De schilderkunst is niet dood

In de kunstwereld heersen hardnekkige misverstanden. Het Cultureel Supplement doet in de zomermaanden een poging om deze te ontkrachten.

Deze week: hedendaagse beeldende kunst.

1 Moderne kunst is hetzelfde als hedendaagse beeldende kunst

De term hedendaagse kunst wordt nogal eens verward met moderne kunst. Met die laatste term wordt in de kunstgeschiedenis grofweg de periode aangeduid vanaf het fauvisme, alweer een eeuw geleden, tot en met Pop Art. Al zijn er ook geleerden die de moderne kunst al halverwege de negentiende eeuw laten beginnen met het realisme. Ook over de term beeldende kunst ontstaat nog wel eens verwarring. Die omvat uiteraard meer dan alleen beeldhouwkunst.

2 Hedendaagse kunst is onbegrijpelijk

Natuurlijk, er zijn van die kunstenaars die de toeschouwer volledig aan zijn lot overlaten. Die een museumzaal volstouwen met spullen en het dan aan de beschouwer overlaten om in de rotzooi een diepere betekenis te ontdekken. Of die een tentoonstellingsruimte juist helemaal leeg laten en dan vervolgens een catalogus volschrijven over de symboliek van hun daad. Maar dat zijn gelukkig uitzonderingen. De meeste kunst die tegenwoordig gemaakt wordt is juist heel toegankelijk. Figuratie is weer helemaal in. Kunstenaars schamen zich er niet meer voor om schattige dieren te laten poseren voor hun schilderijen (Jeroen Allart), beelden (Tom Claassen) of foto's (Charlotte Dumas). Ze portretteren hun kinderen (Marlene Dumas), die van hun vrienden (Kiki Lamers) of zichzelf (Rosemin Hendriks). En wie denkt aan de stoere-mannenbeelden van Joep van Lieshout, de jonge-meisjesfoto's van Rineke Dijkstra of de gelikte-mensenvideo's van Mischa Klein kan alleen maar concluderen dat de kunst van tegenwoordig zo moeilijk nog niet is.

3 Hedendaagse kunst is elitair

Veel mensen denken bij hedendaagse kunst aan steriele witte galeries waar op zondagmiddag dames en heren bijeenkomen om zich, met een glas champagne binnen handbereik, op de hoogte te stellen van de laatste ontwikkelingen in de scene. Die types bestaan, uiteraard. Maar hun gewichtigdoenerij is zeker niet representatief. De kunst zelf namelijk staat vaak heel dicht bij het alledaagse leven. Die ontstaat op straat, in de buitenwijken van Berlijn of Rotterdam, in gekraakte loodsen of verlaten schoolgebouwen. Op dit moment heel populaire kunstenaars als Marc Bijl of Erik van Lieshout komen duidelijk voort uit subculturen als de punkbeweging of de rapscene. Zij spreken de taal van anarchisten en hiphoppers. Daar is niets elitairs aan.

4 Hedendaagse kunst is het con tact met het publiek verloren

Vooral musea doen tegenwoordig krampachtige pogingen om het publiek aan zich te binden met kunstontbijten, lunchboxen en dansavonden. Om hoge bezoekersaantallen te halen worden liever oude succesnummers uit Pop Art, Haagse School of De Stijl getoond dan werk van aanstormende talenten. Dat is vreemd, want veel hedendaagse kunst is heel goed in staat om met het publiek te communiceren. Toen de destijds nog niet zo bekende IJslandse kunstenaar Olafur Eliasson in 2003 de entreehal van Tate Modern voorzag van een reusachtige ondergaande zon, wisten ruim twee miljoen bezoekers het museum te vinden.

Je kunt zelfs stellen dat eigentijdse kunst nog nooit zo publieksvriendelijk was als nu. Kunstenaars als Jeanne van Heeswijk, Thomas Hirschhorn of David Bade zoeken de toeschouwer actief op. Zij trekken buurthuizen of buitenwijken in om samen met de plaatselijke bevolking nieuwe kunstwerken te creëren. Vergelijk dat eens met bijvoorbeeld het in zichzelf gekeerde minimalisme van de jaren zestig of de starre conceptuele kunst uit de jaren zeventig. Dan is de huidige kunst een stuk socialer.

5 Hedendaagse kunst is slecht gemaakt

Het is nog steeds een veelgehoord cliché: `Dat kan mijn kleine broertje/ neefje/ dochtertje ook'. Vaak wordt er op zo'n moment gekeken naar een woest geschilderde voorstelling, een kriebelig schetsje of een schokkerige video. De tijd dat het hyperrealistisch naschilderen van stillevens of landschappen het hoogst haalbare was voor een kunstenaar ligt nu eenmaal alweer enkele eeuwen achter ons. En op academies heeft het tekenen naar model intussen plaatsgemaakt voor lessen in kunstmanagement.

Maar dat betekent niet dat kunstenaars zich tegenwoordig niet meer voor technieken interesseren. Er lijkt juist sprake van een toegenomen professionalisering op dat gebied. Veel kunstenaars huren vaklieden of technici om hen te assisteren. Maria Roosen laat haar glasobjecten blazen in Leerdam, Thom Puckey gaat voor zijn marmeren beelden naar de experts in Italië. Steeds meer fotografen en videokunstenaars werken met assistenten. Olafur Eliasson geeft inmiddels leiding aan een team van zo'n vijftien medewerkers, Damien Hirst heeft nog meer mensen in dienst om zijn kunstproductie in goede banen te leiden. De kennis is dus in huis. Als een kunstvideo er desalniettemin schokkerig uitziet, of als een foto alsnog onscherp is, dan is dat vast een bewuste keuze.

6 De schilderkunst is dood

Sinds de uitvinding van de fotografie wordt er al geroepen dat de schilderkunst geen toekomst meer zou hebben. Maar ook de opkomst van film, televisie, video, computerspel en dvd heeft er niet voor kunnen zorgen dat schilderijen achterhaald raken of uit beeld verdwijnen. Zeker, er waren tijden dat de schilderkunst het moeilijk had. In 1997 bijvoorbeeld, toen Catherine David op de door haar samengestelde Documenta geen enkel schilderij toonde omdat schilderkunst volgens haar `op haar best academisch en op haar slechtst reactionair' was. Toch studeren er ieder jaar weer nieuwe schilders af en blijven de musea voor het grootste deel gevuld met doeken. De recentste overwinning van de schilderkunst is de zesdelige tentoonstellingsreeks The Triumph of Painting in de Londense Saatchi Gallery, waar tot 2007 uitsluitend schilderijen zullen worden getoond van hedendaagse sterren als Marlene Dumas, Luc Tuymans, Franz Ackerman en Michael Raedecker.

7 Iedereen maakt videokunst en alle videokunst is saai

Vooral op grote kunstmanifestaties als de Biennale van Venetië of de Documenta in Kassel lijkt het vaak of vandaag de dag zo'n beetje alle kunstenaars met de videocamera in de weer zijn. Dat komt vooral doordat videokunst behalve veel ruimte – steeds weer die verduisterde zalen – ook veel tijd in beslag neemt. Naar een schilderij kijk je gemiddeld een seconde of twintig, een video vergt heel wat meer investering van de kijker.

Dat hedendaagse videokunst saai is, is een misvatting. Wie ook maar even terugdenkt aan de experimentele video's uit de vroege jaren zeventig, waarin kunstenaars als Vito Acconci of Bruce Nauman eindeloos kunstjes uitvoerden voor de camera, weet wat een verademing de hedendaagse Eénminutenvideo's kunnen zijn.

Probleem is vooral dat wij zo gewend zijn geraakt aan de snelle montage in tv-series en Hollywood-films dat een stilstaand shot van enkele seconden al gauw een eeuwigheid lijkt. Wat ook niet helpt zijn de vaak beroerde kijkomstandigheden in musea. In het beste geval staan er wat klapstoeltjes, maar meestal wordt het de koude vloer. Dat de video-installatie van Pipilotti Rist deze zomer een van de populairste werken op de Biennale van Venetië is, heeft dan ook vooral te maken met het comfort dat haar kunstwerk biedt: liggend op een matras in een kerk naar een bewegende plafondschildering kijken is geen straf.

8 Hedendaagse kunst is onbetaalbaar

Er zijn kunstenaars die waarschijnlijk ons aller budget te boven gaan. Voor een foto van Thomas Struth of een schilderij van Marlene Dumas mag je bij Galerie Paul Andriesse enkele tienduizenden euro's neerleggen. En zou je dat geld wel hebben, dan kwam je er als particulier waarschijnlijk nog niet tussen. Vaak hebben de werken al voor de opening van de expositie een bestemming gevonden in een museum of bankkantoor. Veel slimmer is het om naar eindexamenexposities of open-atelierdagen te gaan en jonge talenten te ontdekken voordat galeries ermee aan de haal gaan en hun percentages in de prijzen doorberekenen. Dan kun je nog wel eens een tekening of foto voor minder dan honderd euro of een schilderij voor nog geen vijfhonderd euro op de kop tikken. Overigens kun je in de meeste galeries kunst op afbetaling kopen via de Kunstkoopregeling. Verspreid over 36 maanden wordt zelfs een werk van een bekend kunstenaar opeens betaalbaar.

9 De Nederlandse hedendaagse kunst verkeert in crisis

De afgelopen tijd is een reeks aan publicaties verschenen met titels als Kunst in crisis en All that Dutch. De boodschap lijkt steeds dezelfde: de Nederlandse kunst zit in een dip en mist aansluiting met de internationale kunstwereld. Internationale curatoren vertellen in interviews dat ze Nederland steeds vaker overslaan, Nederlandse kunstliefhebbers klagen dat belangrijke buitenlandse tentoonstellingen aan ons land voorbijgaan. Maar het is een misverstand dat dit iets te maken heeft met de kwaliteit van de Nederlandse kunst. Die is namelijk uitstekend. Talenten kent ons land genoeg. En dankzij de grote aantrekkingskracht van instituten als de Rijksakademie en de Jan van Eyck Academie kunnen we ook nog eens putten uit een reservoir aan jonge niet-etnische Nederlanders die hier zijn blijven hangen, onder wie Yael Bartana en Otto Berchem. De crisis lijkt vooral te liggen bij de musea en de kunstinstellingen die het nalaten spraakmakende tentoonstellingen te organiseren.

10 Curatoren zijn belangrijker dan kunstenaars

De macht van curatoren is groot. Zij zijn degenen die verantwoordelijk zijn voor de samenstelling van biënnales, documenta's en manifesta's. Zij mogen de wereld over vliegen, op zoek naar kunstenaars die in het door hen bedachte thema passen. Zij zijn de schrijvers van die al te vaak gortdroge teksten in catalogi. En het lijken er steeds meer te worden. Teams van twee, vier of soms zelfs twaalf tentoonstellingsmakers (zoals bij de Biennale van Venetië in 2003) worden aangesteld om de kunstevenementen te organiseren. De tentoonstellingen worden er helaas niet leuker op. Het zou gepaster zijn als al die curatoren een stap terug zouden doen en de eer zouden doen toekomen aan degenen die hem verdienen: de kunstenaars.

Volgende week: Tien misverstanden over de musical. Zie voor reacties op de eerste afleveringen: www.nrc.nl

    • Sandra Smallenburg