`Zo gaat dat in het leven. Je moet het geld wel verdienen' Stefan Hulman

Een wethouder benoemen voor zowel het openbaar vervoer als de cultuur, één man parkeerproblemen laten regelen en de opera, dat kan alleen in Nederland. Stefan Hulman is in Rotterdam wethouder van Transport en Kunstzaken. Organiseert hij vioolconcerten bij de uitgang van de tramremise? Laat hij designers de parkeermeters legen?

Ben je gek.

Men acht het vanzelfsprekend dat een Hulman overal verstand van heeft. Dichters mogen zich niet met 's lands financiën bemoeien en banketbakkers niet met het vreemdelingenbeleid, maar elke politicus is een universeel genie. Als een wethouder twee verkeersborden uit elkaar kan houden moet hij wel benul hebben van creativiteit.

Probeer een Hulman niet tegen te spreken. Hulman komt van de militaire academie en is nog een tijdje beroepsofficier geweest. Zo'n houwdegen duldt niet de minste tegenspraak. Bestuurskunde, Rotterdam, bruggenbouwer, voetbal, dat soort kerel. En dat soort kerel hoort nu eenmaal bij toneel, muziek, schilderkunst – als Betje Wolff bij Aagje Deken.

Tot niemands verbazing.

Als manager Hulman zijn managerhoofd opent en uit zijn managerklep cultuursturende managerwoorden laat rollen, dan horen we geen nieuws. Hij heeft een bestuurlijke managerkijk op alles. Ouwe wijn in ook al niet meer zo nieuwe zakken.

De militair en de manager ontfermen zich over de kunst. Hoe ontfermen ze zich over de kunst? Door militante taal uit te slaan. Door pal door de glazen voordeur te rennen. Door precies te weten ,,hoe het gaat in het leven''.

Door kunstenaars nog net te dulden in de rol van dienstvaardige boodschappenjongens.

Een in de knop gebroken militair en halfopgeleide bestuurskundige als Hulman is, toegegeven, goed genoeg voor de job Vervoer. Hij moet er op letten dat alles op tijd aankomt en vertrekt. Hij moet de kosten in de gaten houden. Echt iets voor de Hulmannen onder ons.

Vervolgens worden spoorboekje en knipkaart toegepast op de kunst.

De kunst moet volgens Hulman helpen bij het oplossen van grote-stadsproblemen als integratie en veiligheid. Kunstenaarscollectieven met nieuwe, verfrissende ideeën zijn bij hem ,,meer dan welkom''. Theaters en musea, het zou wat, de cultuur moet de wijken in.

,,Subsidie moet je verdienen'', zegt de wethouder van Vervoer, die 110 miljoen euro over de cultuursector heeft te verdelen.

Owee als iemand niet aan zijn dienstregeling voldoet.

Opnieuw tovert hij het oeroude systeem uit de hoed van beloning en straf, uitgedeeld door politici. Nu een suikerklontje, dan een spons met azijn, om de wind er onder te houden. Kunst als verkapte regeringszaak.

Politici die hun subsidie niet verdienen hoeven weinig te vrezen. Ze schuiven door naar nog mooier hoogten. Alleen de kunst dient op haar tellen te passen.

In alles is Hulman even ouderwets. Hij is op zoek naar nieuw en jong en verfrissend, maar ook naar design, mode en nieuwe media. Naar groeibriljanten en broeinesten. Naar mensen die ,,de midden- en hoge inkomens naar de stad moeten trekken''.

Verdienen deze lokeenden ook nog eens subsidie? Ze verdienden toch al gewoon?