Kater na jaren alcoholvoorlichting bij jongeren

Met tv-spotjes, enquêtes en quizzen worden jongeren sinds 1990 voorgelicht over de gevaren van alcohol. Toch beïnvloeden campagnes hun drinkgedrag niet, zeggen betrokkenen nu.

Het was een héérlijke tijd, zegt Wim van Dalen (56) een paar keer. Hij glimlacht als hij terugdenkt aan de tijd dat alles kon. Met hippe reclamejongens associëren op het thema `alcohol'. Zendtijd inkopen bij MTV voor gelikte spotjes. Campagnekreten bedenken. Ben jij sterker dan drank? Of: Ik ben zat. Wie ben jij?

Tussen 1996 en 2002 was Wim van Dalen alcoholcampagneleider bij het nationaal gezondheidsinstituut NIGZ. Daarvoor adviseerde hij de campagnes voor het ministerie van Volksgezondheid. Hij zag de ,,massamediale aanpak'' komen en gaan. De ,,persoonlijke aanpak'' raakte in zwang, gevolgd door de ,,oudergerichte aanpak''. ,,Het was ontzettend leuk. Sinds mijn studententijd word ik gedreven door dezelfde fascinatie: hoe komt het dat jonge mensen zichzelf zo bewust schade toebrengen? Dat gedrag wilde ik veranderen, ik geloofde heilig in dat ideaal''.

Van Dalen werkt nu voor de Stichting Alcoholpreventie (STAP). Nog steeds wil hij alcoholmisbruik onder jongeren aanpakken. Niet langer via voorlichting, maar via een politieke lobby. ,,Het is achteraf treurniswekkend'', zegt hij. ,,Voorlichting aan jongeren heeft geen enkele zin. Het is verspilde moeite.''

In feite is dat waar, zegt Martijn Planken. Hij is de huidige coördinator jongeren van het NIGZ. Dit jaar reizen onder auspiciën van dit instituut 200 jonge voorlichters de Nederlandse campings af om leeftijdgenoten voor te lichten over de gevaren van alcoholmisbruik. ,,Gedrag verander je niet met voorlichting, daar zijn veel hardere maatregelen voor nodig. Hooguit kun je zeggen: het zet mensen aan het denken.''

Jongeren drinken op steeds jongere leeftijd. Volgens het ministerie van VWS had in 2003 68 procent van de twaalfjarige meisjes al alchohol gedronken, tegen 33 procent in 1992. Bij jongens steeg dat percentage van 50 naar 75 procent.

Nederlandse jongeren tot 25 jaar zijn de meest frequente drinkers van Europa, schreef minister Hoogervorst (VVD) dit voorjaar aan de Tweede Kamer. De gevolgen: hersenbeschadigingen, meer verkeersongelukken, hoger ziekteverzuim en vaker agressie op straat. ,,Drankgebruik is de afgelopen tien jaar steeds meer en op steeds jongere leeftijd tot de leefwereld van jongeren gaan behoren'', aldus de minister.

Drinkende jongeren, zegt Wim van Dalen, werden een politiek probleem in de jaren tachtig. Toenmalig staatssecretaris Dees (VVD, Volksgezondheid) vond het tijd voor een grote overheidscampagne. In een beleidsnota zette Dees een pakket maatregelen uiteen. Alcoholreclame moest verboden worden, de accijns op alcohol zou omhoog gaan.

Van Dalen: ,,Het was achteraf bezien een politiek naïeve nota. De voorlichting was alleen als extraatje bedoeld, maar was na behandeling in de Tweede Kamer het enige dat overbleef als beleid.'' In 1990 startte de eerste jongerencampagne, Do you know, do you care? Het kabinet maakte er bijna anderhalf miljoen euro voor vrij. Opvallende posters, een tv-spot die werd ingezongen door Phil Collins.

,,Een boeiend experiment'', zegt Van Dalen. ,,Iedereen praatte erover. Nooit eerder werd er zo massaal aandacht besteed aan drinkende jongeren.'' Extra vervelend was het, zegt hij, dat er geen enkel effect werd gevonden en dat andere, effectievere maatregelen uitbleven. Uit onderzoek van het ministerie van WVC uit 1994 bleek dat onder jongeren ,,een tendens [is] tot stijgend alcoholgebruik''.

Door de jaren heen veranderde het NIGZ de opzet van de campagnes. De aanpak moest persoonlijker worden, zegt coördinator Martijn Planken. ,,Alleen tv-spotjes uitzenden sprak jongeren niet meer aan. Zij kijken daar doorheen.'' Campagnemedewerkers deelden ansichtkaarten uit met vragen over drank. (Vraag: Door overmatig drinken gaan mannen en vrouwen eerder onveilig vrijen. Antwoord: juist.) Jonge vrijwilligers moesten gesprekken aanknopen met vakantievierende scholieren en studenten.

Twee jaar geleden evalueerde bureau ResCon in opdracht van het NIGZ de alcoholvoorlichting. Het goede nieuws: voorgelichte jongeren weten veel meer van de gevaren van alcohol. Zo wist 96 procent van de voorgelichte jongeren het goede antwoord op de vraag over onveilig vrijen te beantwoorden, tegen 87 procent van de controlegroep. Bovendien praten ze er meer over met vrienden en hebben ze ,,een sterke intentie'' om in de toekomst minder te gaan drinken.

Maar het slechte nieuws is dat ze er uiteindelijk geen druppel alcohol minder om drinken. Planken: ,,Dat heeft verschillende oorzaken. Alcohol is makkelijk beschikbaar, jongeren hebben steeds meer geld en de sociale druk om mee te drinken met de groep is vaak te sterk.''

Om alsnog de toename in drinkgedrag onder jongeren te stoppen, heeft minister Hoogervorst in maart een plan gepresenteerd. De alcoholreclame op televisie zou drastisch moeten worden beperkt, de belasting op de beruchte zoete breezers zou met 60 cent omhoog gaan en de voorlichting aan jongeren zou worden uitgebreid. De Kamer voelde echter alleen wat voor de laatste maatregel reclamebeperking en accijnsverhoging werden afgewezen. Van Dalen denkt dat doorgaan met voorlichting een hopeloze weg is.

Het NIGZ gaat door met campagne voeren. Deze zomer is een recordaantal voorlichters naar de campings gestuurd. Het instituut wil bovendien met lokale overheden voorlichtingscampagnes beginnen en intensiever samenwerken. Planken wil dat campagnes zich concentreren op ouders. ,,Die waren in de jaren negentig `uit'. Maar nu worden ze toch steeds meer gezien als mensen met een voorbeeldfunctie.'' Want voorlichting op zichzelf mag dan geen direct effect hebben, Planken vindt het geen verspilde moeite. ,,Ik hoop dat jongeren er op de lange termijn tóch iets van meekrijgen. Ze parkeren onze ideeën in hun achterhoofd.''