Hoog tijd voor een alternatief voor `Kyoto'

Niet de bindende emissie-afspraken van het Kyotoverdrag, maar technologische vernieuwing vormt het beste antwoord op klimaatveranderingen, zo vinden de VS, Australië, China, India, Japan en Zuid-Korea. Daarmee zetten zij de Europese aanpak terecht te kijk, meent Joshua Livestro. In plaats van te volharden in `Koyoto' zou Europa moeten streven naar een Atlantisch-Mediterraan Partnerschap, vindt Joost van Kasteren.

Het einde van het Kyoto-protocol hing al langer in de lucht. In de eerste plaats groeit de kritiek op het IPCC, het Intergovernmental Panel on Climate Change, een merkwaardige vergaarbak van wetenschappers en beleidsambtenaren, die het klimaatbeleid van een wetenschappelijke basis pogen te voorzien. In zijn jongste rapport (2001) is een grafiek opgenomen waaruit zou blijken dat de laatste decennia van de vorige eeuw de warmste zijn geweest in de afgelopen duizend jaar, ergo dat de waargenomen stijging van de temperatuur veroorzaakt is door menselijke activiteiten. Tot ongeveer 1950 vertoont de temperatuur een min of meer horizontale lijn die vervolgens steil omhoog krult.

Deze `hockeystick' is een boemerang gebleken, die een forse deuk heeft geslagen in de geloofwaardigheid van het Panel. Een commissie van het Amerikaanse Congres heeft onlangs zowel de voorzitter van het IPCC als de opstellers van de `hockeystick' ter verantwoording geroepen.

In de tweede plaats zijn er grote twijfels over de waarde van het Kyoto-protocol. Volgens afspraak moeten de landen die het protocol hebben ondertekend hun CO2-uitstoot in 2012 met gemiddeld 6 procent ten opzichte van 1990 hebben verminderd. Voor veel landen is het twijfelachtig of ze dat halen. Canada bijvoorbeeld moet de uitstoot van broeikasgassen met een kwart verminderen, willen ze op het afgesproken niveau uitkomen. Spanje zit momenteel zelfs 40 procent boven het niveau van 1990. Nederland kan de afspraak alleen nakomen door fors te investeren in het verbeteren van elektriciteitscentrales in Oost-Europa (joint implementation) en alternatieve energie in ontwikkelingslanden (clean development mechanism). Dat is toegestaan onder het Kyoto-protocol, maar erg elegant is het natuurlijk niet. Overigens staat op het niet naleven van de Kyoto-afspraken geen sanctie, dus het verwijt van vrijblijvendheid aan de leden van het Partnerschap is enigszins gratuit.

In de derde plaats, zo constateerde Tony Blair terecht tijdens de G8-top in Gleneagles, heeft een klimaatbeleid volstrekt geen zin als grote industrielanden zoals de Verenigde Staten, China en India niet meedoen. Samen stoten deze landen bijna de helft van alle CO2 uit en gezien de verwachte economische ontwikkeling in India en China zal dat nog wel meer worden. Hoewel George Bush op diezelfde top toegaf dat er misschien wel een verband bestond tussen het verstoken van fossiele brandstoffen en opwarming van de aarde, zijn noch de Verenigde Staten, noch India en China bereid om zich te onderwerpen aan de boekhouders van het Kyoto-protocol. Een – dalend – plafond in de uitstoot van CO2 – ook al komt dat pas na 2012, zou hen te veel belemmeren in hun economische ontwikkeling.

Liever zetten ze in op technologische samenwerking en innovatie. Een technologisch optimisme dat fris afsteekt tegen het boekhoudersdenken van het Kyoto-protocol. In een variant op de uitspraak dat het Stenen Tijdperk niet ophield omdat de stenen op waren, zou je kunnen zeggen dat het olietijdperk niet op zal houden, omdat de olie op is, maar omdat er betere alternatieven zijn. De ontwikkeling daarvan vergt niet alleen de inzet van mensen en middelen, maar ook van een overheid die daar serieus werk van maakt. Wat dat betreft is het gênant dat Nederland nog steeds accijns heft op biobrandstoffen, de vergisting van afvalstoffen eerder bemoeilijkt dan bevordert en de subsidie voor zonnepanelen heeft stopgezet.

In plaats van denigrerend te doen over het Aziatisch-Pacifische Partnerschap is het beter om te erkennen dat het Kyoto-protocol geen oplossing biedt voor het broeikaseffect. Van zichzelf heeft het geen overtuigingskracht, want zelfs als de doelen gehaald worden, leidt het tot een temperatuurverlaging van tweehonderste graad. Bovendien heeft Europa als belangrijkste pleitbezorger van het Kyoto-protocol weinig invloed meer in de wereldpolitiek. Het Partnerschap laat zien dat het machtscentrum in de wereld definitief is verschoven van de Atlantische naar de Stille Oceaan. Het zou derhalve goed zijn na te denken over een alternatief voor het Kyoto-protocol. Zoals een Atlantisch-Mediterraan Partnerschap bijvoorbeeld met Zuid-Amerika, Afrika en het Midden-Oosten.

Joost van Kasteren is wetenschapsjournalist en medewerker van NRC Handelsblad.

    • Joost van Kasteren