Hoge olieprijs komt kabinet wel en niet goed uit

Door de sterk stijgende olieprijzen ontvangt het rijk volgend jaar meer aardgasbaten. Maar ook verandert er veel voor de koopkracht.

Het ligt allemaal aan de olie. Door de astronomische stijging van de olieprijzen kan het kabinet Balkenende-II zich rijk rekenen. De prijs voor een vat olie is opgelopen tot 65 dollar, bijna het dubbele van de ramingen die het kabinet voor volgend jaar hanteerde. De aardgasprijzen, die aan de olieprijzen zijn gekoppeld, liften mee omhoog. Dat levert de schatkist dit jaar en volgend jaar een miljardenvoordeel op.

Maar tegelijkertijd zorgen de hogere energieprijzen – van benzine en diesel aan de pomp tot de doorwerking van dure energie in goederen en diensten – voor wat meer inflatie dan het extreem lage percentage (0,25 procent) waarvan het kabinet in zijn berekeningen voor volgend jaar uitging. De ontwikkeling van de koopkracht valt hierdoor minder gunstig uit dan het kabinet had voorzien. En dat terwijl voor volgend jaar een herstel van koopkracht was beloofd, na drie jaar van lastenverzwaringen en loonmatiging.

De komende twee weken gaan de ministers van Financiën, Sociale Zaken, Volksgezondheid en Economische Zaken aan de slag om de koopkrachtcijfers op te fleuren. En daarvoor kunnen ze een beroep doen op de extra aardgasbaten. Die gaan voor 60 procent naar verlaging van de staatsschuld, maar 40 procent komt terecht in het Fonds Economische Structuurversterking (FES). Minimaal anderhalf miljard euro staat als politiek speelgeld ter beschikking.

Terwijl ambtenaren de koopkrachtplaatjes doorrekenen en bewindslieden de laatste hand leggen aan de Miljoenennota, is de Tweede Kamer nog tot eind deze maand met reces. Maar Kamerleden van de regeringspartijen en de oppositie maken zich op om te pleiten voor de besteding van de aardgasmeevallers. De financiële woordvoerders van het CDA (De Nerée tot Babberich), D66 (Bakker) en de VVD (Blok) zien hun wensen van voor de zomervakantie in vervulling gaan. Het schoolgeld voor 16- en 17-jarigen wordt al per september afgeschaft, de bijdrage aan de kinderopvang gaat volgend jaar omhoog. Dit zijn tegemoetkomingen aan middeninkomens en tweeverdieners met schoolgaande kinderen. Het spaarloon dat werknemers belastingvrij kunnen sparen, wordt nog dit jaar vrijgegeven om de consumentenbestedingen te bevorderen. Daarnaast komen er aanpassingen van de ziektepremies voor zelfstandige ondernemers en ouderen met een eigen pensioen (zie kader). Verder gaan volgend jaar – door de daling van de instroom naar de WAO – de werkgeverspremies voor arbeidsongeschiktheid omlaag en ontvangen werknemers de premies terug die ze in 2004 en 2005 betaald hebben ter dekking van het zogenoemde WAO-gat.

De Nerée (CDA), die zich verheugd toont over het herstel van de economie in het tweede kwartaal, wil bovendien dat het kabinet de eisen om de reserves van de pensioenfondsen te versterken, versoepelt. Hierdoor zouden de pensioenpremies kunnen dalen. Maar dit voorstel staat – nog – niet op het lijstje van het kabinet.

Oppositiewoordvoerder Crone (PvdA) wil dat het kabinet de extra aardgasbaten volledig inzet voor lastenverlichting en niet voor verlaging van de staatschuld. In juni kwam Crone al met een voorstel om twee miljard te besteden aan kinderopvang en een werkbonus, een belastingaftrek voor werkenden. Hierbovenop wil hij de zorgpremie voor iedereen verlagen bij de invoering van het nieuwe zorgstelsel in 2006. ,,Het kabinet is bezig om de onzekerheid te vergroten en verziekt daarmee de goede vooruitzichten van de economie'', aldus Crone.

De komende lastenverlichting ter compensatie van de dure benzine en de inkomenseffecten van het zorgstelsel doen denken aan het `smeergeld' dat het tweede kabinet Kok uittrok om de invoering van het nieuwe belastingstelsel in 2001 soepel te laten verlopen. Toen werd in eerste instantie 5 miljard gulden (2,4 miljard euro) vrijgemaakt om al te grote koopkrachtdalingen te compenseren. De Kamer deed daar nog een miljard gulden (450 miljoen euro) bij. Dankzij dit smeergeld nam de gemiddelde koopkracht in 2001 toe met 3,6 procent. Maar in datzelfde jaar schoot de inflatie omhoog en dat deed de koopkrachtstijging weer teniet. In de oververhitte economie van 2001 bedroeg de inflatie 4,5 procent, bijna een procentpunt hoger dan de koopkrachtstijging. Weg voordeel voor de burger.

Voor de invoering van het zorgstelsel in 2006 reserveerde het kabinet in eerste instantie 1,1 miljard euro in de vorm van de afschaffing van het gebruikersdeel van de de onroerendezaakbelasting (OZB). Algemeen werd toen nog gevreesd dat dit bedrag onvoldoende zou zijn. Met de extra aardagsbaten van het FES is er nog eens 1,5 miljard euro beschikbaar. Hiermee komt het bedrag dat het kabinet als smeergeld bij het zorgstelsel kan inzetten, aardig in de buurt van de 2,8 miljard euro die uiteindelijk voor de soepele invoering van het belastingplan in 2001 gebruikt werd. Dat moet voor het kabinet voldoende zijn om de koopkrachtplaatjes op papier voor alle inkomensgroepen aanvaardbaar te maken. Of dat daadwerkelijk tot een hoger besteedbaar inkomen leidt is afhankelijk van de inflatie door de hoge olieprijzen.

    • Egbert Kalse
    • Roel Janssen