Bestuurlijke puinhoop (Gerectificeerd)

Hoofdpijnportefeuille is de Haagse bijnaam voor het beleidsterrein van minister Verdonk (VVD): vreemdelingenzaken en integratie. Dat geldt in het bijzonder voor de opdracht iets te doen aan het probleem dat ook in Nederland geboren en getogen afstammelingen van migranten hun partner graag uit het oude thuisland halen. Partners die vaak geen benul hebben van de Nederlandse samenleving, met alle risico dat de nog steeds bestaande achterstanden alleen maar verder worden doorgegeven. Het probleem op zichzelf is al goed voor hoofdpijn en dat geldt helemaal voor de aanpak. Het recht een gezin te stichten behoort tot de internationaal erkende rechten van de mens en dat beperkt de mogelijkheden van de overheid om in te grijpen.

Dat ervaart minister Verdonk met haar gedurfde plannen voor verplichte inburgering. Een inburgeringstoets in het land van herkomst maakt daarvan onderdeel uit, maar de plicht geldt ook voor de zogeheten ,,oudkomers''. Zeker met inburgering in het buitenland loopt Nederland voorop in Europa. ,,De collega's volgen het met belangstelling'', zei Verdonk in januari na een Europese ministersbijeenkomst. Deze aandacht zal zeker ook uitgaan naar de horden op Verdonks weg. Eurocommissaris Frattini blijkt nu ,,dear Rita'' diplomatiek doch onmiskenbaar te hebben gewaarschuwd voor problemen met het (hogere) Europees recht. Trefwoord: discriminatie. Eerder liep Verdonk reeds aan tegen haar eigen Adviescommissie vreemdelingenzaken. Deze waarschuwde dat met name in het geval van oudkomers de verplichte inburgering in strijd komt met het gelijkheidsbeginsel. De adviescommissie bedacht de oplossing om inburgering verplicht te stellen voor iedereen die niet ten minste acht jaar van zijn leerplichtige leeftijd legaal in ons land heeft doorgebracht. Daar vallen ook geboren Nederlanders onder.

Deze vernuftige uitweg is toch weer op bezwaren gestuit bij de Raad van State. En alweer vormt het maken van ongeoorloofd onderscheid een knelpunt. Het gaat niet aan EU-burgers uit andere landen vrij te stellen van een inburgeringstoets en geboren Nederlanders niet. Deze zijn immers ook burger van de EU. Na deze kritiek adviseren de ambtenaren van minister Verdonk het wetsvoorstel drastisch te snoeien. Hoe ver de minister wil gaan moet nog blijken. Helemaal onduidelijk is of ze ook tegemoetkomt aan de verdergaande bedenkingen van Frattini – en wat er dan nog van haar gedurfde wetgeving overblijft. Voorshands lijkt Verdonk het te willen laten aankomen op een (langdurige) Europese rechtszaak onder het motto ,,we zien wel waar het schip strandt''.

Er is nog een meer directe reden voor hoofdpijn (de kwalificatie is van een partijgenoot van Verdonk in de Tweede Kamer): de praktische vormgeving van de inburgering. Verdonk wil van de gelegenheid gebruikmaken de verplichte winkelnering bij de Regionale Opleidingscolleges (ROC's) af te schaffen. Vrije marktwerking is het parool. Deze loopt echter vertraging op. Een behoorlijke certificatie van aanbieders is er ook nog niet. Toch is dat geen overbodige luxe, want de inburgeraars worden geacht hun cursusgeld zelf op te brengen (met een compensatie als ze slagen) en zullen dus snel de goedkoopste weg zoeken, die echter wel eens kan uitpakken als duurkoop – voor inburgeraar én samenleving.

In anticipatie op de beleidswending hebben de ROC's al fiks het mes gezet in de inburgeringtrajecten, met als gevolg een leegloop van ervaring en kennis terwijl een alternatief uitblijft. Verdonk is met andere woorden bezig een groot gat te laten vallen. Deze bestuurlijke puinhoop (een andere kwalificatie die in de Kamer is gebruikt) is zeker zo zorgelijk als het gehakketak over juridische complicaties.

Rectificatie

In het hoofdredactioneel commentaar Bestuurlijke puinhoop (10 augustus, pagina 7) is sprake van Regionale Opleidingscolleges. De afkorting ROC staat voor Regionaal Opleidingen Centrum. Op deze instellingen wordt middelbaar beroeps- en volwassenenonderwijs (onder meer inburgeringscursussen) verzorgd.