Kamperen (1)

Rintje, Henriette en Tobias hebben vakantie. Samen met de moeder van Rintje gaan ze kamperen. Zij is al druk bezig om alle spullen in te pakken. De opblaasbare hondenmanden, alle spelletjes, grote zakken hondenbrokken en natuurlijk de tent.

Rintje slaapt bij mama in de tent. Maar Tobias en Henriette hebben ieder een eigen tentje meegenomen.

,,Ik moet m'n lievelingsbal niet vergeten!'' roept Rintje. ,,Anders kunnen we niet voetballen.''

,,En het bottenspel!'' roept Henriette. ,,Dat vind ik altijd zo leuk!''

,,Wat is dat?'' vraagt Tobias.

,,Dan moet je met een zware bal naar rechtopstaande botten gooien'', zegt Rintje. ,,Wie ze het eerst allemaal omgooit heeft gewonnen!''

,,Als jullie nu eens even buiten gaan spelen'', zegt mama. ,,Jullie lopen verschrikkelijk in de weg!''

Met een stapel spullen loopt ze door de gang. ,,Als de auto ingepakt is roep ik jullie wel!''

,,Kom, we gaan verstoppertje doen'', zegt Rintje.

,,Ik ben eerst'', zegt Henriette. Ze doet haar ogen dicht en telt tot dertig. ,,Ik kom!'' roept ze.

Al heel snel vindt ze Tobias. Die is niet zo goed in verstoppen. Hij gaat altijd op een plekje zitten waar zijn lange lijf uitsteekt. Maar waar is Rintje? Henriette kijkt overal op en onder.

,,Komen jullie!'' horen ze mama roepen. ,,We gaan!''

,,Rintje, komen!'' roepen Henriette en Tobias. Maar hoe hard ze ook roepen, Rintje komt niet tevoorschijn.

,,Je moeder wil vertrekken, kom nou!'' roept Henriette.

,,We gaan alvast in de auto zitten'', zegt mama. ,,Hij komt vanzelf wel!'' En inderdaad, als mama de auto start komt Rintje aanrennen.

,,Grapje!'' roept hij en hij springt achter in de auto.

,,Pestkop!'' zegt Henriette.

Mama toetert nog een keer en dan rijden ze de straat uit. ,,Dat ziet er niet best uit'', zegt mama als even later dikke regendruppels op de voorruit vallen. ,,Ik hoop maar dat we straks op de camping niet helemaal wegregenen!''

Wordt vervolgd. Meer over Rintje op www.rintje.nl