`Hier moet je iedereen wantrouwen'

Het geweld in Irak komt niet alleen van terreurgroepen maar ook van binnenuit. In Basra zijn politie en autoriteiten niet te vertrouwen; shi'itische partijen leggen de bevolking hun wil op.

Voor de val van Saddam Hussein telde de politie in Basra, in het zuiden van Irak, ongeveer 5.000 agenten. Tegenwoordig houden bijna 14.000 politiemannen zich bezig met het bewaken van de openbare orde in de stad en de omliggende regio. Maar volgens luitenant Haidar al-Asadi is de situatie er allesbehalve op vooruitgegaan. ,,Ik verdien nu veel meer dan onder Saddam, maar wat heb ik aan dat geld als niemand mij nog respecteert als politieman'', zegt hij.

Net als elders in Irak hebben de politie en de veiligheidsdiensten in Basra een zeer slechte reputatie. Ze zouden laks en corrupt zijn, en grotendeels zijn geïnfiltreerd door zowel criminele als extremistische religieuze organisaties.

Politieofficier Asadi kent de klachten. Wat meer is, hij weet uit ervaring hoezeer ze kloppen. ,,Amper 30 procent van het politiekorps werkt voor het algemeen belang, gedraagt zich als echte patriotten. De rest heeft zijn eigen agenda. Als collega's zijn ze niet te vertrouwen'', zegt hij onomwonden. ,,Als ik op patrouille ga, moet ik goed uitkijken wie ik als partner meeneem. Veel agenten zijn bereid om er tijdens een arrestatie voor te zorgen dat een verdachte kan ontsnappen. Of ze vermoorden hem, of ze vermoorden mij. Eigenlijk moet je haast iedereen wantrouwen.''

Basra geldt als de `hoofdstad' van het shi'itische zuiden. Sunnieten maken hier zo'n 20 procent van de bevolking uit. Vooral pro-Iraanse (shi'itische) religieuze partijen en hun extremistische milities oefenen druk uit op de politie en veiligheidsdiensten, en proberen het openbare leven naar hun hand te zetten, schetst Asadi. Dat Basra relatief nog rustig is vergeleken met andere delen van het land komt doordat alle partijen door middel van geweld en intimidatie hun posities hebben weten te consolideren, zegt hij. ,,Ze zijn heel tevreden met het bereikte resultaat en vinden het nu niet opportuun elkaar het leven zuur te maken met geweld.''

De sterke greep van de shi'ieten op het sociale en politieke leven in het zuiden van Irak, zowel door geestelijk leiders als door aan hen gerelateerde milities, is volgens politieofficier Asadi overduidelijk. ,,Het lijkt wel alsof het zuiden en vooral Basra door Iran wordt bestuurd'', zegt hij. ,,Alle bars en clubs en feestzalen zijn dicht. De muziekwinkels zijn gesloten, net zoals de schoonheidssalons, de bruidswinkels, de wijnhandels. In een echte democratie zou iedereen vrij moeten zijn te leven hoe hij of zij wil. Een christelijke vrouw moet zonder hoofddoek over straat kunnen gaan, en ik zou een glas met u moeten kunnen drinken als ik dat zou willen. Maar in Basra kan dat niet.''

Asadi is niet optimistisch dat de situatie snel zal verbeteren. Alleen als het wettelijk gezag wordt hersteld en een eind wordt gemaakt aan de infiltraties, kunnen de vaak zwaar bewapende milities worden teruggedrongen. ,,Maar nu is het nog zo dat de politie bang is voor de milities en de regering te zwak is om ons te beschermen'', zegt hij. ,,Als we iemand willen arresteren, komen de milities tussenbeide en lopen we het risico zelf te worden gedood. Als de politie in meerderheid loyaal zou zijn aan het wettelijke gezag, waren er in Basra nooit feestzalen gesloten of clubs platgebrand. Maar bevelen worden niet uitgevoerd, misdaden in de doofpot gestopt, en veel agenten maken zich zelf schuldig aan afpersing en andere misdaden.''

Majoor Jassem al-Dajari, hoofd van het provinciale hoofdkwartier van de Iraakse inlichtigendienst in Basra, weet wel waarom veel jongeren zich laten ronselen voor het begaan van misdaden en het plegen van terreurdaden. ,,Wat hier in Basra gebeurt, is vooral het gevolg van armoede en werkloosheid. Jongeren vormen een gemakkelijk prooi. Ze willen werk, maar door de werkloosheid komen ze in handen van agitatoren'', zegt hij.

Dajari's analyse is zo mogelijk nog somberder dan die van politieluitenant Asadi. Er is ,,zero security'' in Basra, zegt hij. De situatie wordt alleen maar erger. Om de neerwaartse spiraal van geweld en wetteloosheid te stoppen, is slechts een oplossing mogelijk, zegt hij: hard optreden van leger en politie. `Oog om oog, tand om tand' in de strijd tegen terroristen, gijzelnemers, moordenaars en verkrachters.

Maar, vervolgt hij, zo'n harde aanpak heeft alleen kans van slagen als de overheid haar gezag terugkrijgt, en de burgers iets merken van wederopbouw. Nu is van het een, noch van het ander sprake. ,,We zien hier geen spoor van economische ontwikkeling. Basra is de haven van Irak, dus zou je verwachten dat hard wordt gewerkt aan het op poten zetten van de infrastructuur en de dienstverlening. Maar niets daarvan. Het is alleen maar erger geworden na de val van Saddam. Bergen afval overspoelen de stad'', zegt hij.

Vier maanden geleden heeft de nieuwe regering een gouverneur aangesteld voor Basra, maar in al die tijd heeft de centrale overheid nog geen cent overgemaakt naar de provincie. Zelfs de ambtenaren ontvangen geen salaris uit Bagdad. ,,Het budget wordt tot nog toe gefinancierd met particuliere gelden. Hoe wil je dan dat hier verbetering valt te zien? We zien alleen hoe de Amerikanen de Iraakse olierijkdom uitdelen aan Amerikaanse bedrijven voor peperdure projecten. Maar voor de burgers van Bagdad of van Basra levert dat niets uit. Ze hebben vaak geen drinkwater en hooguit een paar uur stroom per dag. Veel Irakezen verwensen de VS.''

Dezelfde Irakezen, zegt majoor Dajari, zien dat de milities ongestoord hun gang gaan en dat de overheid hen niet ontwapent. Ook hijzelf heeft ervaren dat de politieke wil én durf ontbreken. Nadat hij een plan had ingediend voor een gecoördineerde bestrijding van rebellie en misdaad in de provincie, met gezamenlijke inzet van leger en alle veiligheids- en politiediensten, werd hij ,,persona non grata'', vertelt hij. Hij werd niet langer uitgenodigd in het gouvermentele paleis.

Waarom wordt hij dan geweerd? ,,Ik weet het niet, maar ik heb wat rondgevraagd en het werd me al snel duidelijk dat de meeste verantwoordelijken niet dapper genoeg zijn om in te gaan tegen de gevestigde belangen en zich neerleggen bij de invloed van de religieuze partijen. Ik heb geen harde bewijzen, maar zeker is dat bijna bij alle gijzelingen en moordpartijen politieauto's worden gebruikt. Dus moet er sprake zijn van infiltraties op alle niveau's.''

Provinciaal gouverneur Mohammed Moussabeh bevestigt dat laatste met zoveel woorden. Maar hij ontkent ook dat hij niets doet. ,,Ik ben hier de baas'', bromt hij. De veiligheidsdiensten worden gezuiverd, en militanten van Al-Sadr's groep en andere pro-Iraanse milities worden uit de politie gezet, zegt hij, ondanks de weerstand. ,,Dit delicate proces moet over een paar maanden zijn afgerond.''

Op het kantoor van de inlichtingendienst kijkt majoor Dajari om zich heen. De bij het gesprek aanwezige agenten, zeggen niets. Maar de majoor wil niet zwijgen, ook niet na vele de doodsbedreigingen die hij zegt te krijgen. ,,Ze bellen me op mijn mobiele telefoon en zeggen: `We krijgen jou nog wel. Slaap wel'.'' Hij ligt er kennelijk niet wakker van.

    • Wilfried Bossier