GGZ: Avi C. weigerde hulp

De Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) in Groningen ontkent dat Avi C., de verdachte van de moord op twee kinderen in Tolbert, van hulpverlening zou zijn uitgesloten. Uit onderzoek van de GGD, die de rol van hulpverlenende instanties heeft onderzocht, kwam gisteren naar voren dat de GGZ had gezegd dat ,,de hulpvraag geen vervolg nodig had''. Dit is onjuist, aldus de GGZ. Volgens een voorlichter is er ,,nooit contact'' geweest met C. en heeft de zorginstelling de man terugverwezen naar de huisarts.

Het GGD-rapport dat gisteren openbaar werd gemaakt, onderzoekt de betrokkenheid van verschillende hulpverlenende instanties bij het gezin in Tolbert. Op 1 augustus werden een vierjarige meisje en haar tweejarige broertje door de vriend van hun moeder op gewelddadige wijze om het leven gebracht. Volgens het rapport had de biologische vader van de kinderen in juni al aan de bel getrokken bij het Advies en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). Op 25 juli, een week voor het fatale incident, had het AMK aan de vader beloofd dat een onderzoek zou worden gestart.

De nieuwe vriend van de moeder en verdachte van de dubbele moord, Avi C., had zich in 2004 bij de huisarts gemeld. Welke klachten hij precies had, is onbekend. De arts verwees hem door naar de GGZ maar volgens de zorginstantie is C. daar ondanks herhaaldelijke uitnodigingen nooit verschenen.

,,We hebben hem nooit gezien of gesproken'', zegt een woordvoerder van de GGZ. ,,Aan de arts hebben we laten weten dat hij niet is geweest. De man was vrijwillig bij de huisarts gekomen, wij zagen geen enkele aanleiding om in te grijpen.''

Of het drama in Tolbert voorkomen had kunnen worden, valt uit het GGD-rapport niet op te maken. Bureau Jeugdzorg Groningen is bezig met een eigen onderzoek. Dat is intern en wordt uitgevoerd door een onafhankelijk persoon, liet verantwoordelijk gedeputeerde I. Mulder van de provincie Groningen weten. Binnen drie weken wordt daarvan de uitkomst verwacht. Het betreft een standaard onderzoek dat iedere provincie in geval van een calamiteit laat uitvoeren.

De inspectie jeugdzorg heeft de onderzoeksresultaten van Bureau Jeugdzorg Noord-Holland gisteren ontvangen. De moeder en haar twee kinderen woonden in 2004 nog in Haarlem, waar zij contact hadden met het bureau. Dat zag toen af van ondertoezichtstelling. Volgende week besluit de inspectie jeugdzorg of meer onderzoek naar het Noord-Hollandse bureau nodig is.