Ook kritiek van eurocommissaris op plan-Verdonk

Het wetsvoorstel van minister Verdonk (Vreemdelingenzaken, VVD) om nieuwkomers verplicht te laten inburgeren staat op gespannen voet met het recht van de Europese Unie. Dat blijkt uit een brief van Europees commissaris Frattini (justitie) die eind juni aan de Tweede Kamer werd gezonden.

Verdonk had de commissaris de voorgenomen Nederlandse wetgeving voor advies voorgelegd. Frattini noemt het ,,zeker mogelijk voor de lidstaten van de EU om maatregelen te treffen voor de nationale integratie'' van migranten van buiten de unie. Hij ziet echter juridische bezwaren als het gaat om het stellen van voorwaarden aan de overkomst van familieleden van legaal in de EU gevestigde migranten. Het gaat daarbij niet alleen om bloedverwanten maar ook om huwelijkspartners.

Ook de Raad van State heeft geoordeeld dat het wetsvoorstel van Verdonk juridisch niet houdbaar is. Het belangrijkste bezwaar van de Raad is dat in Verdonks voorstel burgers uit de EU uitgezonderd zijn van de inburgeringsplicht, terwijl Nederlanders die buiten de EU zijn geboren en tot Nederlander genaturaliseerde buitenlanders van buiten de EU, wel verplicht zouden worden in te burgeren.

Frattini's kritiek spitst zich toe op de eis aan nieuwkomers om met goed gevolg deel te nemen aan een taalcursus. Dit is volgens zijn notitie in strijd met het EU-recht. Voorwaarden voor de vestiging van familieleden van onderdanen van de EU kunnen alleen worden gesteld voorzover ze betrekking hebben op de aard van de familierelatie en als betrokkenen een gevaar voor de openbare orde en veiligheid vormen.

De door Verdonk geplande verplichte inburgering in het buitenland van familieleden vormt een beperking van het recht op vrij verkeer die volgens Frattini ingaat tegen het EU-recht. Zo'n extra eis komt al gauw neer op discriminatie doordat hij twee categorieën van hier gevestigde migranten creëert: zij die familieleden binnen de EU laten overkomen en zij die dat van buiten doen. De aanspraak op het (internationaal vastgelegde) recht op een familieleven zou voor iedereen gelijk dienen te zijn. Frattini herinnert de minister er aan dat de jurisprudentie over individuele rechten van het EU-Hof van Justitie in Luxemburg ,,doelgericht en genereus'' is.

Wegens de kritiek van de Raad van State hebben ambtenaren Verdonk geadviseerd het wetsvoorstel verplichte inburgering drastisch te beperken. Ten aanzien van de kritiek uit Brussel lijkt de minister minder toeschietelijk, zo bleek uit een schrijven aan de Eerste en Tweede Kamer.

Reactie Kamer: pagina 2

hoofdartikel: pagina 7