Een ideologisch en gedreven jurist

Vrijwilligerswerk is jurist Bart Stapert (41), de nieuwe voorzitter van Amnesty International Nederland, niet vreemd. Naast zijn baan als docent en onderzoeker aan het Willem Pompe Instituut van de Universiteit Utrecht is hij sinds eind juni op vrijwillige basis voorzitter van de mensenrechtenorganisatie. Hij kreeg het van huis uit mee. Zijn vader, Berend Stapert (75), heeft zo'n vijftig jaar bestuurlijke ervaring, onder meer bij een damclub en drie biljartverenigingen. Zijn moeder had een bestuursfunctie bij de Nederlandse Bond van plattelandsvrouwen. ,,We hebben het vrijwilligerswerk altijd gestimuleerd bij onze twee kinderen'', zegt Stapert senior. ,,Maar Bart was daarin heel snel veel idealistischer dan wij. Hij sloot zich al op school aan bij Amnesty. Hij bekommerde zich altijd om de minderbedeelden.''

Waar dat idealisme vandaan komt, weet zijn vader eigenlijk niet. ,,Hij vond de verhalen van zijn opa over diens jongensjaren, waarin arbeiders minder rechten hadden en binnen twee weken op straat konden staan, heel interessant. Hij heeft altijd als doel gehad om de mensen te helpen die dat nodig hebben. Als een zwerver hem om geld vroeg, nam hij hem mee en kocht wat eten en koffie.''

Vanuit dat idealisme vertrok Bart Stapert eind jaren tachtig, na zijn studie juridische bestuurswetenschappen, op 25-jarige leeftijd naar Amerika. Hij wilde in z'n eentje de doodstraf afschaffen. ,,Ik ben inmiddels iets realistischer geworden'', vertelt hij. ,,Ik weet nu dat ik me alleen in mijn eigen omgeving kan inzetten voor ter dood veroordeelde mensen.'' In de meeste van de zeventig rechtszaken waar hij bij betrokken was, werd de verdachte uiteindelijk niet geëxecuteerd. Idealistisch is hij nog steeds. ,,Ik heb een vrij simpel wereldbeeld: als iets niet klopt, moet je ertegenin gaan.''

Stapert werkte twaalf jaar in de VS. Om er advocaat te kunnen worden, volgde hij de studie rechten in New Orleans aan de Loyola University. Een van zijn docenten was Bill Quigley. ,,Bart wilde meteen vrijwilligerswerk doen in de arme gemeenschappen in New Orleans. Hij is de enige student die ik ooit heb gehad die dat werk ging doen. De Afro-Amerikaanse bewoners vonden Bart meteen aardig om zijn open manier van communiceren. Hij luisterde naar hen. Zijn sterke punt is zijn grote hart. Het is een grote man, qua lengte, maar zijn hart is nog groter.''

Hij wil niet ,,patserig'' overkomen, maar zelf vindt Stapert ook dat hij goed met mensen kan omgaan. ,,Met allerlei soorten mensen: studenten, rechters en de mensen uit de public houses. Ik hou niet van spelletjes, ook in de rechtszaal niet. De jury waardeert dat. Ik durf me kwetsbaar op te stellen.'' Ook als hij praat over zijn eredoctoraat, laat hij zijn kwetsbare kant zien. ,,Ik kreeg het eredoctoraat in de rechtsgeleerdheid toen ik 36 jaar was, dat is relatief vroeg. Ik kan me heel goed voorstellen dat mensen denken: wat kan hij nu helemaal gedaan hebben in die tijd?''

Toen Stapert onlangs een forum voorzat bij de VVD over lekenrechtspraak merkte niemand dat hij een GroenLinks-sympathisant is, zegt zijn collega Tom Zwart, hoofddocent staats- en bestuursrecht. ,,Achteraf waren de aanwezigen verbaasd dat Bart helemaal niets met de VVD van doen heeft, want hij verplaatste zich heel goed in zijn publiek.'' Stapert kan volgens Zwart goed zijn verschillende functies scheiden. ,,Hij is een gedreven activist, maar ook wetenschapper. Hij kan die rollen feilloos combineren. Ook in de wetenschap houdt hij een open mind.''

Zwart vindt Stapert bescheiden. ,,Hij zal zich zeker niet gaan profileren ten koste van Amnesty. Het typeert hem dat hij nu alsnog een proefschrift gaat schrijven. Hij wil dat eredoctoraat echt verdienen.''

Ook Max Visser, met wie Stapert vanaf zijn Groningse studietijd bevriend is, vindt hem erg gedreven. ,,Hij behandelt nog steeds een doodstrafzaak in Florida. Hij wil onrecht voorkomen, alhoewel die gedrevenheid soms ten koste gaat van zijn eigen welzijn.'' Stapert kwam terug naar Nederland om het wat rustiger aan te doen. ,,Ik moet nee leren zeggen, prioriteiten stellen.'' Toch zal hij volgend jaar nóg een taak erbij nemen; hij gaat weer de advocatuur in. ,,Het is nu nog moeilijker om hem te zien dan toen hij in de VS woonde'', zegt Visser, die hem vooral kan waarderen om zijn vermogen tot relativeren. ,,Als Bart naar Nederland wilde komen, vroeg hij of het wel uitkwam bij mij. En dat terwijl hij het zelf heel druk had, hij moest zelfs zijn eigen salaris regelen. Hij heeft een enorm gevoel voor relativerende humor.''