Duitse schilders op Saatchi's tweede`Triumph'

Waar zijn de kunstenaars? Bij binnenkomst van The Triumph of Painting: Part Two in de Londense Saatchi Gallery dringt die vraag zich onherroepelijk op. De Britse bezoekers bedoelen dan: waar zijn de Britse kunstenaars? Want Charles Saatchi, bekend beschermheer van Brit Art, koos niet één Brit uit voor het tweede deel van zijn ambitieuze schildertentoonstellingenreeks. Bevatte deel één nog werk van de Schot Peter Doig, in deel twee zijn er `slechts' Duitsers en een Pool te zien. En daar hebben de Britse critici en kunstenaars best een beetje moeite mee. Kort na de opening van The Triumph, 2 sloop kunstenaar Stuart Semple zelfs naar binnen om in een van de zalen een eigen werk op te hangen, waarop in grote letters ,,British painting still rocks'' te lezen viel.

Voor minder anglocentrische bezoekers blijft echter de vraag: waar zijn de kunstenaars die ons beloofd zijn? Na het mooie maar risicoloze eerste deel stond ons volgens de catalogus werk te wachten van onder andere Dana Schutz, Daniel Richter, Michael Raedecker en Cecily Brown. Geen van deze schilders maken echter deel uit van The Triumph, 2. Saatchi's reeks, die een drieluik had moeten worden, is inmiddels namelijk stilletjes opgedeeld in zes afleveringen, die zich uitstrekken tot 2007. Vanaf november dit jaar tot februari 2006 loopt deel drie, met Schutz en Raedecker, plus twee kunstenaars uit het oorspronkelijke deel drie, en twee nieuwe namen, Matthias Weischer en Inka Essenhigh. In deel vier (begin 2006) en vijf (medio 2006) is een soortgelijke combinatie te zien van geplande en nieuwe namen, terwijl het (voorlopige?) sluitstuk, van september 2006 tot april 2007, slechts de intrigerende aankondiging `Nieuwe jonge artiesten' kreeg. Vermoedelijk loont het de moeite de Saatchi Gallery website in de gaten te houden alvorens een bezoek te plannen. Daarop zijn ook spannende voorproefjes van de nieuwe kunstenaars te zien.

In deel twee concentreert Saatchi zich op de Duitsers, volgens een zegspersoon een ,,huidige favoriet'' van hem. Terugkerende thema's zijn de verwerking van het beladen verleden, kritiek op het consumentisme en globalisering, en de dreiging van geweld of een op handen zijnde catastrofe. In het werk van Dirk Skreber, dat de tentoonstelling op prominente wijze opent en besluit, speelt dat laatste een grote rol. In spectaculaire doeken, opvallend zelfverzekerd van kleurgebruik en kwastvoering – de verf glinstert je levensecht tegemoet – toont hij ontmenselijkte scènes, vaak vanuit het perspectief van een bewakingscamera of luchtfotografie, waarin zich net een ramp heeft voltrokken of staat te gebeuren.

Twee treinen razen op elkaar af in een idyllisch boslandschap, zo geschilderd dat het van een afstandje een fotografische precisie heeft, terwijl je van dichterbij vooral Skrebers pure plezier in de verfklodders zelf ziet. Een onmogelijk realistische zilveren locomotief op een ander doek blijkt bij nader inzien kundig opgebouwd uit aluminiumfolie. Buitengewoon fraai zijn een aantal overstroomde landschappen, vanuit de lucht gezien. Uit het modderbruine water steken her en der daken van huizen of auto's als kleurvlakken in een uitgekiende abstracte compositie.

Na de technische brille van Skreber doet het werk van Albert Oehlen aan als het gekras van nagels over een schoolbord. Dat is ook precies de bedoeling. In een afzichtelijke vermenging van stijlen, met opzet afstotelijk geschilderd, beoogt Oehlen, als waardige erfgenaam van Martin Kippenberger, niets minder dan het failliet van de schilderkunst zelf aan te tonen, en haar onvermogen te communiceren. Daar slaagt hij in (en bewijst zo dus, ironisch genoeg, toch de `triomf' van diezelfde kunst). Maar genietbaar is anders.

Dat is wel het werk van de enige Pool hier, Wilhelm Sasnal, onder meer bekend van zijn grafische portret van rokende popster Peaches. Sasnal verwijst in zijn werk naar het communistische tijdperk, in de vervaagde kleuren en fotorealistische stijl die we al kennen van Tuymans en diens navolgers. Oorspronkelijker is Kai Althoff, na Skreber een tweede hoogtepunt van de tentoonstelling. Hij grijpt ook terug op het verleden, maar dan met verwijzingen naar Grosz en Schiele, en folkloristische elementen. Zijn licht homo-erotische, soms gewelddadige tafereeltjes zijn opmerkelijk teder geschilderd. Een ongetiteld werk met Jezus en de zondaar rijmt mooi met Marlene Dumas' The Passion, dat nog steeds in een apart kamertje te zien is.

Met ook nog werk van de `trippy', quasi-psychedelische Franz Ackermann en `post-kubist' Thomas Scheibitz, is Saatchi er in geslaagd om, ondanks het gehalveerd aantal kunstenaars, van The Triumph, 2 een substantiële aflevering te maken. Er zit niets anders op dan de volgende delen vol verwachting te blijven volgen.

Tentoonstelling: The Triumph of Painting Part Two, t/m 30/10 in de Saatchi Gallery, South Bank, London. Inl. 0044-2078232363 of www.saatchi-gallery.co.uk.

    • Corine Vloet