EU-ruzie over geld makkelijk op te lossen

Om aan alle ruzies tussen de EU-lidstaten over afdrachten aan Brussel een einde te maken, zou het eenvoudig het beste zijn als alle Europeanen direct aan Brussel een percentage van hun inkomstenbelasting afdragen, betoogt Florus Wijsenbeek

Europa verkeert in crisis. Maar eigenlijk is dat altijd al zo geweest. In 1954 stemde de Franse Assemblee, op instigatie van de in zelfgekozen ballingschap levende De Gaulle, het plan voor een Europese Defensie Gemeenschap weg. De Gaulle veroorzaakte later zelf de volgende crisis met de politiek van de lege stoel omdat hij zich de wet niet wilde laten voorschrijven ,,door een stelletje vaderlandsloze ambtenaren in Brussel''.

Met het wegstemmen van de Defensie Gemeenschap verviel ook het plan voor een politieke unie dat in het Europese Parlement was voorbereid.

Met het voorlopig uitstellen, zo niet afstellen van het grondwettelijk verdrag van de Europese Unie is dus ook niets nieuws onder de zon. In een volgende ronde zal wel iets bedacht worden om de regels van het spel, oorspronkelijk voor zes lidstaten geschreven, aan te passen voor een unie van bijna dertig landen.

Ook de onenigheid over de begrotingsbijdrage van elk van de lidstaten is niet nieuw, de geest van mevrouw Thatcher waart al tijden door Europa. Op de recente bijeenkomst van de Europese Raad was men dichtbij een oplossing door iedereen een beetje te laten geven en nemen, maar terecht eiste de Britse premier Blair dat hij in ruil voor het afzien van de Britse korting ook wel wilde praten over de uitgaven, en dat was op dat moment nog een brug te ver, met name voor president Chirac, die er in zijn landbouwachterban toch al niet goed voorstaat.

Het gaat eigenlijk over peanuts. De totale Europese begroting voor 450 miljoen burgers is kleiner dan de Nederlandse voor 16 miljoen inwoners. Er wordt gesteggeld over een maximum dat tussen de 1 en 1,27 procent van het bruto product van de Unie ligt. Dat is maar een fractie van de enorme percentages die de onderlinge handel tussen de lidstaten beslaan.

Zoals altijd moeten we ook bij de begroting – inkomsten en uitgaven – naar de historie kijken. In 1970 werd door de Nederlandse staatssecretaris van Europese Zaken het eerste Verdrag over de eigen inkomsten van Europa gesloten. Een percentage van de BTW, douanegelden op invoer en de landbouwheffingen gingen rechtstreeks naar Brussel. Voor het innen daarvan mochten de lidstaten 10 procent perceptiekosten in rekening brengen. Ook toen al ging via Nederland, in het bijzonder via Rotterdam, op importen uit andere werelddelen meer naar Brussel, maar we merkten dat niet erg omdat we voor de landbouw toen nog veel terugkregen. Diezelfde landbouwpolitiek nam toen overigens 75 procent van de begroting in beslag.

Ook dat had een historische achtergrond, die was uitgedacht door de Nederlander Sicco Mansholt. In de oorlog, die we door de Europese samenwerking juist wilden vermijden, was immers pijnlijk duidelijk geworden dat we niet zelfvoorzienend in voedsel waren. De productie moest dus gestimuleerd worden met subsidies. Oorlog hebben we hier niet meer en elders in de wereld wordt goedkoper geproduceerd.

Om de eigen landbouw toch in stand te houden, worden nog steeds forse subsidies verstrekt. De suikerboeren gingen protesteren, omdat zij door het afschaffen van die subsidie 42 procent zouden verliezen. Dat betekent dus dat we 42 procent te veel voor een pak suiker betalen, eenzelfde percentage als de landbouw op de Europese begroting. Dat is absurd. We gaan een fabrikant van zeep of van auto's toch ook niet met bijna de helft van de prijs beschermen, omdat ze zeep of auto's ergens anders goedkoper kunnen maken. Waarom die suikerboer dan wel?

Die landbouwpolitiek is wel in de loop der jaren veranderd en in veel gevallen van een toeslag per product naar een toeslag per hectare gegaan. Met even absurde gevolgen: de twee grootste individuele ontvangers van landbouwsubsidies in Europa zijn de Britse koningin Elizabeth en de Spaanse hertog van Alva, de nazaat van de man die ons de tiende penning afhandig wilde maken. Zij bezitten veel hectares en de Nederlandse boer met zijn intensieve productie op een klein stukje niet.

Als de boeren zo graag zelfstandig ondernemer willen blijven, moeten ze gewoon werken voor de prijs die op de markt betaald wordt. Als dat niet voldoende is om van te leven, kunnen ze, net als ieder ander, bijstand ontvangen van hun nationale overheid. Wij willen sociaal beleid toch zo graag nationaal houden?

Inderdaad zijn de Nederlanders per hoofd van de bevolking de grootste nettobetalers aan Europa, of je het Rotterdam-effect nu wel of niet meetelt. In inkomen zijn we slechts zevende van de 25. Balkenende heeft het mooi gezegd op de top : ,,Dat is niet eerlijk.''

Er is een eenvoudige oplossing voor deze oneerlijkheid, hij is onlangs nog eens aan de Commissie voorgesteld door een groep van wijzen onder leiding van de Belgische hoogleraar economie Sapir en overgenomen door premier Blair in zijn speech voor het Europees Parlement. Minister Zalm wil er echter niet van weten, net zo min als vrijwel al zijn collega-ministers van Financiën.

De oplossing is dat alle Europeanen direct aan Brussel een percentage van hun inkomstenbelasting afdragen. Dan betaalt een rijke Spanjaard of Tsjech niet minder dan een arme Nederlander. Omdat de inkomstenbelastingen bepaald niet de enige inkomstenbron van onze inhalige overheden zijn, zal dat percentage wel iets hoger dan 1,27 moeten zijn, maar niet veel. Ook zal duidelijk moeten zijn dat een gedeelte direct naar Brussel gaat, dat het Europees Parlement dat in zijn totaliteit mag controleren en dat de nationale overheden de belastingen die ze zelf houden niet met datzelfde percentage mogen verhogen. Dat is wel zo eerlijk en eenvoudig.

Florus Wijsenbeek was van 1984 tot 1999 lid van het Europese Parlement voor de VVD en is nu adviseur Europese mededingingsvraagstukken.