Memlings portretten zoeken toenadering

Portretten zijn er om een herinnering vast te houden, vooral als de geportretteerde in een oord ver weg verblijft, of overleden is. De vijftiende-eeuwse schilder Hans Memling lijkt in sommige werken, ter compensatie van de afwezigheid van de geportretteerde, de afstand tussen hem en de beschouwer zo klein mogelijk te hebben willen maken. Dat is te zien in een mooie tentoonstelling die het Groeningemuseum in Brugge wijdt aan Memlings portretkunst.

Hans Memling (die leefde van ca. 1435/40 tot 1494) verwierf in 1465 het burgerschap van de welvarende handelsmetropool Brugge, waar hij in korte tijd naam maakte met het schilderen van altaarretabels, devotiestukken en portretten. Van zijn nu nog bekende oeuvre van zo'n honderd werken, bestaat ongeveer eenderde uit portretten. Daarvan worden er 28 getoond; kwetsbare panelen afkomstig uit uiteenlopende collecties; in een geval is in de tentoonstelling een dubbelportret van een bejaard echtpaar, waarvan de onderdelen nu worden bewaard in respectievelijk Berlijn en Parijs, herenigd. In het portretgenre zette Memling een traditie voort die enkele decennia eerder in Brugge was gevestigd door Jan van Eyck en Petrus Christus. Zij hadden zich toegelegd op hypergedetailleerde en, ondanks het doorgaans kleine formaat van hun portretten, monumentale composities van halffiguren tegen een vaak egaal-donkere achtergrond. Memling nam het type van busteportretten in driekwart aanzicht over van zijn voorgangers, maar introduceerde daarnaast weidse, Vlaamse landschappen als achtergrond.

Memlings klanten waren waarschijnlijk veelal vertegenwoordigers van buitenlandse handelshuizen en bankfilialen in Brugge. Met name Italianen lijken belangstelling te hebben gehad voor werk van lokale schilders: Memling schilderde bijvoorbeeld een, overigens niet in Brugge geëxposeerd, prachtig dubbelportret van de Florentijn Tommaso Portinari en diens vrouw Maria Baroncelli – hetzelfde echtpaar dat kort daarna bij Hugo van der Goes een altaarstuk (nu in de Uffizi in Florence) bestelde voor een privé-kapel in hun vaderstad. Voor een schitterend geconserveerd portret van een man met een scherp gezicht, getooid met lang krullend haar, en een antieke munt in zijn hand, is recentelijk geopperd dat het de beeltenis is van de Venetiaanse humanist Bernardo Bembo, die in 1473 als gezant aan het hof van Karel de Stoute verbleef.

Verondersteld is wel dat de combinatie van een portret met een landschap tegemoet zou zijn gekomen aan de smaak van Memlings Italiaanse opdrachtgevers, die er zodoende ook een souvenir aan hun verblijf in de Nederlanden aan gehad zouden hebben. Toch lijkt het waarschijnlijk dat die buitenlanders hun portret niet zozeer lieten maken om voor eigen gebruik bij te mijmeren over hun verblijf in den vreemde. Meer voor de hand ligt de veronderstelling dat ze hun beeltenis opstuurden naar thuisgebleven verwanten of vrienden.

In enkele van Memlings portretten valt het op dat de schilder speelt met de relatie tussen geschilderde en echte ruimte, waardoor de geportretteerde op subtiele wijze dichter bij de beschouwer lijkt te komen. Zo schilderde hij soms een extra lijst in het portret, die achter de geportretteerde verdwijnt. Soms ook laat hij de handen van de geportretteerde rusten op de onderrand van de lijst. In het geval van het Portret van een jonge vrouw (1480) – het enige autonome vrouwenportret dat van Memling bekend is, en een van zijn weinige portretten die nog voorzien zijn van de oorspronkelijke lijst – zijn de vingertoppen van de vrouw op de lijst geschilderd, zodat het lijkt alsof ze zich lichtjes uit een raam voorover buigt.

Maar in minstens een geval is de ruimtelijke constructie duidelijk niet in de eerste plaats bedoeld om een relatie met de beschouwer te bewerkstelligen. Het prachtige tweeluik van Maarten van Nieuwenhove (1487) heeft links een paneel met een halffigurige Maria met kind, en rechts een met het portret van de opdrachtgever. De 23-jarige Brugse patriciër Van Nieuwenhove kijkt op uit het boek dat opengeslagen voor hem op tafel ligt, en richt zich met gevouwen handen tot Maria. Het perspectief waarin de wand van de kamer waarin hij zit is geschilderd, verraadt de hoek die het portretpaneel ideaal gesproken zou moeten maken met de devotievoorstelling (een hoek `tussen de 135 en 90 graden', meldt de catalogus). Op het eerste gezicht houdt de sterveling, ervan gescheiden door de lijsten van de panelen, gepaste afstand tot het heilige. Maar op de achterwand van de kamer waarin Maria zetelt, hangt een bolle spiegel die niet alleen haarzelf op de rug laat zien, maar ook, vlak naast haar en in dezelfde ruimte, de knielende Van Nieuwenhove.

Hoe duidelijk Memling in zijn portretten ook uitging van sjabloonachtige composities; dergelijke subtiele details maakt het bekijken van zijn portretten tot een klein feest.

Tentoonstelling: Memling en het portret. Groeningemuseum (Dijver 12, Brugge). T/m 4/9. Catalogus (uitgeverij Ludion): 192 blz, 30 euro (40 euro voor de hardcover-editie). Inl.: 0032 50 44 87 11, www.brugge.be/musea; www.corpusbrugge05.be. Van 6/10 t/m 31/12 is de expositie te zien in de Frick Collection, New York.