KPMG in zwaar weer

Van belastingadviseurs mag je verwachten dat ze de wegen kennen om zo weinig mogelijk belasting te betalen. Het Amerikaanse advieskantoor KPMG deed dat met volle inzet. Zelfs zo veel inzet dat het zich in New York voor justitie moet verantwoorden. Dat kan het einde van het Amerikaanse kantoor betekenen met een nare doorwerking naar de Nederlandse belastingadviestak: KPMG Meijburg.

Wat heeft KPMG misdaan? Van 1997 tot 2001 hebben zijn belastingadviseurs fiscale constructies uitgedacht en aan de man gebracht die volgens de Amerikaanse belastingdienst (IRS) frauduleus zijn. Voor vermogende klanten construeerden de adviseurs via belastingparadijzen een samenstel van leningen die zogenaamd verliesgevend waren om zo de belastingdruk van in Amerika behaalde vermogenswinsten te compenseren.

Door de constructie liep de IRS 1,4 miljard dollar (1,04 miljard euro) aan belastinginkomsten mis. KPMG verdiende er 124 miljoen dollar (99,3 miljoen euro) aan. Ze werden aan de man gebracht onder beeldende namen als Bond Linked Premium Structure, Foreign Leveraged Investment Programme en Offshore Portfolio Investment Strategy. Duurzaam genoegen hebben ze de vermogende klanten van KPMG niet geschonken. Na de ontmaskering van de opzet achtervolgde de IRS de vermogensbezitters met belastingaanslagen. KPMG verdedigde zich lange tijd met het argument dat de constructies listig maar legaal waren. Dat verweer plaatste de firma zelf in een verdacht licht. Zozeer zelfs dat de Amerikaanse tak van KPMG met ruim 18.000 werknemers en een jaaromzet van ruim 4 miljard dollar (3,20 miljard euro) tegen een stafvervolging dreigt aan te lopen. Zo'n strafzaak zou, naar algemeen wordt aangenomen, het einde van KPMG inluiden. Het afschrikwekkende voorbeeld daarvoor vormt de accountants- en adviesfirma Artur Andersen. Die werd in 2002 geconfronteerd met strafklachten voor de steun aan zijn cliënt Enron, onbetwist synoniem voor schaamteloze boekhoudfraude. Enron zo goed als Andersen ging failliet, de laatste als gevolg van de strafvervolgingen die justitie met wisselend succes heeft opgetuigd.

In een ultieme poging dat lot te ontlopen, heeft KPMG het roer omgegooid. Het bedrijf ontsloeg de dertig bij de constructies betrokken partners, verving de top van de belastingadviesafdeling en bekende deemoedig schuld aan fraude. Dat laatste geeft de door de fiscus achtervolgde klanten van KPMG ruim baan bij het verhalen van de schade bij de belastingadviesfirma. Ze hadden erop gerekend dat de constructies legaal waren. Met de dure bekentenis mikt KPMG erop de strafvervolging wegens onder meer agressieve verkooppraktijken, misleiding van zowel de klanten als de fiscus en het verdonkeremanen van bewijsstukken af te kunnen kopen. Met zo'n schikking (deferred-prosecution agreement) komt het kantoor er vanaf met een soort ondertoezichtstelling, afgedwongen veranderingen in de bedrijfscultuur en een hoge boete. Die komt dan bovenop boetes van tientallen miljoenen euro's waar het accountantsconcern in andere zaken al tegenaan is gelopen.

Een lichtpuntje voor KPMG is dat ook de openbaar aanklager in zwaar weer zit. Justitie verloor niet alleen in de Andersen-zaak maar ook in enkele andere spectaculaire financiële strafzaken. In de Verenigde Staten is een felle discussie ontbrand over de macht van de aanklager die alleen al door zijn strafklacht tegen Andersen het bedrijf met een kantorennet over de hele wereld opblies. De Nederlandse tak van de belastingadviseur ging vrijwel in zijn geheel over naar het accountants- en advieskantoor Deloitte, vanwaar een klein deel inmiddels verder op drift is geraakt. De openbaar aanklager David Kelley krijgt het verwijt KMPG als firma te willen aanpakken in plaats van de 30 belastingadviseurs die de belastingconstructie hebben bedacht, louter omdat dit makkelijker en effectiever is en omdat duidelijk is dat KPMG met vrijwel elke schikking akkoord moet gaan om de firma wereldwijd overeind te houden. Overigens geeft Kelley nog geen krimp bij zijn voornemen KPMG voor de rechter te dagen.

Als KPMG in Amerika omvalt, dreigt voor de Nederlandse tak het Andersen-scenario. De belastingadviseurs van KPMG Meijburg alsook de accountants werken vanuit eigen NV's die vanuit Zwitserland worden gecoördineerd, maar die kunnen niet bestaan buiten het verband van de Amerikaanse firma. Als die omvalt, moeten de betrokkenen een goed heenkomen zoeken bij een ander internationaal opererend concern; de klanten moeten omzien naar een andere accountant. In de Verenigde Staten is al pijnlijk voelbaar dat nieuwe klanten wegblijven en bestaande klanten hun toevlucht bij een concurrent zoeken. Dat lijkt goed nieuws voor de dan overblijvende drie grote Amerikaanse kantoren, Deloitte & Touche, Ernst & Young en PricewaterhouseCoopers maar die kijken tegen een ander probleem aan.

De na het Enron-debacle verscherpte Amerikaanse wetgeving verbiedt het een accountant ergens de boeken te controleren als zijn kantoor ook andere opdrachten van dat bedrijf uitvoert. Dan ligt belangenverstrengeling op de loer. Een bedrijf als Intel (computeronderdelen) betaalt 12 miljoen dollar (9,61 miljoen euro) aan zijn controlerend accountant Ernst & Young, maar nog veel meer aan de andere drie grote accountantsfirma's voor strategische adviezen, waardebepalingen en begeleiding van bedrijfsovernames. Intel kan buiten de `big four' geen accountant vinden die voldoende deskundigheid in huis heeft om zijn boeken te controleren en die niet tegelijkertijd op een andere manier bij Intel betrokken is. Het probleem speelt vooral in de IT-sfeer en bij oliemaatschappijen. Dat zou nog overkomelijk zijn als de Amerikaanse wetten Intel niet zouden verplichten periodiek van accountant te wisselen. De enige uitweg is de drie overblijvende giganten in onafhankelijke onderdelen op te splitsen.

Ook in Nederland zijn vanuit het buitenland afkomstige constructies met belastingparadijzen aangeboden, niet alleen door KPMG. De Nederlandse markt gedraagt zich terughoudender en de Nederlandse belastingadviseurs zijn minder agressief in hun verkoopmethoden dan in de Verenigde Staten gebruikelijk is. Niettemin kunnen ze zich niet onttrekken aan de dramatische ontwikkelingen daar.

    • Aertjan Grotenhuis