Le temps qui reste

Ze had gezworen dat ze nooit oma's zou spelen. Voor de eigenzinnige, jonge, Franse regisseur François Ozon heeft ze een uitzondering gemaakt.

Natuurlijk belichaamt ze geen doorsnee oma. Ze kan nu eenmaal geen braaf besje spelen, net zomin als een serviele serveerster. Nooit zal ze weifelaars vertolken, of zwakkelingen of muurbloempjes. Daarvoor eist ze te veel aandacht. Daarvoor is ze te aanwezig. Voor middelmatigheid en willoos slachtoffer is ze niet gebouwd. Welk personage ze ook speelt, haar persoonlijkheid van sterke, dwarse vrouw schijnt er altijd doorheen.

In haar jongste film, Le temps qui reste ('de resterende tijd'), dit jaar in première op het Filmfestival Cannes, is ze de oma van een 30-jarige homoseksuele modefotograaf die juist te horen heeft gekregen dat hij kanker heeft en niet lang meer te leven. Dat hij binnenkort zal sterven, vertelt hij niet aan zijn ouders, niet aan zijn zus, niet aan zijn vriend, alleen aan zijn oma. ,,Waarom aan mij'', wil ze weten? ,,Omdat jij ook gauw doodgaat'', luidt zijn plompe antwoord.

Een doorsnee oma zou geschokt hebben gereageerd. Maar deze oma die door de 77-jarige Jeanne Moreau wordt gespeeld, geeft de voorkeur aan harde waarheden boven zachte leugens. Ze gaat de dood niet uit de weg. ,,Vannacht'', zegt ze, ,,wil ik er wel samen met jou uitstappen.'' Alsof je samen kunt sterven. Doodgaan doet iedereen alleen.

Je kunt wel samen slapen, als sterke oma en bange kleinzoon. Dat doen ze ook als hij 's nachts terugkomt uit het bos waar hij als jongen speelde in een boomhut, en de slaap niet kan vatten. Liggend op haar rug zien we deze oma, laken onder de oksels, schouders bloot. Ze waarschuwt dat ze altijd naakt is als ze slaapt. ,,Geeft niks'', zegt haar kleinzoon. ,,Ik zal niet kijken.'' Tevoren heeft ze hem verteld waarom ze snapt dat hij zijn aangekondigde dood voor zichzelf houdt. ,,Je kunt het egoïstisch noemen. Maar het is overlevingsinstinct.'' Zelf zal ze ,,in perfecte gezondheid'' sterven, zegt ze zonder ironie, terwijl ze een voor een de vitaminen toont die ze gebruikt, om het verval te weren, niet de dood.

Het slikken van die vitamines en het bloot slapen heeft de regisseur die ook het scenario schreef, ontleend aan het dagelijkse leven van Moreau. Zo speelt ze een monumentale, oude vrouw die naar haarzelf is gemodelleerd. Met de hypnotiserende mond. Met de doordesemde stem. Met het onnavolgbaar handgebaar waarmee ze haar kleinzoon uitwuift. Zo neemt een ongewone oma afscheid van een geliefde stervende.

Ze is alweer bezig met de volgende film: La vieille maitresse van Catherine Breillat. Naar een roman van een schrijver (Jules-Amédée Barbey d'Aurevilly) die in elke vrouw een duivel zag. Je kunt je al voorstellen hoe ze gulzig aan een sigaret trekt. Als een vampier die maagdenbloed inzuigt.

Moreau gaat nooit dood.

Dit is het laatste deel van een serie over de films van Jeanne Moreau, naar aanleiding van een retrospectief in het Filmmuseum Amsterdam. `Le temps qui reste' wordt daar vertoond op 31 augustus, voorafgaand aan de landelijke première van de film op 24 november. Eerdere delen van deze serie zijn na te lezen op www.nrc.nl.