Nut openheid topinkomens betwijfeld

De Raad van State heeft kritiek op het wetsvoorstel om de inkomens van topbestuurders van publieke en semi-publieke instellingen te publiceren. Het adviesorgaan betwijfelt of openheid leidt tot loonmatiging.

Onder meer topambtenaren, beroepsorganisaties van accountants, advocaten en notarissen en woningcorporaties worden door de wet verplicht hun topinkomens te publiceren. Minister Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) stuurde zijn wetsvoorstel onlangs naar de Tweede Kamer, die zich er naar verwachting dit najaar over zal buigen.

Remkes wil de openbaarmakingsplicht laten gelden voor alle instellingen in de publieke en semi-publieke sector die voor minstens 50 procent met publieke middelen worden gefinancierd. Hieronder zouden ook privaatrechtelijke instellingen vallen, zoals beroepsorganisaties van accountants, advocaten en notarissen, evenals de woningcorporaties. Instellingen in de zorgsector vallen er niet onder, omdat minister Hoogvorst (Volksgezondheid, VVD) daarmee al afspraken heeft gemaakt over openbaarmaking van topsalarissen.

De openbaarmaking in de publieke en semi-publieke sector wordt verplicht als de beloning van bestuurders meer bedraagt dan een ministerssalaris. Als normbedrag zou niet het huidige jaarsalaris van 120.000 euro moeten gelden, maar het verwachte nieuwe ministerssalaris van 160.000 euro, waarover een volgend kabinet nog moet besluiten.

De Raad van State betwijfelt of openbaarmaking van topinkomens een dempend effect zal hebben, zoals het kabinet verwacht. Het adviesorgaan wijst erop dat een eerder ingestelde publicatieverplichting in de marktsector niet voorkomen heeft dat daar nog steeds topsalarissen voorkomen die discussie oproepen. Het orgaan schrijft dat er mogelijk zelfs sprake is geweest van een prijsopdrijvend effect ,,als gevolg van de vergelijking die door openbaarmaking mogelijk is geworden''.

Ook beroepsorganisaties maken bezwaar tegen het wetsvoorstel. Zo stelt Nivra, de koepelorganisatie van accountants, dat zij niet wordt gefinancierd uit publieke middelen maar uit bijdragen van leden. Remkes vindt dat deze bijdragen als publieke middelen zijn te beschouwen omdat de leden wettelijk verplicht zijn deze te betalen.