Methaan borrelt op uit de bodem van West-Siberië

De permafrost, altijd bevroren grond, in West-Siberië lijkt in een ongekend tempo te smelten, met dramatische gevolgen voor de opwarming van de aarde.

Grote veengebieden in het westen van Siberië, die al sinds de laatste ijstijd – zo'n 11.000 jaar geleden – zijn bevroren, zijn in snel tempo aan het smelten. Daardoor dreigen miljarden tonnen methaan vrij te komen, met grote gevolgen voor de opwarming van de aarde.

In het wetenschappelijke tijdschrift New Scientist beschrijven Sergej Kirpotin van de universiteit van Tomsk en Judith Marquand van de universiteit van Oxford hoe de dorre, uitgestrekte en verlaten veengronden in een gebied ter grootte van Frankrijk en Duitsland samen veranderen in een landschap van modderpoelen en meertjes met soms meer dan een kilometer doorsnee.

Kirpotin vermoedt dat het smelten ,,drie tot vier jaar geleden'' is begonnen. Hij vreest dat sprake is van een ,,ecologische aardverschuiving die waarschijnlijk onomkeerbaar is en die zonder twijfel het gevolg is van klimaatverandering''. Volgens de onderzoekers is bijna het punt bereikt dat het smeltingsproces onomkeerbaar is.

Het methaangas dat ligt opgeslagen in de bevroren bodem zal bij het smelten zeer waarschijnlijk in de atmosfeer terechtkomen. Methaan is een zeer krachtig broeikasgas, twintig keer sterker dan kooldioxide. Het vrijkomen van grote hoeveelheden methaan zal dan ook het proces van opwarming van de aarde kunnen versnellen. Volgens Larry Smith, onderzoeker aan de universiteit van Californië, ligt in de West-Siberische bodem alleen al 70 miljard ton methaan opgeslagen, ongeveer een kwart van alle methaan in de aardbodem.

Het IPCC, een onder de vlag van de Verenigde Naties werkend internationaal panel van klimaatonderzoekers, heeft in het verleden herhaaldelijk gewezen op de risico's van het smelten van permafrost. Maar daarbij werd nog niet uitgegaan van de immense hoeveelheid methaan die zou kunnen vrijkomen. In voorspellingen over temperatuurstijging – de komende eeuw wereldwijd gemiddeld 1,4 tot 5,8 graden – houdt het IPCC hier dan ook geen rekening mee.

De klimaatverandering is in het westen van Siberië sneller gegaan dan elders. Uit berekeningen blijkt dat de temperatuur in het gebied de laatste veertig jaar gemiddeld met 3 graden Celcius is gestegen. Dat zou deels het gevolg zijn van menselijk handelen, maar ook van natuurlijke ontwikkelingen in het klimaat. Bovendien absorberen ijs en sneeuw minder zonnewarmte dan water en kale grond, wat de opwarming alleen maar verder versnelt.

Twee maanden geleden schreef de New Scientist dat in het oosten van Siberië de afgelopen jaren juist duizenden kleine meertjes zijn opgedroogd. Volgens het tijdschrift is dat echter de keerzijde van hetzelfde proces. Aanvankelijk begint de bodem aan de oppervlakte te smelten. Het water wordt opgevangen in kleine bekkens en blijft als het ware liggen op de ijslaag eronder. Die begint geleidelijk te smelten en als de ijslaag geheel verdwenen is, zakt het water weg in de grond.

Als de grond eenmaal volledig is opgedroogd, oxideert het methaangas waardoor het als kooldioxide de lucht in gaat. Maar als het methaan al vrijkomt in de nog vochtige grond, heeft het geen mogelijkheid om eerst te oxideren en gaat het rechtstreeks als methaan de lucht in. Katey Walter, wetenschapper van de universiteit van Alaska, ontdekte onlangs in Siberië gebieden waar het methaan opborrelde uit de meertjes, die daardoor zelfs in de winter niet meer dichtvroren.

Nu al kampen de Russische autoriteiten in heel Siberië – en ook in Alaska en het noorden van Canada – met de gevolgen van de ontdooiende bodem. Veel huizen zakken langzaam in doordat het tot voor kort bevroren fundament zijn stevigheid verliest, wegen worden onbegaanbaar door scheuren en gaten. Niet alleen gebouwen en wegen, maar ook de oliepijpleidingen in het gebied liggen in de bevroren grond. Als die, door het smeltingsproces van de bodem, scheuren kan dat in Siberië ook nog eens leiden tot een milieuramp van ongekende omvang.

    • Paul Luttikhuis