Je hebt toch niets aan algemene vorming

In vier jaar tijd is de Amerikaanse Harvard-universiteit veranderd van een rijk van onafhankelijke academische eilanden in een technocratisch geleide onderzoeks- en opleidingsmachine. Als Harvard de toon aangeeft in de wereld, dan wijst dat erop dat de trend tot centralistische sturing van universiteiten nog niet ten einde is.

In hun journalistieke boek Harvard Rules beschrijven Harvard-alumnus Richard Bradley en Richard Blow, voormalig hoofdredacteur van George Magazine, hoe de voormalige Amerikaanse minister van Financiën, Lawrence Summers, als president van Harvard de bij academische bestuurders gebruikelijke terughoudendheid heeft laten varen en alle teugels van financiering, hooglerarenbenoeming en academische programmering in handen neemt. Hij wil van Harvard – een universiteit met bijna 20.000 studenten en zo'n 2000 medewerkers – een wereldwijde universiteit maken en daarbij wegen onderzoeksresultaten en kansrijke vakgebieden als biotechnologie zwaarder dan traditionele academische vorming.

Summers liep altijd over van ambitie. Via een studie economie aan het naburige Massachusetts Institute for Technology (MIT), bereikte hij Harvard, eerst als doctoraal student om er op zijn 28ste als hoogleraar aan de slag te gaan. Hij bleek te rusteloos voor die baan en vertrok in 1991 naar Washington voor de prestigieuze functie van top-econoom van de Wereldbank. Onder president Clinton werd hij onderminister en aan het einde van diens presidentschap minister van Financiën. Als zijn belangrijkste wapenfeit beschouwt hij de financiële reddingsoperatie voor Mexico. Toen Summers tot president van Harvard werd benoemd, was hij niet meer de ster-professor van vroeger maar een bedreven Washingtonse politicus met politieke prioriteiten.

Zijn eerste conflict kreeg hij met de populaire hoogleraar filosofie Cornel West van de faculteit voor Afrikaans-Amerikaanse studies. Naar aanleiding van de algemene inflatie van hoge cijfers in Harvard wilde hij hem tot negatief voorbeeld stellen. Hij vond West, die ook een rap-cd had gemaakt, te populistisch. Hij droeg hem op om meer academisch werk te doen. Wests vertrek naar een andere universiteit luidde een uittocht van andere prominente wetenschappers in. Maar terwijl hoogleraren de wenkbrauwen fronsten over dit ingrijpen, werd Summers om zijn doortastendheid gevierd bij de media, de toezichthouders en bij de organisatie van alumni die geld doneren. Eindelijk was er iemand opgestaan die wilde optreden tegen wat zij zagen als universitaire politieke correctheid.

Een dergelijk conflict ontstond ook in januari van dit jaar. Filosoferend over het dalend aantal vrouwelijke hoogleraren sprak Summers over vastgestelde statistische verschillen tussen vrouwen en mannen in de geschiktheid voor top-bètawetenschap. Toen daarover grote onrust ontstond, ging hij door het stof en richtte hij een commissie op voor diversiteit in de faculteit.

Voorheen waren alle faculteiten van Harvard onafhankelijk. Ze deden onder alumni zelf de werving van fondsen, waarover de president van de hele universiteit tot voor kort niet kon beschikken. Summers wist de regels zodanig te veranderen dat zijn centrale universiteitsbureau ook voor een deel voor het gedoneerde geld in aanmerking kwam. Zo kreeg hij meer controle op het beleid van de decanen en op de benoemingen van hoogleraren.

Volgens Bradley wil Summers van Harvard een technische hogeschool maken, een MIT. Een plek waar studenten zoveel mogelijk moeten leren en waar nauwelijks aan algemene vorming wordt gedaan. Het is een belangrijke vraag of de universiteit de toekomstige elite algemeen moet vormen of alleen gespecialiseerde topwetenschap in vakken als biotechnologie moet bedrijven. Dat maakt het boek interessant. Toch blijft het een journalistiek verslag zonder grondige analyse van de functie van de universiteit. Het is geen afgerond verhaal, want Summers, die wordt beschreven als een botte, soms onbeschofte figuur heeft zijn termijn nog lang niet beëindigd. Hij heerst en hij is controversieel, maar uit dit boek valt niet op te maken of Harvard in de toekomst de toon zal blijven aangeven.

Richard Bradley & Richard Blow: Harvard rules. The Struggle for the Soul of the World's Most Powerful University. Harper Collins, 375 blz. €20,79

    • Maarten Huygen