Eiland aast op de Amerikaan

Witte baaien, eeuwenoude monumenten. Curaçao zou een van de populairste bestemmingen van het Caraïbische gebied kunnen zijn. Toch lijkt het grootschalige toerisme nu pas op gang te komen.

Twee stevige Curaçaoënaars schilderen het hek bij de ingang van de Kura Lodge. Het is zaterdagochtend, maar het werk gaat onverminderd door. Medio augustus komen de eerste gasten, en er moet nog een hoop gebeuren om het time-share resort (een huis dat door verschillende mensen wordt gedeeld) om te bouwen tot het nieuwste geesteskind van de Nederlandse zakenman Jacob Gelt Dekker.

In de Kura Lodge, op de meest westelijke punt van Curaçao, kunnen gasten uit het luxe stadshotel Kura Hulanda (Hollands Hofje) straks een paar dagen aan zee doorbrengen. Beide projecten zijn initiatieven van Dekker, die als mede-eigenaar van One hour fotoshops en het autoverhuurbedrijf Budget miljoenen verdiende.

Velen verklaarden de excentrieke ondernemer, wiens vermogen door het zakenblad Quote wordt geschat op 220 miljoen euro, voor gek toen hij zich acht jaar geleden op Curaçao vestigde. Met een rookspuwende raffinaderij, vergaande bureaucratie en door het slavernijverleden gevormde arbeidskrachten met weinig enthousiasme voor het bedienen van blanken zou het toerisme op het eiland gedoemd zijn tot kleinschaligheid, zo werd hem bezworen.

Inmiddels is Dekker niet meer de enige ondernemer die brood ziet in Curaçao als toeristisch product. Een kleine tien jaar geleden bestempelde het eilandsbestuur stimulering van het toerisme als dé economische prioriteit en de bijdrage van de toeristensector aan het bruto nationaal product groeide sinds 2001 van 90 tot 270 miljoen euro. Daarbij komt een investering van 450 miljoen euro, inclusief 32 miljoen euro aan zachte overheidsleningen, die over vier jaar moet resulteren in een verdubbeling van het aantal luxe hotelkamers op het eiland. Als de geplande projecten van Curaçaose, Arubaanse en Amerikaanse investeerders doorgaan beschikt Curaçao in 2009 over ruim 5.000 hotelkamers.

Eenderde van de hotels wordt geëxploiteerd door Amerikaanse ketens, de overige zijn in particuliere handen. De afgelopen jaren hebben steeds meer hotelketens interesse in een Curaçaose vestiging. Zo krijgen Marriott en Hilton binnenkort gezelschap van Hyatt en Renaissance. Ze richtten zich voornamelijk op de Amerikaanse markt.

Logisch, vindt de Curaçaose gedeputeerde van toerisme, Ivar Asjes, in functie vergelijkbaar met een Nederlandse wethouder. ,,We krijgen nu 0,4 procent van alle Amerikaanse toeristen die naar het Caraïbisch gebied gaan'', zegt Asjes, ,,dus er is veel ruimte voor groei.'' Momenteel komen de meeste toeristen uit Nederland.

Maar toerisme staat nog in de kinderschoenen op Curaçao. De bezoekersaantallen, jaarlijks 225.000 hotelgasten en 150.000 cruiseschippassagiers, steken schril af bij de zustereilanden Aruba en Sint-Maarten, waar ieder jaar ruim drie keer zoveel mensen vakantie komen vieren. Maar die relatieve onbekendheid is juist een voordeel, meent Asjes, want toeristen willen telkens iets nieuws. ,,Curaçao heeft meer dan alleen zon, zee en strand, wij zijn een zeer multiculturele en historisch interessante bestemming; real & different.'' Volgens de gedeputeerde zal het aantal bezoekers in de komende vijf jaar met 100.000 toenemen. Het cruisetoerisme zit al in de lift, ten opzichte van 2004 is dit jaar een groei van 50 procent geregistreerd.

Het is niet de eerste keer dat Curaçao stoute plannen ontwikkelt om het toerisme te stimuleren. In het verleden heeft de stroperige bureaucratie veel initiatieven doen stranden. Volgens Asjes is het tij gekeerd. ,,In ambtelijke kringen leeft nu het belang van economische ontwikkeling, niet hoe je een project het best kan bureaucratiseren'', zegt hij, eraan toevoegend dat waar vroeger ambtenaren met investeerders onderhandelden, gedeputeerden die gesprekken nu zelf voeren.

Niet iedereen op het eiland is blij met die politieke bemoeienis. Volgens Billy Jonckheer, bestuurslid van de Curaçao Hospitality and Trade Association (CHATA), een samenwerkingsverband van ondernemers, is de toeristenindustrie eerder gebaat bij een goede samenwerking tussen de private en de publieke sector. ,,De politiek moet faciliteren, niet beïnvloeden'', zegt Jonckheer. ,,We hebben behoefte aan een zakelijke benadering, niet aan politieke benoemingen bij instanties als het Curaçao Toeristen Bureau, dat ons aan de man moet brengen.''

Middenin het getouwtrek tussen politieke en private zeggenschap over het toeristisch product Curaçao speelt de noodzaak voor meer luchtverbindingen. Het faillissement van de nationale Antilliaanse luchtvaartmaatschappij Dutch Caribbean Airlines (DCA) in september 2004 heeft weinig invloed gehad op het toerisme uit de VS en Nederland. Maar het aantal bezoekers uit Venezuela en het Caraïbisch gebied is drastisch gedaald.

Zowel Jonckheer als Asjes is ervan overtuigd dat er een Curaçaose luchtvaartmaatschappij moet komen. Maar waar Jonckheer uitkomst ziet in een privaat initiatief, wil Asjes overheidsparticipatie. De luchtvaartgeschiedenis met DCA en voorganger ALM heeft de Antilliaanse gemeenschap naar schatting 400 miljoen euro gekost. Toch wijst Asjes op de voordelen van een dergelijk bedrijf; werkgelegenheid en het stimuleren van de economie. Bovendien, meent de gedeputeerde, is een eigen luchtvaartmaatschappij voor het eiland een strategisch instrument om de ontwikkeling van het toerisme te sturen, ,,zodat je niet afhankelijk bent van derden''.

Ook Jacob Gelt Dekker zet zich in. Hij meldde de maatschappijen PIAS International en Atlantic Airlines aan bij de Antilliaanse minister van Verkeer, Omayra Leeflang, die tevens in onderhandeling is met het Venezolaanse Insel Air en het door Jonckheer gewenste Curaçao Airways. Volgens Leeflang zijn de economische vergunningen al afgegeven, nu is het wachten op de Air Operating Certificates (AOC's).

Volgens Asjes zal Curaçao over een paar jaar een populaire bestemming zijn. ,,Aruba en Sint-Maarten hebben zich vanaf het begin op het toerisme geconcentreerd en terecht grote risico's genomen. Nu is die fase ook voor Curaçao aangebroken'', aldus de gedeputeerde. ,,De overheid is misschien traag, maar we doen wel ons best.''