Te ziek om op tijd je tentamen te maken

Gehandicapte studenten hebben aanpassingen in het programma nodig om hun studie te kunnen voltooien. Maar vinden ze daarna ook een baan? ,,De overheid geeft niet het goede voorbeeld.''

Het ritme van de studie medische biologie was onverbiddelijk. Zeven weken lang 's morgens hoorcolleges en 's middags practicum. Een normale belasting voor de meeste studenten, maar niet voor Corine van der Horst. De achtstejaarsstudente lijdt aan ME, het chronisch vermoeidheidssyndroom. De consequentie: iedere dag ging ze na college direct naar bed en na de zeven weken volgde een even lange herstelperiode, terwijl haar medestudenten alweer met het volgende vak bezig waren. ,,Veel slapen en een beetje lezen op de bank, meer kan ik dan niet'', zegt Van der Horst.

De ziekte openbaarde zich op haar zestiende. Na haar vwo-examen lag ze twee jaar ziek thuis. Nu, op haar 29ste, gaat het veel beter dan destijds. Ze weet precies wat ze aankan: een werkweek van 20 uur. Alles daarboven betaalt ze met rente terug.

Uit het onderzoek Studeren met een handicap (2001) van het Verwey Jonker Instituut bleek dat 8 à 12 procent van de Nederlandse studenten in de studie wordt gehinderd door één of meer handicaps. Dat is een groep van tussen de 38.000 en 50.000 studenten. Vrouwen vormen met 64 procent ruimschoots de meerderheid. Het Verwey Jonker Instituut onderscheidt lichamelijke beperkingen (epilepsie, slechthorendheid), psychische beperkingen (depressiviteit, concentratiestoornissen) en dyslexie.

Studeren met zo'n handicap is moeilijk. Collegezalen zijn soms lastig te bereiken voor studenten in een rolstoel en Powerpoint-presentaties zijn moeilijk te lezen voor slechtzienden. Ook heeft bijna de helft van de gehandicapten problemen met het doen van tentamens en examens op het afgesproken tijdstip. Dat levert studievertraging op. Uit het onderzoek blijkt dat meer studenten uit deze groep (68 procent) studievertraging oplopen dan `normale' studenten (48 procent). Bovendien was de vertraging bij de gehandicapten ruim anderhalf keer zo lang. Volgens expertisecentrum Handicap+Studie lopen studenten met een handicap een ruim twee keer zo grote kans om het hoger onderwijs zonder diploma te verlaten.

Soms is dat onvermijdelijk. Een studie kan zo veel vergen van een gehandicapte, dat beëindiging de enige optie is. Maar in veel gevallen kan de instelling de student wel degelijk meer tegemoetkomen dan nu gebeurt, zegt Jan Nagtegaal, directeur van Handicap+Studie. ,,Hoe? Vooral door meer begrip te tonen. Er bestaat een enorme onkunde onder docenten over hoe om te gaan met studenten met een handicap. 60 procent van deze groep klaagt over een onprettige houding van het onderwijspersoneel.''

Neem het verhaal van Hester de Boer (27), net afgestudeerd in de fysische geografie in Utrecht. Ze is slechtziend als gevolg van albinisme. In de irissen van haar ogen zit weinig pigment, waardoor het daglicht in veel grotere felheid op het netvlies komt. Ze ziet slechts 25 procent van wat mensen met normaal zicht zien, en vooral met details heeft ze moeite. Voor haar practicumopdrachten had ze daarom een groot computerscherm en aangepaste software nodig. ,,De apparatuur kwam er, maar het behoorlijk functioneren ervan had duidelijk geen prioriteit'', vertelt De Boer. ,,Er ging elke keer iets stuk, of de software was niet goed geïnstalleerd. Het duurde steeds weken voordat de beheerder het probleem verhielp. Het werd nog erger toen het computerbeheer werd uitbesteed. Ik wilde weten wie me kon helpen, maar het was nooit duidelijk wie nu waarvoor verantwoordelijk was.''

Herkenbaar, vindt Nagtegaal. ,,Bedelen om hand- en spandiensten, steeds moeten uitleggen dat je een lichamelijke beperking hebt, en dan te horen krijgen dat je `niet moet zeuren' en dat `we allemaal wel eens moe zijn'. Het komt veel voor.''

Staatssecretaris Rutte van Onderwijs komt de gehandicapte studenten tegemoet. Op 11 juli presenteerde hij een `plan van aanpak' aan de Tweede Kamer. Volgens Rutte moet ,,de student met een functiebeperking van de instelling [...] alle noodzakelijke begeleiding, ondersteuning en voorzieningen'' krijgen die nodig zijn voor ,,gelijkwaardige deelname aan het onderwijs''. De Wet gelijke behandeling chronisch zieken en gehandicapten uit 2003 stelt dat overigens al verplicht.

Het kabinet stelt tot en met 2009 een bedrag van 9,5 miljoen euro beschikbaar. Een deel is beschikbaar voor een voorlichtingscampagne om studenten én onderwijspersoneel te vertellen welke rechten studenten met een handicap al hebben. Zo weten veel studenten met een beperking bijvoorbeeld niet dat ze een extra jaar studiefinanciering kunnen krijgen.

Een ander deel van het geld is beschikbaar voor verbetering van de dienstverlening voor studenten. Onderwijsinstellingen kunnen een plan indienen bij een commissie van Handicap+Studie, de HBO-raad en de Vereniging van Universiteiten VSNU, die beslist of de subsidie wordt toegekend. Nagtegaal zit in die commissie. Wat hem betreft gaat het geld vooral naar voorlichtingsbijeenkomsten voor docenten. Gepassioneerd zegt hij: ,,Leg ze uit wat het betekent om soms te moe te zijn om te kunnen lopen, om vaak naar het ziekenhuis te moeten. Laat het ze voelen, zodat ze het nooit meer vergeten! Alleen op die manier krijg je gedragsverandering.''

Denise Vanderbroeck (22) wachtte de plannen niet af en nam zelf het initiatief. Samen met andere studenten van de Hogeschool Rotterdam richtte ze het Power Platform op, dat in actie kwam tegen docenten die weigeren flexibel te zijn met tentamendata. Ze hebben weerstand moeten overwinnen – ,,sommige docenten namen het ons niet in dank af'' – maar het is ze gelukt. ,,De directie steunt ons. Alle docenten moeten ons nu de kans geven op een ander moment tentamen te doen.'' En de strijd gaat door. ,,Er valt nog veel te verbeteren. Er zou een rustruimte voor studenten met een energieprobleem moeten komen. En waarom moeten dyslectische studenten een schriftelijke taaltoets afleggen als het ook mondeling kan? Ik ken een student die er bij de schriftelijke toets Spaans niets van bakt, maar voor zijn mondeling een acht haalt. Spreek je dan Spaans of niet?''

Gelijke kansen door meer begrip voor de gehandicapte student te tonen, dat is Nagtegaals doel. ,,Zodat ze de kans krijgen om een bevredigende baan te vinden op hun niveau, zoals ieder ander. Dat vind ik een kwestie van menselijke waardigheid.''

Of de studenten hun talenten ook na hun studie kunnen ontplooien, valt nog te bezien. Het begint al bij het vinden van een stageplaats. Corine van der Horst zocht een stage in deeltijd bij het AMC-ziekenhuis in Amsterdam en het Nederlands Kanker Instituut, en kreeg bij allebei nul op het rekest. Een stage in deeltijd bleek niet mogelijk. ,,Vaak kreeg ik botweg nee te horen, zonder dat ze zelfs maar vroegen waarom ik een stage in deeltijd wilde doen. Ik begrijp best dat het in sommige projecten lastig is om te werken met iemand die na vier uur moe is, maar je kunt toch op z'n minst de mogelijkheden bekijken? Want ik weet dat ik goed ben in mijn vak, al klinkt het raar om dat van mezelf te zeggen.'' Van der Horst vond uiteindelijk twee stageplaatsen, een op de eigen faculteit en een bij TNO.

Nog lastiger zal het zijn om een baan te vinden. Oud-studente fysische geografie Hester de Boer had in dat opzicht ,,enorm veel geluk''. Terwijl sommige medestudenten al een jaar op zoek zijn naar werk, kan zij in september beginnen als trainee bij het ministerie van VROM. Het ministerie biedt alle faciliteiten die ze nodig heeft om normaal te kunnen werken, zoals een extra groot beeldscherm.

De Boer dankt haar baan gedeeltelijk aan de voorkeursregeling voor allochtonen en mensen met een `functiebeperking' die voor deze vacature gold. Maar wie denkt dat de overheid het lichtend voorbeeld is bij het aannemen van mensen met een handicap, komt bedrogen uit. Minister De Geus moest onlangs tegenover de Tweede Kamer toegeven dat er bij de overheid zelfs minder arbeidsgehandicapten (9,5 procent) werken dan gemiddeld (10,7 procent). Deze cijfers vertekenen bovendien nog, omdat de overheid zelf in het gemiddelde is opgenomen.

,,Pijnlijk'', vindt Marianne Kroes, juridisch beleidsmedewerker van de Chronisch Zieken en Gehandicapten Raad Nederland. ,,De overheid laat zich voorstaan op haar voorbeeldfunctie, maar geeft in de praktijk zelf niet het goede voorbeeld.''

Veel werkgevers, zowel in de publieke sector als in het bedrijfsleven, schrikken terug voor het in dienst nemen van iemand met een handicap. Dat blijkt uit het onderzoek Onbekend maakt onbemind (2004) van onderzoeksbureau Research voor Beleid. Leidinggevenden denken ten onrechte dat arbeidsgehandicapten (mensen met een handicap die wel kunnen werken) minder presteren, schreven de onderzoekers. Bovendien vertoonden veel van hen een sterk staaltje not in my backyard-denken: 69 procent van hen vond dat bedrijven arbeidsgehandicapten meer kansen zouden moeten geven, maar slechts 42 procent vond dat het eigen bedrijf dat zou moeten doen. Mede hierdoor werkt 49 procent van de arbeidsgehandicapte beroepsbevolking, tegen 66 procent van de niet-arbeidsgehandicapten.

Vervelend voor mensen met een handicap, maar valt er iets aan te doen? In ieder geval niet met dwang, zegt Marianne Kroes. ,,Je kunt een werkgever niet dwingen om iemand aan te nemen. Er is in het verleden gepraat over een quotum-systeem, maar dat heeft ook zijn nadelen. Gehandicapten die daardoor een baan hebben gekregen worden scheef aangekeken door hun collega's en worden daar ook niet gelukkiger van.'' Vooroordelen bestrijden met campagnes en hopen dat ,,bedrijven zich meer geroepen voelen tot maatschappelijk verantwoord ondernemen'', dat zijn volgens Kroes de beste strategieën. Maar een zekere scepsis is haar niet vreemd. ,,Er wordt al heel lang over het onderwerp gepraat, maar het aandeel werkende arbeidsgehandicapten is in tien jaar niet gestegen.''

Voor Corine van der Horst is dat van later zorg. Zij vertrekt deze herfst voor een stage van een half jaar naar Zuid-Afrika. Aan de universiteit van Stellenbos, vlakbij Kaapstad, zal ze zich verder bekwamen in haar specialisme: bio-informatica. Ondanks haar ME voelt ze zich bepaald niet kansloos. Het werk achter de computer laat meer ruimte voor flexibele werktijden dan laboratoriumwerk. En ex-collega's van haar oude stageplek houden haar geregeld op de hoogte van hun onderzoeksprojecten, wat Van der Horst het gevoel geeft dat ze daar wellicht ooit in aanmerking kan komen voor een promotieplaats. Van der Horst vat de mening van haar ex-collega's als volgt samen: ,,Mijn enthousiasme en onderzoekskwaliteiten vinden ze belangrijker dan of ik veel uren kan draaien.''

www.handicap-studie.nl

www.verwey-jonker.nl.

www.werkendperspectief.nl