Binnenkort praat de minister nog maar met één generaal

Vanaf september heeft één man de leiding over de krijgsmacht. De generaals van luchtmacht, marine en landmacht vallen dan onder Dick Berlijn.

De verandering is belangrijk genoeg om er straks, op 5 september, de Ridderzaal voor te gebruiken. Op die dag zullen de bevelhebbers van drie krijgsmachtonderdelen (landmacht, luchtmacht en marine) hun bevel inleveren bij minister van Defensie Kamp (VVD). Die het dan meteen weer doorgeeft aan één man: de nieuwe supermilitair, de Chef Defensiestaf (CDS). Voor het eerst komt dan bijna de hele krijgsmacht onder eenhoofdige leiding – zowel wat planning, toezicht op uitvoering van opdrachten vanuit de politiek en advisering van de minister betreft, als in termen van militaire bevelvoering.

Viersterren-generaal Dick Berlijn (55, afkomstig van de luchtmacht) is de eerste Chef Defensiestaf. Berlijn heeft deze functie al sinds 2004 en is als zodanig de hoogste Nederlandse militair. De functie had tot nu toe echter andere inhoud. De CDS was weliswaar de hoogste militaire adviseur van de minister, maar ook de bevelhebbers van de landmacht, luchtmacht en marine zaten bij de bewindsman aan tafel. Zij deden de planning van de toekomst van hun eigen onderdeel en legden aan de minister direct verantwoording af.

Aan dit alles komt een einde: de drie onderdelen blijven wel bestaan, maar hun hoogste commandanten zijn nog slechts verantwoordelijk voor instandhouding, gereedheid en geoefendheid van de troepen. Dit is geen geringe verantwoordelijkheid, want het gaat nog steeds om leiding geven aan meer dan 40.000 militairen. Als pleister op de wonde mogen de drie nog wel af en toe bij de minister aan tafel zitten, maar dan als ondergeschikte van de CDS. Hij gaat over de militaire planning op de lange termijn, over de organisatie van de inzet van militairen in binnen- en buitenland. En hij voert het bevel, te land, ter zee en in de lucht.

Berlijn wordt in interviews met vooral militaire tijdschriften niet moe, de voordelen van de nieuwe structuur breed uit te meten. De aparte cultuur binnen de verschillende krijgsmachtonderdelen, zo betoogt hij, moet verdwijnen ten bate van een nieuwe gemeenschappelijke, corporate bedrijfscultuur. Waar vroeger bij de aanschaf van nieuw materieel ieder krijgsmachtonderdeel voor zichzelf het beste eruit probeerde te slepen, zullen beslissingen nu vanuit de eenhoofdige leiding worden genomen met uitsluitend oog voor de eisen die de samenleving aan de krijgsmacht in zijn totaliteit stelt. ,,Of iets nu gebeurt door mensen in een groen, blauw of zwart pak maakt de samenleving niet uit'', aldus Berlijn in een recent interview.

Bevlogen woorden, die bijna zouden doen vergeten dat de reorganisatie van oorsprong vooral een bezuinigingsoperatie is. Al langer de politiek na over een hervorming van de militaire topstructuren, die door hun complexiteit soms tot verwarring en conflicten aanleiding gaven. Al in 2002 verscheen het rapport van de commissie-Franssen, die pleitte voor ontbureaucratisering en ontschotting van de krijgsmacht.

Maar het regeerakkoord van het kabinet-Balkenende II in 2003, met de daarin vervatte drastische bezuinigingsplannen, vormde pas de opmaat tot de drastische maatregelen van nu. Want de verandering in de defensieleiding zal ervoor moeten zorgen dat het totaal aantal employees van Defensie dat in Den Haag werkt op het ministerie en de militaire staven gezamenlijk, daalt van zesduizend naar vierduizend. Hele gebouwen in Den Haag komen leeg te staan. De drie hoogste militairen van de krijgsmachtdelen vertrekken uit Den Haag: de commandant landstrijdkrachten naar Utrecht, die van de luchtstrijdkrachten naar Breda en die van de marine naar Den Helder.

Het vierde onderdeel, de marechaussee, blijft buiten de zeggenschap van de CDS nieuwe stijl. Omdat de marechaussee steeds meer civiele taken vervult, die ook de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken raken, ligt de `aansturing' van de marechaussee bij de hoogste ambtenaar van Defensie, de secretaris-generaal. Diens positie blijft overigens onverlet: de CDS komt, ambtelijk gezien, op het ministerie op één rang te staan met de directeuren-generaal, de bestuurslaag onder de SG.

Eenzelfde zorg, dat met de CDS nieuwe stijl niet middels een samenballing van bevoegdheden een soort militaire staat binnen de staat mag ontstaan, blijkt uit het interne verbod om Berlijn voortaan `opperbevelhebber' te noemen. Dat zou, zo is de redenering, de aandacht afleiden van het feit dat het hoogste gezag over de krijgsmacht bij de regering berust.

Vergeleken met de hoogoplopende conflicten in en met de militaire top in het verleden – zoals het generaalsconflict van minister Vredeling in de jaren zeventig en de verwikkelingen na de val van Srebrenica in de jaren negentig – is de reorganisatie van Defensie naar de buitenwereld toe tot nu toe opmerkelijk geruisloos verlopen. De culturele gevolgen binnen de krijgsmacht zijn niettemin zeer groot. De Legerraad bijvoorbeeld, wekelijks trefpunt voor alle hoge omes van de landmacht, behoort opeens tot het verleden. En op lager niveau zal het wennen zijn voor iemand bij de luchtmacht of marine, dat elk gevoel van superioriteit ten opzichte van landmachtpersoneel opeens taboe is, en dat hij ook voor branchevreemde taken kan worden ingezet.

En dat alles zonder de garantie dat de bezuinigingen hiermee definitief voorbij zijn en dat het nu alleen maar zonniger wordt voor de krijgsmacht. Nu na de Koude Oorlog de omvang van de krijgsmacht niet meer gerelateerd hoeft te worden aan de verwachte dreiging uit het oosten, hangt alles af van de mate waarin de samenleving de behoefte voelt om opdrachten tot uitzending van troepen naar het buitenland te verstrekken, en de mate waarin de krijgsmacht aan die vraag kan voldoen. Niet dat Berlijn voorstander is van verdere bezuinigingen, natuurlijk. De rek is eruit, zegt hij vandaag in de Volkskrant: ,,Je kunt geen gaten met gaten vullen.''