Fugro is wél blij met dure olie

Anders dan de meeste bedrijven is Fugro blij met de dure olie. ,,Wij doen altijd mee als er geld uitgegeven wordt, of het nu in Australië of Afrika is.''

In het wereldwijde bedrijfsleven heerst over het algemeen weinig vreugde over de stijgende olieprijs. Behalve in Leidschendam.

Op het hoofdkantoor van Fugro, naar eigen zeggen wereldmarktleider in bodemonderzoek voor de olie- en gasindustrie, is men blij dat de energieconcerns door de hoge olieprijs weer voldoende geld hebben om naar nieuwe voorraden te zoeken. Van Nigeria tot Noorwegen en van Saoedi-Arabië tot Mexico: waar klanten zoals Shell, BP en Exxon actief zijn, daar is Fugro te vinden. Circa 75 procent van de omzet is gelieerd aan olie, gas en mijnbouw. ,,De hoge olieprijs op zich betekent niets voor Fugro. Pas als die inkomsten worden gebruikt voor onderzoek ten behoeve van exploratie, dan is dat goed voor ons. Ik heb dan ook nooit begrepen dat de koers van Fugro meegaat met de olieprijs'', zegt de scheidend bestuurder Gert-Jan Kramer.

Het gaat ingenieursbureau Fugro (een samentrekking van `funderingsonderzoek' en `grondmechanica') voor de wind sinds de oliemaatschappijen weer geld uittrekken voor het zoeken naar nieuwe olie- en gasvelden. De winst van het bedrijf in het eerste halfjaar van 2005, die vandaag bekendgemaakt werd, verdubbelde ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar, tot een record van 32,1 miljoen euro. De omzet komt dit jaar naar verwachting boven de 1 miljard euro uit. Alleen in Nederland stagneert de groei door de matige overheidsinvesteringen in civiele werken.

Bang dat de situatie voor Fugro zal verslechteren als de olieprijs om welke reden dan ook instort, is Kramer niet. ,,Fugro kan leunen op drie geldstromen en daarmee is het risico gespreid'', zegt Kramer. ,,Bijna de helft van onze omzet halen we uit nieuw te ontwikkelen gas- en olievelden. Die geldstroom zou een tik krijgen als de olieprijs daalde. Een kwart komt uit de optimalisatie van bestaande velden: hoe kunnen energiemaatschappijen daar zo veel mogelijk uithalen? Dat proces gaat altijd door, ongeacht de olieprijs. Ten slotte halen we omzet uit bouwactiviteiten op land waarvoor we bodemonderzoek doen.''

Zelfs bij het ergste scenario, waarin de olieprijs zou dalen tot zo'n 10 dollar per vat, is er nog niet zo veel aan de hand voor Fugro, volgens Kramer. ,,Natuurlijk gaat de omzet dan omlaag, maar onze kosten ook. We zouden ons snel kunnen aanpassen aan zo'n situatie. Onze apparatuur wordt in relatief korte tijd afgeschreven, we hebben een enorm marktaandeel waardoor we een redelijke controle over de prijs hebben en met circa 8.000 werknemers, waarvan 900 in Nederland, zijn we flexibel: elders in de wereld is het veel gemakkelijker om de organisatie af te slanken dan in Europa.'' In Nederland is het lastiger mensen te ontslaan. Van de totale omzet wordt 90 procent buiten Nederland verdiend.

Fugro's kracht, volgens Kramer, is dat het bedrijf regelmatig overnames doet en inmiddels honderden onderdelen in vijftig landen telt. ,,Daardoor doen we altijd mee. Als de overheid of het bedrijfsleven hier geen geld uitgeeft, dan gebeurt dat wel in Australië of in het Midden-Oosten.''

Dat energieconcerns naar eigen zeggen op steeds lastiger te bereiken plekken naar olie en gas moeten zoeken, beschouwt Kramer niet als nadelig.

,,Het is niet waar dat de oliemaatschappijen op steeds moeilijker plekken actief zijn. Eind jaren tachtig zaten we al bijna op de Noordpool om bodemonderzoek te doen. Wel moeten we op zee op steeds grotere diepte boren. Maar de techniek gaat hard vooruit, dus dat is geen probleem. Het werk wordt duurder, maar niet moeilijker. We ontwikkelen hier in huis veel nieuwe technologie en dat is essentieel.'' De investeringen van Fugro in nieuwe apparatuur stijgen jaarlijks, dit jaar zo'n 80 miljoen euro.

Kramer is nog niet bang voor nieuwe brandstoffen die de grote rol van olie en gas zouden kunnen bedreigen. ,,De huidige alternatieven voor olie en gas zijn nog veel te kleinschalig. Ze remmen de groei van het olieverbruik enigszins, maar ik heb, hoewel ik een voorstander ben van duurzame energiebronnen, nog geen enkele voorspelling gezien dat er in de toekomst minder olie en gas zal worden verbruikt.''

    • Friederike de Raat