Eén kerk te veel in Montenegro

De Servisch-orthodoxe kerk heeft een kerk laten plaatsen op een Montenegrijnse bergtop. En ze heeft daarbij gebruik gemaakt van een legerhelikopter. De regering van Montenegro en de Montenegrijnse kerk zijn woedend.

De ruzie tussen Servië en Macedonië, en tussen de Servisch-orthodoxe en de Macedonisch-orthodoxe kerk, over de hechtenis van een Servisch-orthodoxe bisschop in Macedonië is nog lang niet voorbij – maar de Servisch-orthodoxe kerk is nu al weer verwikkeld in een andere, niet minder felle ruzie: met de Montengrijns-orthodoxe kerk.

Net als in Macedonië opereren in Montenegro twee orthodoxe kerken, niet naast maar tegenover elkaar: ze maken elkaar het leven zo zuur mogelijk. De Montenegrijns-orthodoxe kerk scheidde zich in 2000 van de Servisch-orthodoxe kerk af, tot woede van de Serviërs. In feite pakte de Montenegrijnse kerk in 2000 gewoon de onafhankelijkheid terug die ze tachtig jaar eerder was kwijtgeraakt: in 1920 was ze, zeer tegen haar wil, door de Servisch-orthodoxe kerk opgeslokt, een gevolg van de vorming van het `Koninkrijk van Serviërs, Kroaten en Slovenen' dat later de naam Joegoslavië kreeg.

De scheiding van 2000 was meer dan een zuiver religieuze zaak, want net als elders in de orthodoxe wereld lopen ook hier religieuze, etnische en politieke breuklijnen parallel: er mag een scheiding bestaan tussen kerk en staat, in alle orthodoxe landen speelt de kerk een hoofdrol waar het zaken betreft die nation building, natie en staat betreffen. De Servisch-orthodoxe kerk volgt in vrijwel alle aangelegenheden de Servische staat zolang die Servisch-nationalistische doeleinden nastreeft – zij was op de hand van het bewind van Slobodan Milošević tijdens de oorlogen in Kroatië, Bosnië en Kosovo, en ook in Servië mag zo'n beetje iedereen schoon genoeg hebben van Radovan Karadžić, de Servisch-orthodoxe patriarch Pavle had nog vorige week veel lovende woorden voor de van oorlogsmisdaden beschuldigde oud-leider van de Bosnische Serviërs.

In Montenegro is de Servisch-orthodoxe kerk vanzelfsprekend vierkant tegen de onafhankelijkheid van Montenegro, die de Montenegrijnse regering nastreeft, daarbij – even vanzelfsprekend – volop gesteund door de Montenegrijns-orthodoxe kerk. De Montenegrijnse kerk heeft overigens eeuwenlang een prominente politieke rol gespeeld: tot 1851 werd Montenegro geregeerd door prinsen die tegelijkertijd bisschoppen waren.

De ruzie van nu begon toen op 16 juni de Servisch-orthodoxe metropoliet van Montenegro, Amfilohije, een tinnen kerkje (drie bij vier meter) liet neerzetten op de top van de berg Rumija nabij de Montenegrijnse kustplaats Bar. Dat was al een affront voor alle Montenegrijnen die achter de Montenegrijns-orthodoxe kerk staan en die voor de onafhankelijkheid zijn. Dat voor het plaatsen van die kerk gebruik werd gemaakt van een helikopter van het leger van de unie Servië en Montenegro, de jure een neutrale staatsinstelling, maakte het nog veel erger.

Volgens Montenegrijnse media wil de Servisch-orthodoxe kerk het niet bij die tinnen kerk op de Rumija laten: ze wil ook kerken plaatsen op alle andere bergen die er toe doen in Montenegro, de Lovćen, de Durmitor, de Bjelašica en de Komovi. Die bergen hebben voor de bewoners van de `zwarte bergen' waaraan het land zijn naam ontleent een grote symbolische waarde. Op de top van de Lovćen bevindt zich het graf van de grootste Montenegrijn uit de geschiedenis, de schrijver, dichter en prins-bisschop Petar II Petrović Njegoš (1813-1851).

De Montenegrijnse leiding was woedend over de plaatsing van de kerk. Zij was niet op de hoogte gesteld – ze moest het nieuws nota bene uit de krant vernemen. Ze verweet de Servisch-orthodoxe kerk ,,een religieus en politiek offensief'' tegen de regering te zijn begonnen en ,,gewelddadig'' te zijn geworden. Doel van het kerkelijke offensief is ,,de instabiliteit van Montenegro''. ,,De Servisch-orthodoxe kerk wil de staatsinstanties afkeren van het pad van de burgerlijke, nationale, economische en staatsemancipatie'', aldus de regerende Partij van Democratische Socialisten (DPS). Het was ,,een directe provocatie tegen Montenegro'', het was ,,een poging het land onbetekenend te maken'', het was ,,een doelbewuste en gesynchroniseerde politiek tegen de Montenegrijnse democratie'' en het was ,,een poging aan te tonen dat de kerk boven de staat, de wet en het volk staat''.

De Montenegrijnse Burgerpartij eiste stappen tegen de ,,gewelddadige en barbaarse'' Servisch-orthodoxe kerk – een ,,Macedonische oplossing'' bijvoorbeeld, in de vorm van de arrestatie van ,,de provocateur'' metropoliet Amfilohije.

Uitgesproken bedroefd was de regering in Podgorica over de rol van het leger, dat de Servisch-orthodoxen had geholpen. Het had zich ,,onprofessioneel en incorrect'' gedragen, vond president Filip Vujanović. Het leger deed aanvankelijk of zijn neus bloedde: ,,Er was geen sprake van misbruik, omdat het leger gewoon heeft geholpen zoals het altijd helpt waar dat nodig is, zoals bij overstromingen of als gebieden door sneeuw ontoegankelijk zijn'', liet de generale staf weten. Geen sterk argument, want van een noodtoestand was geen sprake geweest, en dus moest het leger een onderzoek toezeggen naar de vraag wie die helikopter ter beschikking heeft gesteld, en waarom de Montenegrijnse leden van de Opperste Defensieraad, onder wie president Vujanović, van niets wisten. Later heette het dat het leger ,,zijn lessen heeft geleerd'' uit het incident.

Intussen regent het speldenprikken tegen de Serviërs. In de Vojvodina, in het noorden van Servië, kondigde – carpe diem – de Montenegrijnse gemeenschap aan een Montenegrijns-orthodoxe kerk te gaan bouwen. ,,Een decennia oude droom gaat in vervulling'', aldus de leider van de gemeenschap. Gisteren meldde ook de Macedonische gemeenschap in de Vojvodina een eigen Macedonisch-orthodoxe kerk te gaan bouwen, midden in de hoofdstad Novi Sad. En in Montenegro kreeg de Servisch-orthodoxe metropoliet Amfilohije van de burgemeester van de hoofdstad Podgorica te horen dat de stroom- en watervoorziening van zijn kathedraal wordt afgesloten. Wegens wanbetaling.

    • Peter Michielsen