Olieprijsexplosie

Toen Goldman Sachs in april als eerste een explosie van de olieprijs tot 105 dollar per vat voorspelde, gniffelden cynici dat dat vooral in het belang zou zijn van de omvangrijke energiedivisie van de zakenbank zelf. Maar nu de olieprijs is gestegen naar 65 dollar per vat en het aanbod krap is, begint de nachtmerrie van een prijsexplosie steeds realistischer te worden.

Wat is er voor nodig om het werkelijk zover te laten komen? Gezien de huidige capaciteitsproblemen niet eens zo heel veel. Als een explosie bij een raffinaderij in Texas de olieprijs al met een paar dollar per vat kan opdrijven, bedenk dan wat een staking in Nigeria of een aanslag op oliedoelen in het Midden-Oosten kan doen.

Maar de voorspelling van Goldman Sachs is niet zozeer gebaseerd op een plotse terugval van het aanbod, als wel op de schijnbaar niet te stuiten dorst naar olie. Omdat de reservecapaciteit beperkt is en het tijd zal kosten om daar wat aan te doen, kan de olieprijs alleen maar dalen als de consumentenvraag afneemt. En er wordt beweerd dat dat pas gaat gebeuren als de prijs boven de 100 dollar per vat uitkomt. Prijsexplosies zijn van nature kort en hevig. Consumenten en politici reageren meestal door het olieverbruik te beperken. En centrale bankiers kunnen de rente verhogen als zij bang zijn dat de duurdere olie tot een prijsspiraal zal leiden.

Het probleem met prijsexplosies is dat ze enorm ontwrichtend zijn. Consumptiebeperkingen trekken op de korte termijn een wissel op de wereldeconomie. En het risico bestaat dat de groeivertraging omslaat in een recessie als de centrale bankiers er op dezelfde manier intuinen als ze eind jaren zeventig deden.

Olieprijsexplosies zijn niet eens goed nieuws voor de oliesector. De producenten bulken uiteraard van het geld als de prijs hoog is. Maar het gevaar bestaat dat zij de markt niet goed begrijpen en de capaciteit te veel uitbreiden. Dat zou zelfs nu al aan de hand kunnen zijn. Volgens onderzoeksbureau Cambridge Energy Research Associates zal het aanbod de komende vijf jaar met 20 procent stijgen. Daardoor ontstaat op de middellange termijn mogelijk een overvloed aan olie, met name als de vraag aan banden wordt gelegd – hetgeen in de jaren tachtig en negentig ook gebeurde. Een van de ironische aspecten van deze hele geschiedenis is dat een eventuele prijsexplosie voor een deel het gevolg is van het tekort aan investeringen in extra capaciteit na de vorige prijsexplosie.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld.

    • Fiona Maharg-Bravo