Schröder en Merkel

In 1998 trad Gerhard Schröder aan als sociaal-democratisch bondskanselier van Duitsland. Deze behendige politicus en opportunist uit overtuiging leidt nu zeven jaar het belangrijkste land van Europa. Vette jaren waren het niet. Het tijdperk-Schröder kan worden samengevat als een periode waarin binnenslands de werkloosheid en het begrotingstekort stegen bij afnemende economische groei, gevolgd door stagnatie. Schröders buitenlandse politiek, met name zijn anti-Amerikaanse opstelling inzake Irak, heeft het land en zijn relaties ook geen goed gedaan. De positie van Duitsland in de wereld kwam door de diplomatieke onbezonnenheid van de bondskanselier enige tijd onder druk te staan. Een hoogstnoodzakelijk plan voor hervorming van de verzorgingsstaat, in 2003 door Schröder ingediend, stuitte intussen op fel verzet in zijn eigen partij.

Schröders populariteit was tanende omdat zijn beleid faalde. De Duitsers leken hem zat. Na verloren regionale verkiezingen nam hij een wijs besluit: er komen vervroegde landelijke verkiezingen. Op zondag 18 september mag het electoraat zich uitspreken. Wordt het weer rood-groen, komen de christen-democraten van CDU/CSU aangevuld met de liberalen van de FDP aan de macht of wordt het een grote coalitie? Duitsland leek toe aan iets nieuws. Uit recente opiniepeilingen blijkt evenwel dat de Duitsers Schröder niet op voorhand willen afschrijven. Schröder is daarvoor ook te veel een vechter; een politicus die zijn kans pakt als deze zich voordoet.

Bovendien is het de vraag wat precies het christen-democratische alternatief is voor Schröders politiek. Die vraag valt samen met de leiderschapskwestie. Gelooft de Duitse kiezer in de beslotenheid van het stemhokje in Angela Merkel als toekomstig bondskanselier? Ze is lijsttrekker van de christen-democraten en zou als haar partij de verkiezingen wint de eerste vrouwelijke kanselier zijn. Ze heeft de concurrentie in eigen kring het zwijgen opgelegd, maar in de behoudender delen van de Bondsrepubliek – en dat zijn er niet weinig – heeft menig kiezer twijfels over `dit meisje uit het oosten'.

In een debat in de Bondsdag verweet Merkel haar opponent onlangs `politiek plamuurwerk'. Dit land, zei ze, heeft politiek uit één stuk nodig (`Politik aus einem Guss'). Het is een slagzin die er voor de televisie goed ingaat. Maar wat opvalt is dat Angela Merkel weinig precies is en vaak mysterieus glimlacht als haar wordt gevraagd wat haar politieke en economische ideeën zijn. Haar deus ex machina is de factor arbeid. In de Bondsdag zei ze dat werk voorrang boven alles heeft. Maar ook voor Schröder heeft werk topprioriteit. Merkel is het in feite eens met de hervormingsplannen van de SPD. Haar eigen financieel-economische maatregelen ogen bescheiden en vallen tegen als pakket dat de recessie moet bestrijden. Merkels minpunt is haar vaagheid. Ze is inhoudelijk en wat presentatie betreft nog niet overtuigend genoeg om de zittende bondskanselier te verslaan.

Inmiddels doet Schröder of zijn aflopende termijn een succes was. Zijn charme en naturel laten licht vergeten dat Duitsland er mede door hem economisch slecht voorstaat. Zijn trukendoos is leeg. Hij hoopt op een wonder. Merkel belooft een wonder, als de Duitsers maar op haar stemmen. De SPD gokt op een grote coalitie samen met de CDU. Maar voor zulke gedachtespinsels is het veel te vroeg. De verkiezingsstrijd moet eerst eens goed op gang komen. Liefst met meer polarisatie, zodat de opponenten kunnen laten zien waarvoor ze eigenlijk staan. De weinig geïnspireerde campagne doet het electoraat geen recht. Duitsland heeft reden om naar de stembus te gaan, maar het zou slecht zijn als dat gebeurt onder het motto: we hebben niets beters dan Schröder en Merkel.