`Zeeën van markten liggen voor ons open'

Auto's, vliegtuigen en bussen gaan op olie of gas. Maar niet lang meer, voorspelt directeur Erik Middelman van Nedstack. Zijn bedrijf heeft een brandstofcel ontwikkeld die werkt op waterstof. De eerste toepassingen komen dit jaar op de markt.

Hand schudden, glas water regelen. Daarna begint Erik Middelman meteen over het blauwe kastje dat op de vensterbank staat. Het lijkt op een accu. Middelman wil er... nee... gáát er een rol mee spelen in de wereld waarin auto's, trucks, vliegtuigen en energiecentrales niet langer op vervuilende brandstoffen als benzine, gas of steenkool lopen, maar op het veel schonere waterstof. ,,En die wereld komt er sneller dan menigeen denkt'', zegt Middelman, directeur van het Arnhemse bedrijf Nedstack.

In een warme vergaderkamer op de eerste verdieping somt hij op: de prijs van olie ligt erg hoog. Dieselmotoren stoten fijn stof uit. Door inademing sterven daar wereldwijd jaarlijks honderdduizenden mensen voortijdig aan. En bij de verbranding van fossiele brandstoffen komt het broeikasgas kooldioxide vrij, dat zich als een dikke deken om de aarde legt en haar opwarmt. Genoeg redenen om in te grijpen, meent Middelman. Hij wijst naar de vensterbank. ,,Een deel van de oplossing staat daar.''

De officiële naam van het blauwe kastje luidt brandstofcel. Volgens sommigen de motor van de toekomst. Hij werkt op waterstof en zuurstof, en levert elektriciteit. Het enige dat hij uitstoot is onschuldige waterdamp. Dus geen fijn stof of kooldioxide, zoals de traditionele verbrandingsmotor. En hij ronkt niet, maar is stil. Eigenlijk is het blauwe kastje meer dan een brandstofcel, zegt Middelman. Het is een stapeling van tientallen cellen, een zogenoemde stack (vandaar de naam). Elke cel is 15 bij 25 centimeter, en niet meer dan enkele millimeters dik. Zo'n dun plaatje is weer opgebouwd uit vijf lagen. Elk heeft zijn eigen functie, zoals de aanvoer van waterstof en het geleiden van de stroom.

Nedstack is niet de enige ter wereld die brandstofcellen maakt, legt directeur marketing en verkoop Jan Piet van der Meer uit op een eveneens warm kantoor, naast de vergaderkamer. Daar zit 'm het vernieuwende van het bedrijf ook niet. Wereldwijd zijn er ruim tien serieuze concurrenten, waarvan twee in Europa. Het draait eerder om het keiharde prijsbeleid waarmee Nedstack zich probeert te onderscheiden. ,,Wil je als eerste markten aanboren, dan moet je je prijs omlaag brengen. En snel'', zegt Van der Meer. Volgens hem is alles en iedereen bij Nedstack daarop ,,gedrild''. Over een verbetering aan de bestaande brandstofcel valt alleen te praten als die de prijs drukt. Middelman knikt instemmend. ,,Dat is overigens niet makkelijk'', zegt hij. ,,Daarvoor moet je heel wat innoveren.'' Zo is de architectuur van de elektroden, waaraan de belangrijkste chemische reacties plaatsvinden, ingrijpend aangepast. Verder is de dikte van de middelste membraan teruggebracht tot een negende van wat hij ooit was. ,,Je bespaart zo veel materiaal, en dus kosten'', zegt Middelman.

Nedstack heeft zich tot doel gesteld de prijs per kilowatt elk jaar te halveren. Tot nu toe lukt dat aardig. Lag de prijs vijf jaar geleden nog op 40.000 euro per kilowatt, inmiddels is die gezakt naar 1.000 euro. Volgend jaar gaat het naar 500 euro, weet Middelman. En het jaar daarop gaat er nog eens de helft af. ,,Zo bieden we het onze klanten ook aan'', zegt hij. ,,Degene die nu bij ons bestelt voor het jaar 2007, garanderen wij die prijs van 250 euro per kilowatt. Daarmee steken we onze nek uit.''

Bij een prijs van 800 euro per kilowatt begint de brandstofcel van Nedstack te concurreren met de bestaande accu's die bijvoorbeeld vorkheftrucks aandrijven. Bij 250 euro per kilowatt concurreert het bedrijf met de aandrijving van bussen. Duikt Nedstack onder de 80 euro dan komt het op de markt van de turbodieselmotoren voor personenwagens. Onder de 45 euro lonkt de enorme markt van benzinemotoren. ,,Als het je lukt om steeds als eerste met je brandstofcel op een goed prijsniveau te komen, dan liggen er zeeën voor je open'', zegt marketingdirecteur Van der Meer. En dat blijkt.

Nog dit jaar bouwt het bedrijf het eerste deel van een installatie die uiteindelijk moet uitgroeien tot de grootste brandstofcelcentrale ter wereld. Dat gebeurt samen met chemieconcern Akzo Nobel. De centrale komt in Rotterdam te staan, en gaat haar stroom leveren aan de grote chloorfabriek van Akzo. Met een vermogen van 50 megawatt. Dat is vergelijkbaar met het gemiddelde jaarverbruik van 100.000 Nederlandse huishoudens. Verder heeft Nedstack pas een contract getekend met een Canadees bedrijf dat aandrijvingen voor vorkheftrucks maakt. Het levert aan multinationals zoals supermarktketen Wal-Mart. Vorkheftrucks rijden nu nog op accu's, zegt Van der Meer. Die gaan echter maar een uur of acht mee, en het opladen ervan neemt evenveel tijd in beslag. ,,Wil je 24 uur per dag werken, dan moet je dus accu's op voorraad hebben. Dat kost ruimte en geld'', zegt hij. Een vorkheftruck kan bijna een hele dag rijden op een tank waterstof, en die is binnen twee minuten weer volgetankt.

De discipline die Nedstack zichzelf oplegt, liet zich niet meteen raden bij aankomst. Het bedrijf ligt op een oud industrieterrein in Arnhem met veel chemiebedrijven. Het pand is bouwvallig en slecht geïsoleerd. Op de begane grond, in een van de laboratoria, ligt her en der puin. Zwarte waterslangen zijn provisorisch aan de muren bevestigd. Middelman legt uit dat ze net in een verbouwing zitten, en dat het testwerk intussen gewoon moet doorgaan. Er wordt voor een half miljoen euro geïnvesteerd in nieuwe apparatuur. Natuurkundige Hans Bosman is ermee aan de slag. Hij zit achter een borrelend bakje water waar draden uit steken. Hij test de zogeheten bevochtiger, legt hij uit. ,,Ons type brandstofcel heeft bevochtigde waterstof en lucht nodig. Vroeger vond die bevochtiging buiten de stack plaats, nu is hij erin verwerkt. Dat drukt de kosten en maakt het systeem compacter'', zegt Bosman, die een vaal T-shirt met daarop twee papegaaien draagt, en een fel oranje broek tot net over de knieën. Bosman werkt inmiddels drie jaar bij Nedstack. ,,Hij is onze meester in improviseren'', zegt Middelman over hem. Zo heeft Bosman onlangs zelf binnen twee dagen een warmtewisselaar in elkaar gezet, voor drie tientjes aan materiaal. ,,Als je zoiets moet bestellen ben je 10.000 euro en vier weken verder'', zegt Bosman. In de hoek voert Menno Koeman wat cijfers in de computer in. Hij is net afgestudeerd aan de Laboratoriumschool in Arnhem. Aan de muur bij zijn tafel hangt de stamboom van zijn familie. Hij blijkt een verre neef van de voetbaltrainers Erwin en Ronald Koeman. ,,Ik ken ze wel, maar zij mij niet zo heel erg goed'', zegt hij droogjes.

Middelman heeft zijn bedrijf zeven jaar geleden afgesplitst van Akzo Nobel, waar hij toen werkte. Hij ontwikkelde daar zonne- en brandstofcellen. ,,Ik kon de brandstofceltechnologie bij Nedstack onderbengen, maar in ruil moest ik wel het zonnecelwerk afmaken totdat er een proeffabriek stond'', zegt Middelman, die polymeertechnologie heeft gestudeerd aan de Technische Universiteit Eindhoven. Dat duurde tot 2003, zegt hij. ,,Zolang heb ik een dubbele baan gehad'', zegt Middelman, die een vrouw en twee kinderen (12 en 14 jaar) heeft. Bij de oprichting van Nedstack nam hij zeven werknemers van Akzo mee. ,,Die vervulden toen 1,7 fte'', zegt de directeur. Nu werken er 37 mensen.

Over een eventuele verhuizing naar China, om op loon te besparen, hoeft Middelman niet lang na te denken. Dat heeft voor Nedstack amper zin. De grootste kosten van de stack zitten in het materiaal. Met name platina, dat nodig is voor de splitsing van waterstof. ,,Daar betaal je in China net zoveel voor als in Arnhem, of New York.'' Aan platina is het bedrijf nu circa 30.000 euro per kilo kwijt. Een stack voor een personenauto zal naar verwachting circa 15 gram platina bevatten, omgerekend 450 euro. Als Nedstack eenmaal grote volumes van zijn stacks produceert, en dus veel platina afneemt, zal die prijs volgens Middelman wel wat gaan zakken. ,,Tot circa 22.000 euro per kilo. Dat is nog steeds veel'', zegt hij. Voordeel is dat het platina terug te winnen is uit `versleten' stacks die het bedrijf inzamelt.

Over vijf jaar zullen materiaalkosten 75 procent van alle kosten uitmaken, schat Middelman. Het aandeel van het loon schommelt dan rond de 5 procent. ,,Zoals het er nu uitziet blijven we in Nederland'', zegt hij. Hoewel het volgens hem wel een moeilijk land is om een nieuw, innovatief bedrijf op te zetten. ,,Er is een gebrek aan risicokapitaal.'' De eerste vijf jaar hebben de medewerkers van Nedstack daarom alles uit eigen zak moeten betalen. Sinds 2003 is er een investeerder. Middelman: ,,Iemand die veel geld heeft verdiend in de energiesector.''

Nedstack levert vooral aan Amerika en Japan, maar ook aan Canada, Spanje, Zwitserland, Italië, Frankrijk en Duitsland. De Nederlandse markt beslaat slechts 3 procent van de totale omzet. Die bedroeg vorig jaar 3,5 miljoen euro, inclusief subsidies uit Den Haag en Brussel. Middelman verwacht dat de markt voor stacks snel gaat groeien de komende jaren. Een gebrek aan waterstof, zoals soms wordt gezegd, is er in ieder geval niet. Oliemaatschappijen gebruiken nu al enorme hoeveelheden bij het ontzwavelen en kraken van ruwe olie. Volgens Middelman is Rotterdam, met al zijn raffinaderijen in de omgeving, de waterstofhoofdstad van de wereld. ,,De technologie is er, de waterstof ook'', zegt hij. Als het kabinet nu een wet zou invoeren die alle benzinestations in Nederland verplicht om binnen vijf jaar waterstof te leveren, dan is dat volgens hem goed haalbaar. Maar oliemaatschappijen zullen zich daartegen verzetten. Ze hebben 300 miljard dollar geïnvesteerd in raffinaderijen. Als zij opeens moeten overstappen op de productie van waterstof, in plaats van olie en gas, zullen ze die investeringen versneld moeten afschrijven. Dat drukt de winst. Middelman: ,,Voor zo'n wet is dus wel de nodige politieke durf nodig, gezien de enorme belangen van deze machtige industrie.''

Dit is het vijfde deel van een serie over innovatie in Nederland. Eerdere delen verschenen op 14 (MassiveMusic), 21 (Eco-Point) en 28 (Compa Tech) juli en 4 aug. (Ophtec).

Zie ook www.nrc.nl.