De waarheid over Conan Doyle

Geen van Julian Barnes' eerdere romans was meer dan half zo lang als zijn nieuwste, een werk over een ware geschiedenis met als hoofdpersonen Conan Doyle en een advocaat van Indische afkomst. Er is al gemopperd dat dezelfde inhoud best wat korter had gekund, maar Barnes zelf lijkt plezier te hebben gehad in dit werk, en hij houdt de vaart erin tot halverwege zijn uitgestrekte nawoord.

De grote publiekstrekker in de roman, sinds eergisteren op de longlist van de Man Booker Prize, is de schepper van Sherlock Holmes. Dat er veel over hem is geschreven sinds zijn dood in 1930 wil niet zeggen dat zijn levensgeschiedenis bekend is; en van zijn betrekkingen met George Edalji weten we nauwelijks iets. Het is mooi werk van Barnes dat de eerste helft van zijn verhaal vooral over George gaat zonder dat iemand zich bekocht zal voelen. De ervaringen van de jonge advocaat met zijn Indische voorkomen (al is zijn moeder Schots), die dagelijks uit een dorp bij Birmingham naar zijn kantoor in de stad reist, stemmen je niet vrolijk. Hij was (in werkelijkheid) en is (als romanfiguur) een onberispelijke burger die telkens hatelijke dreigbrieven krijgt van anonieme racisten; en die dan ook nog gearresteerd wordt op de onwaarschijnlijke verdenking dat hij als nachtwandelaar een aantal dieren in de wei dodelijk verwond heeft. In het najaar van 1903 staat hij terecht en wordt op grond van gebrekkig bewijsmateriaal veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf.

De stemmen die meteen al uit het publiek tegen deze uitspraak opgaan, zijn niet sterk en niet hardnekkig genoeg om een protestbeweging op gang te brengen. Barnes laat ons meeleven met de drie gevangenisjaren van George waarin hij zich een techniek van minimaal leven eigen maakt. Intussen rommelt buiten de gevangenis de overtuiging dat zijn veroordeling onterecht was sterk genoeg door om in 1906 zijn vervroegde vrijlating te bewerkstelligen – zonder herziening van het proces, zodat hij niet onschuldig wordt verklaard en niet langer de advocatuur mag uitoefenen.

Op dat punt in het verhaal komt zijn medehoofdpersoon in actie: Sir Arthur Conan Doyle, die de zaak niet eerder had opgemerkt, gaat zich er nu mee bemoeien. Hij wil eens iets anders doen dan denkbeeldige misdaden laten oplossen door de speurder met de pijp. Na twee maanden ontzenuwt hij in twee lange artikelen in de Daily Telegraph zoveel van het bewijsmateriaal voor Georges veroordeling dat vrijlating niet meer genoeg is. Er komt herziening van het proces; de autoriteiten worden in hun eer gelaten en George krijgt een free pardon, zodat hij de advocatuur kan hervatten.

Behalve de spanning van de twee verhaaldelen – zowel tot aan het ontslag van George als dat van rechtsvervolging – houdt Barnes ook de aandacht vast met uiteenzettingen van juridische compromissen, halve maatregelen die daardoor worden getroffen en de behoefte zaken niet op de spits te drijven. Daardoor is de roman een studie van zowel George (in wie niemand zich nog verdiept had), als van de Engelse omgangs- en onderhandelingstechnieken.

De juridische en politieke elementen in de roman lengt Barnes tactvol aan met een dubbele liefdesgeschiedenis. Doyle heeft het goed met zijn eerste vrouw, maar zij leeft vanwege tuberculose haar laatste jaren als kasplantje. Een hele tijd vóór haar dood vindt hij naast die ware liefde een nog waardere tweede liefde, die hij verborgen houdt zonder zichzelf ervan te kunnen overtuigen dat deze affaire een Engelse gentleman waardig is.

Barnes is goed in beweging gebleven met zijn nieuwe, enigszins breedsprakige manier van schrijven. Alleen het nawoord had hij mogen weglaten. Dat is een extra hoofdstuk over het leven van George (hij stierf in 1953) na de dood van Conan Doyle, en vooral over de herdenkingsdienst. Die had de vorm van een spiritistische séance. Dat Conan Doyle in zijn latere jaren een toegewijde spiritist was, is vaak verteld. Die séance heeft hier alleen weinig betekenis: die dient alleen om George nog een keer te vertonen. Een overtollig nawoord dus, maar daar staat wel een kort, onderhoudend slothoofdstuk tegenover – over de laatste jaren van de historische hoofdpersonen.

Julian Barnes: Arthur & George. Jonathan Cape, 360 blz., €20,--

    • J.J. Peereboom