De terugkeer van bonanza

De economie sukkelt voort, maar het kabinet kan meer geld uitgeven dankzij de hoge olieprijs. Verjubelen van de aardgasbaten is echter uit den boze.

Voor de tweede keer dit jaar zorgen de explosief gestegen olieprijzen op de wereldmarkt voor fors hogere Hollandse aardgasbaten. Deze extra inkomsten voor de schatkist zijn hoogst welkom, want hierdoor heeft het kabinet, ondanks de sukkelende economie, toch wat armslag om meevallers uit te delen.

Met prinsjesdag zal het kabinet naar verwachting aankondigen dat er volgend jaar anderhalf miljard euro meer dan geraamd valt te besteden. De komende week moeten de bewindslieden over de verdeling hiervan overeenstemming bereiken. Voor de hand liggende uitgaven, waarover de Tweede Kamer zich al vóór de zomer uitgesprak zonder hiervoor dekking aan te geven, zijn de afschaffing van het lesgeld voor 16- en 17-jarigen en de verhoging van de bijdrage aan de kinderopvang. Het kabinet zal waarschijnlijk ook iets doen om de koopkrachteffecten van het nieuwe zorgstelsel, dat op 1 januari wordt ingevoerd, voor kwetsbare inkomensgroepen te verzachten.

Vorig jaar kwamen de drie fractievoorzitters van de regeringspartijen na prinsjesdag met aanzienlijke aanpassingen van de begroting. Het is niet bekend of Verhagen (CDA), Van Aartsen (VVD) en Dittrich (D66) dat kunstje dit jaar zullen herhalen. Het ziet er naar uit dat ze eerst de definitieve plannen van het kabinet afwachten. Maar de regeringsfracties hebben hun eigen prioriteiten en ter versterking van hun politieke profiel zullen ze daar na de publicatie van de Miljoenennota ongetwijfeld op terug komen.

Bovendien is het einde van de meevallers bij de aardgasbaten niet in zicht. Als de olieprijzen op het huidige niveau van meer dan 63 dollar per vat zouden blijven, staat Nederland een verdere olieprijzenbonanza te wachten.

In de ramingen uit april van het Centraal Planbureau (CPB) waarop het begrotingsbeleid van het kabinet is gebaseerd, wordt uitgegaan van een gemiddelde olieprijs van 40,25 dollar dit jaar en van 35 dollar volgend jaar. Het CPB zal deze ramingen in de Macro-Economische Verkenningen die gelijk met de Miljoenennota op prinsjesdag bekend worden gemaakt, zonder twijfel aanpassen. Maar uitgaande van de huidige conservatieve ramingen en de vuistregel dat iedere dollar hogere olieprijs leidt tot 170 miljoen euro extra aardgasbaten voor de staat, kunnen er de resterende maanden van dit jaar en volgend jaar nieuwe miljardenmeevallers worden ingeboekt.

Het CPB waarschuwt in zijn Centraal Economisch Plan 2005 wel dat hogere olieprijzen niet alleen leiden tot een toename van de aardgasbaten voor de schatkist. Ze zorgen ook voor een lagere economische groei, lagere consumentenbestedingen, een lagere buitenlandse vraag en een hogere inflatie. Voor het begrotingssaldo worden deze dempende factoren gecompenseerd door de hogere aardgasopbrengsten.

In de jaren zeventig van de vorige eeuw, toen in het kielzog van de eerste en tweede oliecrisis de aardgasbaten eveneens binnenstroomden, verjubelden de toenmalige kabinetten het geld aan uitgaven in de publieke sector. Dat leverde het begrip `Dutch disease' op – de Hollandse ziekte om tijdelijke inkomsten uit te geven aan blijvende publieke uitgaven. Toen de olieprijzen begin jaren tachtig scherp daalden, zat Nederland met een onhoudbaar begrotingstekort.

Die fout probeert het kabinet nu te vermijden. In het regeerakkoord is afgesproken dat 40 procent van de aardgasmeevallers naar het Fonds Economische Structuurversterking (FES) gaat en 60 procent naar aflossing van de staatsschuld. Het FES, opgezet om de fysieke infrastructuur en de kennissamenleving te versterken, is hiermee het nieuwe speeltje van het kabinet geworden.

In april werd het FES voor één miljard aangesproken om de politieke crisis binnen de coalitie door het aftreden van minister De Graaf (D66) weg te masseren. Dat geld ging in het `paasakkoord' naar extra investeringen in onderwijs. Nu zoekt het CDA naar mogelijkheden om het extra FES-geld te gebruiken voor een stimulans van de consumptieve bestedingen en een andere dekking van de voorgestelde verlaging van de vennootschapsbelasting. D66 wil de nadruk leggen op meer geld voor onderwijs en `vergroening' van het beleid door duurzame energiebronnen te bevorderen, zoals de aanleg van windmolenparken op zee, waarvoor minister Brinkhorst (D66) onlangs de subsidies stopzette.

    • Roel Janssen