Halfslachtige openheid

Het kabinet wil openheid over topbeloningen in de publieke sector en bij woningcorporaties. Maar drijft openheid beloningen juist niet op? En hoe publiek wordt de nieuwe openheid?

Elke topmanager zou in zijn handen moeten knijpen bij openbaarmaking van zijn beloning. Openbaarheid heeft een opdrijvende werking. Zeker bij beursgenoteerde bedrijven, die salarissen, bonussen en gouden handdrukken van individuele bestuurders moeten publiceren.

Nu wil het kabinet ook topmanagers in de publieke sector, van de bonte verzameling toezichthouders tot woningcorporaties en koepels van notarissen en accountants, onder een openbaarmakingsplicht brengen. Minister Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) schat dat 250 tot 300 topfunctionarissen een belastbaar loon hebben dat hoger is dan het gemiddelde van de ministers. Dat wordt na de verwachte verhoging in het volgende kabinet zo'n 150.000 à 160.000 euro.

Maar zal het wetsontwerp de matiging veroorzaken die het kabinet voorstaat?

De Raad van State, die wetsontwerpen kritisch doorneemt, constateert droogjes dat ,,bij herhaling'' is gebleken dat openbaarmaking in het bedrijfsleven ,,niet heeft kunnen voorkomen dat aan bestuurders op topposities bezoldigingen zijn en worden toegekend die in de samenleving vragen oproepen uit een oogpunt van maatschappelijk verantwoorde inkomensverhoudingen.''

De constatering van de Raad heeft een onverbiddelijke logica. Lijstjes met rapportcijfers worden bij wijze van spreken maar met één doel opgesteld: geef de koplopers een goed gevoel en prikkel de achterblijvers om het beter te doen. Dat geldt voor de ranglijst in de eredivisie tot overzichten over de onderwijsprestaties van scholen.

Beloningscijfers van topmanagers werken net zo. De achterblijvers worden aangezet zich te verbeteren. Als zij zelf niet aan de bel trekken bij hun commissarissen, die over hun loon beslissen, dan doen die commissarissen het wellicht zelf. Om te voorkomen dat hun baas wordt weggekocht.

De vraag is echter of deze reflexen zich op dezelfde manier manifesteren als in de (semi-)publieke sector van ambtenaren, toezichthouders, woningcorporaties en zorginstellingen. De top van het Nederlandse bedrijfsleven volgt de loonmatiging redelijk. De extreme stijgingen zitten in bonussen, die aan de winst zijn gekoppeld, en in de nieuwe, ondoorzichtige vormen van betalingen, zoals gratis aandelen.

In de publieke sector bestaan geen aandelenbeloningen, terwijl de betaling van bonussen steeds meer een punt van discussie is. Ongeveer een kwart van de ziekenhuisdirecteuren krijgt een bonus, maar de tegenstand groeit, omdat de criteria zo vaag zijn.

Een verhaal apart zijn de gouden handdrukken. Het bedrijfsleven heeft daaraan in de Code Tabaksblat voor deugdelijk ondernemingsbestuur een limiet gesteld (één keer jaarsalaris), maar bestaande arbeidscontracten worden ontzien. Juist in de (semi-)publieke sector, waar gouden handdrukken vaak worden betaald uit verplichte belastingen en premies, verdienen deze uitkeringen alle openheid. In het wetsvoorstel krijgen ze die niet.

De openbaarmaking die het kabinet voorstelt lijkt sowieso meer dan het is. Het kabinet kiest voor openheid over de beloning van functies, kennelijk zonder namen te gaan noemen. Verder is openheid beperkt tot beloningen die uitgaan boven de norm van een ministerssalaris. Deeltijdwerkers worden niet herrekend naar volle werkweken. Ook interim-managers vallen buiten de reikwijdte van het wetsvoorstel.

Als de belastingbetaler én de publieke opinie, zoals het kabinet in de toelichting op het wetsontwerp stelt, het recht hebben te worden geïnformeerd over het gebruik van overheidsmiddelen, waarom krijgen zij dan alleen informatie over beloningen die een ministerssalaris overtreffen? Maak openheid verplicht voor alle bestuurders en toezichthouders in de (semi-)publieke sfeer.

En neem een voorbeeld aan de regeling voor de publicatie van de jaarverslagen van zorginstellingen, die tot de laatste euro de beloningen voor bestuurders melden, tot en met de cataloguswaarde van een dienstauto. Remkes' wetsvoorstel vraagt openbaarmaking in het ,,financieel verslagleggingsdocument'' van de betrokken instelling. En melding aan de minister.

Da's mooi, maar het kan beter. Sommige woningcorporaties bewaken hun volkshuisvestingsverslag bijvoorbeeld als een staatsgeheim. Openbaarheid heeft maar beperkte betekenis als het niet gekoppeld wordt aan snelle en gemakkelijke toegankelijkheid voor de burger. Het ministerie van Volksgezondheid heeft een aparte website geopend voor jaarverslagen van zorginstellingen. Doe hetzelfde voor alle (semi-)publieke instellingen.