NIB in onbekende handen

NIB Capital vertrekt na zes jaar uit de schoot van de pensioenfondsen. Nieuwe eigenaar: een Amerikaan en een onbekende groep investeerders.

Het is in theorie mogelijk dat de omstreden Banca Popolare Italiana, dé rivaal van ABN Amro in de Italiaanse bankenstrijd, op het punt staat een strategisch belang te verwerven in de Nederlandse zakenbank NIB Capital.

Na maandenlange onderhandelingen is een consortium van investeerders onder leiding van de Amerikaanse J.C. Flowers erin geslaagd om NIB Capital (voorheen de Nationale Investeringsbank) voor 2,1 miljard euro over te nemen. Onder hen ABN Amro, Delta Lloyd, de Japanse Shinsei bank (ook van Flowers) en de Spaanse bank BSCH. Maar wie er allemaal precies met welke omvang in het consortium zitten, willen Flowers & Co noch andere betrokken partijen bekendmaken. Het investeringsvehikel van Chris Flowers verwerft meer dan 10 procent in NIB Capital, en alle andere partners zitten daaronder. Dat is het enige wat bekend is gemaakt over de toekomstige eigenaren van de Haagse zakenbank.

Nooit eerder tastte een `buitenlandse' partij zo diep in de buidel om een overname in de Nederlandse financiële sector te plegen. NIB Capital is gespecialiseerd in financieel advies aan professionele beleggers en overheden. Bij consumenten is de bank nauwelijks bekend, maar dat zegt niets over de waarde. Het bedrag dat Flowers en consorten willen betalen, is bijna driemaal het bedrag dat Air France voor KLM betaalde. De Amerikaan wilde gisteren geen commentaar geven op de vraag of andere geïnteresseerden voor NIB, zoals Fortis of het Amerikaanse GE Capital, alsnog via zijn fonds aandeelhouder zijn geworden.

Voor de verkopers ABP en PGGM, de twee grootste pensioenfondsen van Nederland, komt er een einde aan een iets te ongewis avontuur. De pensioenfondsen verrasten de financiële wereld in 1999 door gezamenlijk de toenmalige Nationale Investeringsbank te kopen. Door tweemaal het bod te verhogen werd de concurrentie op afstand gezet en de zakenbank voor 2 miljard euro verworven.

Sindsdien is er veel gebeurd bij de bank. Bestuurswisselingen volgden elkaar snel op. Ook onder het lagere personeel was veel verloop. De pensioenfondsen verhuisden het beheer van hun obligatieportefeuilles naar NIB Capital – en weer terug. En vorig jaar werd de investeringsmaatschappij van NIB – de oogappel van ABP en PGGM – afgesplitst en onder de naam Alpinvest onder direct beheer van de pensioenfondsen geplaatst.

,,Wij zijn tevreden met het rendement en met de expertise die we hebben kunnen opbouwen'', zei Roderick Munsters, directeur beleggingen van ABP, gisteren. Sinds de aankoop leverde NIB een gemiddeld jaarrendement van 6 procent. ,,Een uitstekende belegging'', vindt Munsters die de prestatie vergelijkt met het rendement dat Nederlandse banken (2,3 procent) jaarlijks sinds 1999 behaalden. Maar NIB was niet zomaar een belegging: de pensioenfondsen kochten zes jaar geleden 100 procent van de aandelen en haalden de bank van de beurs. Vergeleken met de rendementen die investeringsmaatschappijen de laatste jaren op zulke transacties behaalden, is 6 procent lager dan gemiddeld, erkennen de pensioenfondsen na afloop van de persconferentie.

NIB voelt het vertrek van de rijke pensioenfondsen meteen in de financieringskosten. Kredietbeoordelaars verlaagden gisteren het rapportcijfer van NIB, omdat de zakenbank de zachte ruggensteun van de pensioenreuzen verliest.

Flowers zegt dat er geen tijdsduur voor zijn investering is afgesproken. NIB houdt vast aan haar beursplannen. Volgens bestuursvoorzitter Michael Enthoven geeft dat een garantie voor een bepaald kwaliteitsniveau. Plan is om over een paar jaar, bij de terugkeer op de beurs, 30 tot 40 procent van de aandelen te verkopen. Een gedeeltelijk afscheid van Flowers staat daarmee wel op de agenda.