Blom overwint zichzelf

Rens Blom (28) is wereldkampioen polsstokhoogspringen. ,,Het was voor 80 procent een mentale overwinning.''

Het overwinnen van hoogten tot bijna zes meter is voor een polsstokhoogspringer tegenwoordig minder problematisch dan het slechten van mentale barrières. Rens Blom vond gisteravond bij de wereldkampioenschappen in Helsinki eindelijk een antwoord op het gebruikelijke gespook in zijn hoofd, bleef tegen zijn gewoonte in op kritieke momenten koel en veroverde met een sprong van 5.80 meter de wereldtitel. Blom is de eerste Nederlandse atleet die sinds de invoering van het WK atletiek in 1983 een gouden medaille wint.

Het kan verkeren, want na de Olympische Spelen keerde Blom vorig jaar tamelijk ontredderd terug uit Athene. Weer was een belangrijke wedstrijd de mist ingegaan en opnieuw kende zijn falen (negende plaats) mentale oorzaken.

Blom bleef maar gevoelig voor invloeden van buitenaf en nam zijn ergernissen mee in de wedstrijd. Met als gevolg dat er in de lange duur van een competitie polsstokhoogspringen altijd wel een mentaal breekpunt kwam. Blom: ,,Na `Athene' wist ik even niet meer hoe ik verder moest. Ik had het helemaal gehad. Ik had heel sterk het gevoel van: bekijk het allemaal maar. De lust tot springen was verdwenen en het heeft me echt een tijd gekost me opnieuw te motiveren.''

Een evaluatie van de Spelen en zijn loopbaan leerde Blom dat hij zijn wedstrijdinstelling moest versoberen. Hij moest voortaan ergernissen geen ruimte meer geven en zich concentreren op stok en lat. De wedstrijd, daar gaat het om, vooral de techniek die voor een polsstokhoogspringer op zich al complex genoeg is.

Met dat voornemen reisde Blom af naar Helsinki, benieuwd naar het resultaat van zijn veranderde houding. Hij werd flink op de proef gesteld, want de hele week was het slecht weer in Helsinki, voor polsstokhoogspringers een ramp en doorgaans een bron van ergernis. Daar kwam nog bij dat de kwalificatiewedstrijd dinsdag in een klucht eindigde nadat de Fin Matti Mononen de stellage kapot had gesprongen. De Limburger plaatste zich voor de finale met de voor zijn doen belachelijk lage hoogte van 5.45 meter. [Vervolg BLOM: pagina 8]

BLOM

Koningin en Balkenende prijzen Blom

[Vervolg van pagina 1] Voorheen liet Blom zich vaak van de wijs brengen door knulligheden, maar dit keer nam hij het luchtig op dat het slecht weer was. Het eerste teken van mentaal herstel.

Uiteindelijk kan vastgesteld worden dat zijn mentale weerbaarheid hem de wereldtitel heeft opgeleverd, want Helsinki bood gisteren allesbehalve ideale omstandigheden voor een goede wedstrijd polsstokhoogspringen. Het regende, zij het dat de wind weliswaar verraderlijk bleef, maar in vergelijking met de dag ervoor was die afgenomen.

Merkwaardigerwijs lieten Bloms concurrenten zich wel van de wijs brengen. Vooral Bloms goede vriend Tim Lobinger uit Duitsland wond zich over alles en nog wat op. Blom: ,,Ik zag hem met zijn vuist ergens tegenaan slaan en dacht: goed zo, jongen, ga zo door, dan heb ik weer een concurrent minder. Ik durf te stellen dat ik mijn wereldtitel voor 80 procent op mentale kracht gewonnen.''

De problemen die Blom gisteravond zelf moest overwinnen, logen er niet om. Hij had de grootste moeite zijn aanvangshoogte van 5.50 meter te overbruggen. Pas na ingrijpen van zijn Duitse coach Marc Osenberg lukt het hem in zijn derde poging een goede sprong te maken. ,,Ik moest op zijn gezag mijn aanloop anderhalve meter verlengen, omdat ik steeds niet goed uitkwam bij de insteekbak. Dat was de sleutel ot het succes, hoewel ik met veel geluk over 5.65 meter sprong. Normaal gesproken valt de lat eraf, maar deze keer bleef hij liggen. Bij zoveel fortuin kan het niet misgaan, dacht ik toen.''

Nadat Blom was overgebleven tot zijn verbazing viel de een na de ander af op 5.65 meter met de onbekende Amerikaan Brad Walker, werd de strijd om de wereldtitel beslecht op 5.80 meter. Blom bedwong die hoogte in zijn eerste poging zó overtuigend en zó soeverein, dat toen de wereldtitel vaststond. ,,Dat gevoel had ik zelf ook'', zei een dolblije Blom na afloop op de persconferentie.

Dat uitgerekend Bloms laatste sprong zijn beste was, had volgens hem ook weer te maken met zijn mentale weerbaarheid. ,,Ik prentte mezelf voortdurend in: nog één keer, nog één keer. Ik wilde hoe dan ook die wereldtitel; deze kans mocht ik niet laten glippen. Ik had door de kou overal spierpijn, maar die laatste sprong moest goed, hoe dan ook.''

Tot geluk van Blom was zijn enige concurrent een international onervaren Amerikaan, die al lang blij was met een zilveren medaille. Walker liet na een eerste foutsprong over 5.80 meter de lat voor een tweede poging nog wel op 5.85 meter leggen, maar die poging was vooral ingegeven door bluf en niet door realiteitszin.

Walker faalde en kwam zelfs niet in de buurt van de hoogte, waarna Blom zich verzekerd wist van de wereldtitel en gewikkeld in de Nederlandse vlag aan de voor kampioenen gebruikelijke ereronde mocht beginnen.

Zowel premier Balkenende als koningin Beatrix feliciteerde Blom met zijn wereldtitel. De premier prees de atleet die volgens hem ,,een mooie bijdrage heeft geleverd aan het Oranjegevoel''.

De prestatie van Blom werd in Helsinki ook goedkeurend aanschouwd door zesvoudig wereldkampioen Sergei Boebka, de man die in 1983 in hetzelfde stadion de wereldtitel veroverde met een sprong van 5.70 meter, tien centimeter lager dan de winnende jump van Blom. De Oekraïener Boebka besloot in 1994 bij het EK nooit meer in Helsinki te springen. Veel te gevaarlijk vanwege de wind. Op Blom kreeg het weer geen greep.

    • Henk Stouwdam