Lukic zegt VN-tribunaal zijn medewerking toe

Milan Lukić, de van oorlogsmisdaden verdachte Bosnische Serviër die in Argentinië is ingerekend, heeft gisteren bij zijn voorgeleiding voor een rechter laten weten zich niet tegen zijn uitlevering aan het Joegoslavië-tribunaal te zullen verzetten en met het VN-hof in Den Haag te zullen samenwerken.

Medewerking van Lukić kan zowel de uitleveringsprocedure als het proces aanzienlijk bekorten. De Servische regering liet gisteren weten dat ook zij bij de Argentijnse autoriteiten een uitleveringsverzoek zal indienen, maar de procedure van het Joegoslavië-tribunaal voorrang te verlenen. Lukić is eerder wegens oorlogsmisdaden bij verstek in Servië tot twintig jaar gevangenisstraf veroordeeld.

Argentijnse media meldden gisteren dat Lukić is opgespoord via zijn vrouw en dochter. Die kwamen maandag in Buenos Aires aan. Ze werden daar opgewacht door de politie, die was getipt door de politie van de Servische Republiek in Bosnië. Lukić kwam naar het vliegveld om zijn vrouw en kind op te halen. Hij werd gevolgd door de politie en uiteindelijk, nadat hij drie keer in een andere taxi was overgestapt, aangehouden toen hij aankwam bij de flat die hij twee weken geleden, na zijn aankomst in Argentinië, had gehuurd. Lukić bleek in het bezit van een paspoort van de unie Servië en Montenegro, uitgeschreven op een andere naam. Bij het huren van de flat had hij zich voorgedaan als een Zuid-Afrikaanse staatsburger.

Zowel de autoriteiten van Servië als die van de Servische Republiek in Bosnië hebben hun eigen rol bij de aanhouding van Lukić onderstreept. In Banja Luka, de hoofdstad van de Servische Republiek, is gezegd dat de aanhouding van Lukić belangrijke gegevens oplevert over het netwerk dat in Bosnië en de buurlanden gezochte oorlogsmisdadigers in staat stelt uit handen van de justitie te blijven. Dat netwerk, of een soortgelijk netwerk, beschermt ook de meestgezochte verdachten, Radovan Karadžić en Ratko Mladić.

Lukić is door het Joegoslavië-tribunaal aangeklaagd wegens oorlogsmisdaden die tussen 1992 en 1994 bijna tweehonderd Bosnische moslims het leven kostten. Hij stichtte een eigen militie, die in het oosten van Bosnië moslims vervolgde. Meer dan 140 van zijn slachtoffers verbrandden levend in huizen waarin de militie van Lukić hen had opgesloten, waarna de huizen in brand werden gestoken. Anderen werden gefolterd en vervolgens doodgeschoten, meestal door Lukić zelf. Hun lichamen werden in een rivier gegooid.