kagel een buitenmuzikale, haast tegenmuzikale daad om het effect van de muziek te versterken. Het laat ook zien hoezeer hij zich bewust blijft van de lichamelijke kant van een uitvoering.

De westerse uitvoeringspraktijk is erop gericht dat lichamelijke juist zoveel mogelijk te verdoezelen: musici moeten iedere fysieke beperking overwinnen, en zo verdwijnen in of achter de muziek dat het lijkt alsof die rechtstreeks uit de hemel komt.

,,In mijn muziek bestaat er geen Nirvana'', zegt Kagel later. ,,Dat de muziek in bepaalde mythische regionen zou bestaan, mogen andere collega's beweren. Ik streef juist naar een duidelijke betrokkenheid tussen de muzikant en zijn instrument.''

Kagels Zwei-Mann-Orchester is hiervan het beste voorbeeld. Deze installatie van 250 muziekinstrumenten kan via kabels en mechanieken door slechts twee musici bespeeld worden. Zondag zal er op de Kagel-dag in het gebouw van Radio Kootwijk een film over vertoond worden.

,,Een muziekinstrument is in essentie een oprekking van de lichamelijke beperkingen van de mens. De betrekking mens-instrument heeft mij altijd gefascineerd.''

Het is dezelfde lichamelijkheid die een rol speelt bij de fietsende musici van Eine Brise. Maar ook in de instrumentale Stücke der Windrose, waarvan dit weekeinde Norden wordt uitgevoerd, schrijft Kagel in sommige passages de lichaamsbewegingen van de musici exact voor.

Het maakt dat je je als luisteraar bij Kagels muziek altijd bijzonder verbonden voelt met de musici; je voelt ze voor je zweten en zwoegen. ,,Ja'', zegt Kagel, ,,mijn muziek klinkt naar vlees en bloed, en niet naar theorie, hoewel die er zeker ook is.''

Voor veel NJO-musici is de muziek van Kagel, die toch al een tijdje meegaat, nog volledig nieuw. Ze zijn zonder uitzondering lyrisch, wat tijdens de opening van de Summer Academy zelfs uitliep op een publiekelijke loftuiting van een Amerikaanse contrabassist. Kagel blijft er bescheiden onder: ,,Ik ben blij om te zien dat stukken van twintig, dertig jaar oud nog altijd fris zijn. Volgens mij komt dat doordat ik nooit volgens de mode gecomponeerd heb. Daarom hoef ik me niet te schamen als een oud stuk nu weer wordt opgevoerd.''

Nationaal Jeugd Orkest. Tournee t/m 21/8. Concerten met Mauricio Kagel: 12/8 Arnhem, 13/8 Nijmegen, 14/8 Kootwijk. Info: www.njo.nl.

    • Jochem Valkenburg