Ik besta, dankzij de krant

Susan Glimmerveen verplaatst zich in haar tweede roman in het fascinerende fenomeen dat mensen hun levensverhaal bij elkaar fantaseren. Het thema ligt in het verlengde van haar verrassende, autobiografisch getinte debuut Kaf uit 2000. `Hoe reduceer ik bestaande personen tot romanpersonages', was de vraag die de in 1963 op Curaçao geboren schrijfster zich tijdens het componeren daarvan stelde. `Alles in het leven is een spel, behalve de eigen dood en het lijden dat eraan voorafgaat. Al het andere is literatuur, een spel van de verbeelding, een zo gewilde toestand.' Dit aan de Antilliaanse auteur Boeli van Leeuwen ontleende motto gaf ze destijds haar onthutsende coming of age roman mee.

De reizende voorstelling gaat expliciet over het leven als spel van de verbeelding. Het motto is ditmaal afkomstig van B.S. Johnson met als strekking dat alle (levens)verhalen leugens zijn. In deze roman draait het niet meer om de vraag hoe bestaande personen gereduceerd worden tot romanpersonages, maar hoe personen zichzelf `vergroten' met leugens.

Hoofdpersoon Fie, een weduwe van boven de zestig, is een volwassen versie van Roos, Glimmerveens alter ego uit Kaf. Dit van de Antillen afkomstige pubermeisje verpietert op een christelijke huishoudschool op het Hollandse platteland en lijdt dermate onder het gebrek aan intellectuele diepte en dramatische spanning dat ze in een identiteitscrisis raakt. Hoewel Fie wél een aan haar intellectuele aspiraties beantwoordende opleiding en werkkring heeft – ze is bibliothecaresse – ontbeert ook haar leven diepgang en spanning. Ze heeft aan haar werkelijkheid niet genoeg en daarom steelt ze verhalen van anderen om zichzelf van een identiteit te voorzien.

Bij voorkeur haalt ze die verhalen uit kranten. Haar destijds dementerende en inmiddels overleden echtgenoot, een oud-leraar Nederlands die haar vader had kunnen zijn, hield niet van krantenberichten. Hij noemde dat verhalen die rafelen en had, ook voor hij dement werd en zijn identiteit verloor, niet de fantasie de losse einden aan elkaar te knopen. Zijn voorkeur ging uit naar literatuur waarin alles een reden heeft. Met hem leefde Fie in een gefictionaliseerde wereld. Ze noemde hem Bint, naar de leraar uit Bordewijks middelbareschoolroman. Samen speelden zij toneelstukken na van Aeschylus, Beckett, Ionesco en Pinter. Vooral Who's afraid of Virginia Woolf van Edward Albee, met in de hoofdrol het echtpaar George en Martha die ruziën over hun niet bestaande kind, was hun op het lijf geschreven.

Als Bint dood is en Fie zelfs haar gefictionaliseerde verhaal kwijt is, neemt haar oude gewoonte om op krantenberichten door te fantaseren ziekelijke vormen aan. Ze maakt die verhalen niet alleen af in haar hoofd, ze verheft ze tot haar eigen verhalen. In dat opzicht gaat ze voort op de weg die Roos uit Kaf is ingeslagen. `Als ik diepte wil', sprak Roos tot zichzelf, `moet ik die zelf creëren. Als ik een verhaal wil, moet ik het zelf schrijven.'

Er steekt geen schrijfster in Fie, maar vertellen kan ze als de beste. Ze meldt zich aan bij een reisgezelschap dat in een oude vrachtwagen door Afrika trekt. De reizigers willen niet zozeer Afrika ontdekken als wel zichzelf opnieuw definiëren. Fie benut die kans door haar jeugdige reisgenote Ena, een meisje dat geen verhalen maar de taal van dichters leent, te confronteren met een compleet verzonnen, uit krantenberichten opgetrokken verleden. De bijbehorende emoties haalt ze uit gedichten van onder anderen Achterberg en Vasalis en natuurlijk uit de toneelstukken die ze las met haar man.

Ze wordt geloofd door Ena, maar dat is niet voldoende voor Fie. Haar fantasie houdt niet op bij het verleden maar moet hier en nu in werkelijkheid worden omgezet: alleen een nieuwe, door haar geregisseerde tragedie kan haar behoefte aan drama bevredigen. Of die tragedie zich ook daadwerkelijk voltrekt tijdens het hoogtepunt van de Afrika-reis, laat de schrijfster in het midden. Evenals Kaf heeft De reizende voorstelling een open einde met genoeg rafels om nieuwe verhalen met een eindeloze variatie `follow-ups' aan vast te knopen.

Glimmerveen velt geen moreel oordeel over mensen die hun leven bij elkaar fabuleren, ze probeert er een rechtvaardiging voor te vinden. Dat laatste doet ze evenwel te nadrukkelijk. Er gaat geen bladzij voorbij zonder verwijzingen naar al dan niet met name genoemde (toneel)schrijvers en dichters om aannemelijk te maken dat waarheid slechts te vinden is in fictie. De nogal drammerige boodschap van Fie is: Get a story in plaats van get a life.

Alleen mensen die tot de verbeelding spreken tellen mee in deze, grotendeels vanuit het perspectief van Fie geschreven roman. Slechts het meisje Ena en de twee chauffeurs/reisleiders zijn in haar ogen de moeite waard. Zij krijgen als enigen in het reisgezelschap een naam en een verhaal, de overigen moeten het doen met bijnamen die naar hun beroep of functie verwijzen: Kleine Rechter, Vriendin, Verpleegster, Juf. `Misschien is dat het probleem met Juf. Dat ze weigert creatief te zijn met haar verhaal', denkt Fie over een reisgenote die zich niet interessanter voordoet dan ze is. Fie's eigen credo luidt: `Zonder verhaal zouden we weinig van elkaar verschillen. We hebben het nodig om onszelf te zijn. Wie de draad van zijn verhaal kwijtraakt, verliest zijn identiteit.' En ter rechtvaardiging van zichzelf: `Iedereen leent verhalen en poetst er zijn eigen verhaal mee op. Mensen lenen ze uit de bibliotheek en brengen ze weer terug. Of ze pikken ze ergens op en gaan ermee aan de haal.'

Het komt niet bij de hoofdpersoon op dat haar omgeving wellicht geen boodschap heeft aan haar verzinsels. Als dat al zo zou zijn, ligt dat niet aan haar maar aan de anderen. `Ze beseffen niet dat het leven zo chaotisch is dat elk verhaal dat je erover vertelt gekunsteld is. Elk verhaal is een leugen. Maar met een leugen is niets mis zolang de bedoelingen integer zijn.'

Naar de bedoelingen van Susan Glimmerveen met dit personage blijft het gissen. De schrijfster, zoveel is duidelijk, is de huishoudschool ontstegen en wil dat met vertoon van eruditie ook laten weten. Wat ze in haar ijver over het hoofd ziet, is dat de door haar aangehaalde auteurs onvergetelijke personages of metaforen hebben gecreëerd, terwijl haar Fie is samengesteld uit een pak oude kranten en boeken dat geen verhaal of beeld toevoegt.

Spanning kan deze stilistisch sterke en met vaart geschreven roman niet worden ontzegd, behalve dan voor lezers die al sinds jaar en dag kranten volgen en bovendien hun Albee en Beckett kennen. Zulke lezers snappen meteen wat er loos is. De aan de weduwe van Bint gewijde roman behandelt een bekende casus zonder te raken aan het verhaal erachter.

Susan Glimmerveen: De reizende voorstelling. De Arbeiderspers, 221 blz. €16,95

    • Elsbeth Etty