Een kind om weg te leggen

Als kinderen eenmaal beseffen wat seks is en wat geweld, zijn ze hun onschuld kwijt. Dat is een gangbare opvatting. Paradise lost, je kunt nooit meer terug. Alleen in fictie komen nog wel eens kinderen voor die seks hebben en daarbij vrolijk hun onschuld lijken te kunnen behouden. Neem Liesje uit Remco Camperts tjeempie of liesje in luiletterland, die het voortdurend met iedereen doet, maar zich blijft afvragen wat seks is: `Tjeempie, is het niet iets dat Japanners met kuikens doen?' Seks met behoud van paradijs – de Liesjes van deze wereld wekken de vrolijke illusie dat dat mogelijk is.

De romans van de Britse schrijver Daren King, wiens derde boek Tom Boler net is verschenen, zitten ook vol kinderen die niet goed lijken te weten hoe slecht de wereld is, of wat seks is, terwijl ze het wel doen. Bij hem is er alleen minder reden tot vrolijkheid. Zijn personages komen in aanraking met seks en geweld, vaak in combinatie, en blijven vervolgens naïef, doordat ze uit zelfbehoud in een onschuldige droomwereld blijven leven. Dat is ook aandoenlijk, maar niet op een gezellige manier. Je wilt niet glimlachend naar Kings fictiekinderen kijken, hoe grappig ze vaak ook zijn; je wilt hen beschermen. Het kan elk moment volledig misgaan met ze en ze hebben het absoluut niet in de gaten.

Maar er is geen redden aan. Neem Scott uit Kings vorige roman Jim Giraffe (2004), een kinderlijke man met een goede baan die seks maar vies vindt. Scott wordt 's nachts bezocht door een vervelende, seks-geobsedeerde spookgiraffe, die met een onderbroek op zijn hoofd zijn kledingkast uit komt wandelen. Zijn oplossing? Hij wordt vriendjes met de botte zak. Al snel gaat het beest er met Scotts vrouw vandoor en uiteindelijk neemt hij zijn hele leven over. Of neem Bole uit Kings debuut Boxy an Star (1999), een 15-jarig pillenverslaafd dealertje dat zich zelfs laat prostitueren zonder dat hij dat in zijn eeuwige roes in de gaten heeft.

Kings nieuwe roman Tom Boler is een `prequel' van Boxy an Star (1999). Het boek vertelt wat er gebeurde voordat Tom `Bole' Boler en zijn Liesje-achtige vriendinnetje Star als dealertjes gingen werken voor de zwarte travestiete acteur Boxy. Maar het is ook goed afzonderlijk te lezen. Tom Boler speelt zes jaar eerder dan het eerdere boek, eveneens in een fictieve nabije toekomst. Mensen betalen er met cijfertjes-schietende credit guns en magnetrons zijn hopeloos ouderwets (gingen mensen niet dóód als het soms wel een minuut kostte om een maaltijd te bereiden, vraagt Tom zich af).

De jongen moet zich het grootste deel van het boek zelf zien te redden. Alleen al in het eerste hoofdstuk wordt hij op een zaterdag naar school gestuurd door zijn moeder, in elkaar geslagen door een groepje jongens en met castratie bedreigd door een groepje meisjes, om bij thuiskomst te ontdekken dat zijn moeder ervandoor is met de man die ze de melkboer noemde. Het is nogal wat, maar de 9-jarige Tom blijft er zo opgewekt naïef bij dat je de neiging krijgt het boek naast je in bed te leggen en in slaap te aaien.

Tom krijgt het nieuws over zijn moeder te horen van de tv, een modern apparaat dat overdag de kindertelevisie `Terry Telly' is, maar dat 's avonds verandert in Terrence Telly for groan ups (een kruising tussen grown ups, vowassenen, en to groan, kreunen, kermen, zoals bij seks). Dat is de andere overeenkomst met Remco Camperts tjeempie. Ook Kings boeken zijn geschreven in een eigen taal, een geheel eigen stijl. Hij roept een onschuldige wereld op waar de boze werkelijkheid niet bij kan komen. De jurken van Toms moeder hangen in een war drobe, een verrassing is een sir prize, kinderen met bijles hebben special knees. De namen die King verzint zijn soms wel flauw: de allochtone buurman heet `Fatwa Jihad', de enge meester `Mr. Stricter', en Tom is door zijn moeder zo genoemd omdat Tom Boler klinkt als `tombola' en ze van te voren niet wist of hij goed of slecht zou uitpakken.

Maar in het algemeen is Kings taal de grote kracht van zijn boeken. Hij schrijft in de ik-vorm, en die interne monologen slepen je volledig de gedachten van de personages binnen. In Tom Boler blijft het, als in een echte kinderwereld, altijd nu, want Tom vertelt in Engelse -ing-werkwoordsvormen wat hij aan het doen is. Als Terrence Telly hem heeft uitgelegd dat `seks net zoiets is als zoenen, maar dan erger': dat zijn moeder het doet met de melkboer die geen melkboer is, en dat zijn vader in de gevangenis zit waar hij 's nachts verkracht wordt door grote harige mannen, dan staat er kinderlijk simpel: `Me noddin. Learnin. It is a birds an a bees.'

Je zou kunnen denken dat het vermoeiend lezen is, zo'n hele in kindertaal geschreven roman. En dat is het ook, zowel Boxy an Star als Tom Boler heb ik halverwege even een paar dagen moeten wegleggen. Niet omdat het flauw wordt, maar omdat je door die kindertaal wordt meegezogen in Kings fantasiewereld, en die is vaak één overdonderende seks- en drugstrip.

Er valt gelukkig ook veel te lachen om Tom Boler. Om alle taalgrappen. Om ontbijtgranen gemaakt van `reconstituted cereal extract'. Om de gedachte dat alle bouwvakkers in het geheim homo zijn en alleen naar de meisjes fluiten om dat te verbergen. Om de travestiet Boxy, die de ene coming-out party na de andere houdt, en wel drugs dealt maar niet tegen zijn vader op kan. Maar waar Camperts Liesje vrolijk door het leven dartelde, staat bij King de dood voortdurend toe te kijken en is er geen fictie meer die troost. Dan is het echte leven misschien nog beter.

Daren King: Tom Boler. Jonathan Cape, 218 blz. €21,75

    • Ellen de Bruin