Het mes was echt

,,Ton Lutz zei vaak: Jouw tijd komt nog. Ik vroeg me aldoor af: wanneer dan?'' Pas dit jaar ontving actrice Celia Nufaar een onderscheiding, de Colombina voor de beste vrouwelijke bijrol.

`Ik zeg het toch maar: eindelijk gerechtigheid.'' Met deze woorden nam actrice Celia Nufaar (Utrecht, 1937) in de Amsterdamse Stadsschouwburg de Colombina in ontvangst, de Nederlandse prijs voor de `meest indrukwekkende vrouwelijke bijrol'. Zij kreeg de Colombina voor haar dubbelrol van Mevrouw Jacobi en Moeder in de toneelbewerking van Scènes uit een huwelijk, naar de gelijknamige film van Ingmar Bergman. Tijdens het prijzengala in juni van dit jaar sprak ze de woorden ferm en ernstig uit, zonder een spoor van terughoudendheid.

,,Het werd ook tijd'', bevestigt ze met klem haar dankbetuiging. ,,Ik dacht: als ik hem nu niet krijg, dan hoeft het niet meer.'' Celia Nufaar werd twee keer eerder genomineerd, maar winnen deed ze niet. De eerste keer was voor haar rol als Mevrouw Dood in Mein Kampf van Georg Tabori. De tweede voor Regan in Shakespeares King Lear, een van de drie zusters die hun vader tot het uiterste kwellen, tot de waanzin toe.

,,Toeschouwers zien mij vaak als een verstild spelende actrice, zonder veel ophef'', zegt ze kort na de uitreiking. ,,Woorden van die strekking staan ook in het juryrapport. Ik zou `eenvoudig, droog en puur' acteren. Maar dat is slechts een facet van mijn spel. Als ik terugdenk aan mijn rol van Klytaimnestra in Mind the Gap van Toneelgroep Amsterdam een paar jaar geleden, was daar niets verstilds aan. Ik spuugde de tekst recht in het gezicht van het publiek. Ik herinner me uit een recensie: `Celia Nufaar speelt de rol als een diva'. Dat woord is niet op mij van toepassing. Maar als ik wil, dan speel ik de diva.''

Nufaar kan hard en wreed zijn. Regisseur Sam Bogaerts liet haar de keuze welke van de drie dochters zij in King Lear wilde vertolken. Zij koos meteen voor Regan, de wreedste, terwijl Bogaerts haar liever de liefste, Cordelia, wilde laten spelen. Zij denderde in een oude bontjas met een span honden over het toneel. Ze zegt: ,,Schitterend vond ik het om samen met mijn man (gespeeld door Pierre Bokma) bij Peter Oosthoek als Gloucester met een oestermes de ogen uit te steken. Een secuur werkje, want het mes was echt, maar ook het oog van Peter Oosthoek. `Doe voorzichtig', fluisterde hij steeds. Hij had natuurlijk gelijk. Het is een van de engste handelingen uit de toneelliteratuur. Maar het zogenaamde oog dat op de grond viel was gewoon een parel uit die oester. Niets aan de hand.''

Celia Nufaar kan terugkijken op een lange carrière aan het toneel, nadat ze begon als omroepster bij de NCRV-radio. Van ophouden wil ze niet weten, al bereikte ze de leeftijd waarop veel acteurs met pensioen gaan: ,,Ik ken spelers die op de dag van hun vijfenzestigste abrupt alles aan de kant gooien en niets meer met het toneel te maken willen hebben. Dat kan ik me niet voorstellen. Ik ben er niet weg te branden, als ze me nog vragen tenminste. Ik laat me niet leiden door een toevallige datum en een toevallige leeftijd. In elk geval heb ik nog werk in het vooruitzicht. Ik ga de voedster spelen in Phèdre van Racine bij Het Nationale Toneel.''

Omzwervingen

In Arnhem deed ze een jaar toneelschool maar werd weggestuurd `wegens gebrek aan talent'. Haar wereld stortte in. In Amsterdam ging Nufaar Frans studeren, terwijl ze ondertussen meedeed aan het studententoneel. Na omzwervingen bij het ABC Cabaret van Wim Kan en twee musicals stond ze eindelijk op het toneel van de Stadsschouwburg. Ze zegt: ,,Op een dag werd ik gebeld of ik een rol wilde spelen in Interieur van Hugo Claus. Dat was vlak na Actie Tomaat. De Nederlandse Comedie bestond niet meer en het Publiekstheater van Hans Croiset moest nog opgericht worden. In die tussentijd bespeelde het Amsterdams Toneel de Stadsschouwburg. Hugo Claus wilde met onder anderen Fons Rademakers het Auteurstheater oprichten. Claus zou schrijven, Rademakers regisseren. Het is er niet van gekomen. Claus was een innemende man die zelf Interieur regisseerde. Eigenlijk gaf hij nauwelijks aanwijzingen. Telkens zei hij: `Verras me maar'.''

In Interieur (1971) van Claus had Celia Nufaar de openingsscène. Meteen nadat in de schouwburg de gordijnen waren opengegaan moest zij opkomen en in het decor ook gordijnen openschuiven van de woonkamer. Ze ontdekte dat ze iets extra's moest doen om een rol geloofwaardig te maken. Want om `geloofwaardigheid en intensiteit' draait haar spel. Dat vindt ze het belangrijkste. Nufaar: ,,Ik kan erg moeilijk tegen het keurslijf dat onvermijdelijk met theater is verbonden. Vroeger was het ongebruikelijk om je tekst snel, laat staan vooraf te leren en met de gekende tekst op de eerste repetitie te komen. Dat zou foute klemtonen tot gevolg hebben. Althans, dat dacht de regisseur. Ook werd de mise-en-scène door de regisseur vastgelegd. Je repeteerde zes weken, vaak lang met het tekstboek in de hand. Er is veel veranderd aan het repetitieproces. Er wordt meer geïmproviseerd. Jonge acteurs en actrices zijn sneller. Ivo van Hove, de regisseur van Scènes uit een huwelijk, denkt snel, handelt snel en verwacht dat ook van zijn acteurs. Daar houd ik van, nu.''

Toneelspelen in de tijd van het Publiekstheater was intensief. Tussen 1973 en 1984 speelde Nufaar zo'n vijftig rollen in het wereldrepertoire van Shakespeare, Brecht, Vondel, Tsjechov, Albee en Strindberg. Mensen vragen haar wel eens of ze niet moe wordt van zoveel rollen sinds haar offciële debuut als Lutje in Interieur. Het antwoord is kort en krachtig: ,,Nee.'' Wel had Nufaar graag gezien dat zij eerder in haar carrière een bewijs van haar kwaliteiten mocht ontvangen: ,,Ik had mij meer moeten profileren, ik was te verlegen, denk ik. Ik had ervoor moeten zorgen dat mensen naar mij luisterden. Je moet jezelf belangrijk weten te maken. Ik herinner me nog goed dat Ton Lutz vaak zei: `Jouw tijd komt nog.' Ik vroeg me aldoor af: wanneer dan? Ik was gewoon niet op het juiste moment op de juiste plaats, denk ik nu.''

De mooiste herinneringen heeft Nufaar aan de montagevoorstellingen als Bakeliet, Titus geen Shakespeare en Ballet die Gerardjan Rijnders eind jaren tachtig maakte. Achteraf bezien schreef Rijnders hiermee theatergeschiedenis. Nufaar voelde zich gelukkig omdat zij weer dat fantaserende meisje van vroeger kon zijn: ,,Ik was in de loop van de tijd mijn spontaniteit kwijtgeraakt. Rijnders gaf mij weer terug wat ik dacht verloren te hebben. Fantasie in het uitdenken en vertolken van rollen is voor mij onmisbaar. Aanvankelijk voelde ik me doodongelukkig bij Bakeliet. Ik begreep niet wat er van mij verwacht werd. De actrices om mij heen leken allemaal supergelukkig. Wat deden zij wat ik niet deed? Ineens zag ik het: ze hadden er plezier in. Dat was de sleutel. Gelukkig zijn. Je niet laten ondersneeuwen. Voor jezelf opkomen. Daarbij kwam dat ik een beetje met mijn ellebogen begon te werken. Dat kon toen geen kwaad, vond ik. In Titus geen Shakespeare zit een grote scène met telefoons. Ik greep te pas en te onpas de hoorn om daarin iets te roepen, wat, dat maakte niet zoveel uit. Als ik het maar deed. Als er maar naar me geluisterd werd.''

Plank

Gerardjan Rijnders vroeg Celia Nufaar ook voor de rol van prinses in Le Cid van Corneille. Zij moest treuren om een man die haar liefde afwijst. Nufaar zegt: ,,Ik moest een beeld voor treurnis en smart vinden. Per toeval vond ik in een boek een afbeelding van iemand die zich uit smart als een stijve pop rechtstandig laat vallen. Dat beeld nam ik over. Ik liet me pardoes als een plank op die minnaar vallen. Ook moest ik een gebed zeggen, zittend op een troon. Maar dat beeld werd te heilig, te conventioneel. Dus hing ik op een gegeven moment scheef in de stoel. Ik stond op en deed een paar danspasjes. Dat had ik thuis bedacht. Uiteindelijk is er een hinkje overgebleven. Dat werkte goed. Een prinses die in een liefdesgebed een hinkstapje doet.''

Regisseur Van Hove was verrast door de interpretatie die Celia Nufaar geeft aan haar rol van Moeder in Scènes uit een huwelijk. In de visie van Bergman zit deze moeder vol haat en verachting. Maar Nufaar heeft de rol zacht en intiem gemaakt. Nufaar: ,,De breuk tussen een moeder en een dochter is een van de grote tragedies uit het familieleven. Dat wilde Van Hove uitdrukken met mijn rol van Moeder. Om geloofwaardigheid te bereiken moet jijzelf als speler, als actrice, geloven in je rol en ook van je rol houden. Daar begint het mee. Anders wordt het onecht.''

`Verstilling' is niet het enige woord om Nufaars dubbelrol in Scènes uit een huwelijk te beschrijven. Ook weet zij de toeschuwer rechtstreeks bij het spel te betrekken, alsof ze niet acteert, alsof zij werkelijk die vrouw is. Haar stem is zacht. In die dubbelrol vullen Moeder en Mevrouw Jacobi, de weduwe, elkaar aan. De eerste vrouw kan moeizaam over haar gevoelens praten, de tweede heeft geen gevoelens meer. Nufaar: ,,Voor de kilte die heerst in het huwelijk van Mevrouw Jacobi ben ik altijd bang geweest. Er zat een mevrouw in het publiek die mij bemoedigend aansprak, ze zei: `Ik begrijp u.' Dat is voor een actrice een hoopgevend moment. Dat het publiek meegaat in je spel.

,,In Scènes uit een huwelijk streef ik toneelspel na zonder opsmuk. Ik hoop dat dat is gelukt. Het mislukte, stroeve huwelijk van Mevrouw Jacobi probeer ik uit te drukken door met een lege blik dwars door de toeschouwers heen te kijken. Dat kan voldoende zijn, stil en zuiver spel.''

`Scènes uit een huwelijk' door Toneelgroep Amsterdam, Stadsschouwburg, Amsterdam: 23 t/m 27/8. Inl.: 020-6242311; www.toneelgroepamsterdam.nl

    • Kester Freriks