Zwoele avonden met film in Locarno

Locarno is een slaperig bergstadje aan het Lago Maggiore in Zwitersland. Eens per jaar komt het tot leven tijden een filmfestival met vertoningen in de openlucht.

Elke avond lang voor acht uur staan er al drommen mensen voor de dranghekken op het Piazza Grande in Locarno. Om acht uur mogen ze het Middeleeuwse plein op, maar dan moeten ze nog wel anderhalf uur op een van de zevenduizend plastic kuipstoeltjes wachten tot de openluchtvoorstelling begint. Geen probleem. Uit de tas komen etenswaren, de krant wordt nog eens gelezen en er wordt beschaafd geconverseerd. De restaurantjes rond het plein doen goede zaken. Vooral dan die met tafeltjes met uitzicht op het enorme scherm, het grootste bioscoopdoek in de open lucht van Europa.

Op sommige avonden worden er zelfs twee films vertoond, een lange zit. Tussendoor even een ijsje halen is dan een welkome lichaamsbeweging. Aan de randen van het plein staan groepjes de film te bekijken vanuit onmogelijke hoeken. Geen wonder dat hun aandacht wat minder is. Ze lopen eens wat, sms-en of gaan nog een biertje halen.

De avonden in Locarno hebben een vast ritueel. Voordat de film begint, tasten camera's het publiek af en loop je kans jezelf terug te zien op het immense doek. Wat doe je dan? Zwaaien, wegkijken of stoïcijns blijven? Het levert een mooie ministudie op naar het effect van de camera op menselijk gedrag. Dan, klokslag half tien, komt festivaldirectrice Irene Bignardi het podium op met acteurs, producent of regisseur van de film. Wat vraagjes en dan komt het moment waarop iedereen wacht die elk jaar de vertoningen in de zwoele avondlucht bijwoont: de vaste speaker kondigt met sonore stem, heel overdreven articulerend, de film aan. Hilariteit alom, het blijft leuk om de man moeilijke buitenlandse filmtitels te horen galmen.

Locarno is een combinatie van voorvertoningen van films die later in Zwitserland in de bioscoop gaan draaien en films waarvan de makers gelauwerd worden tijdens het festival. Zo ontving Wim Wenders zaterdagavond in aanwezigheid van bondskanselier Schröder een ereluipaard voor zijn bijdrage aan de filmcultuur, waarna zijn nieuwste film Don't come Knocking zijn Zwitserse première beleefde in de openlucht. Eenzelfde eer was weggelegd voor de Iraanse regisseur Abbas Kiarostami – wiens Through the Olive Trees draaide – en de Amerikaanse filmfantast Terry Gilliam (Brazil, Twelve Monkeys, zijn Time Bandits is vrijdag op de Piazza te zien). Zijn nieuwe film Brothers Grimm is nog niet af. Cameraman Vittorio Storaro (jarenlang vaste `painter with light' van Bertolucci) en acteurs John Malkovich en Susan Sarandon kregen of krijgen ook nog een prijs. Het publiek is dan niet kinderachtig: luid applaus houdt soms minutenlang aan.

Als de vertoning afgelopen is, snelt iedereen naar het hoger gelegen Grand Hotel waar het flaneren begint. Op het terras, de trappen en binnenin het hotel, dat zijn oude grandeur meer en meer begint te verliezen. De drank is onbetaalbaar maar gezien worden zal je! Het kan wel eens het laatste jaar zijn waarin de kroonluchters ontstoken zijn en scootertjes af en aan rijden naar de ingang aan de straatkant. Het hotel wordt waarschijnlijk verbouwd waarbij het eeuwenoude, wat verveloze interieur plaats zal maken voor luxe appartementen.

Het uitzicht aan de achterkant is formidabel. Omdat het hotel in de bergen ligt, ontvouwt zich een schilderachtig panorama voor wie daar aandacht voor heeft. Liever kijkt men naar elkaar. Over film wordt weinig nagepraat. Voor de Locarnose jeugd is het festival een jaarlijks hoogtepunt. De rest van het jaar is Locarno een slaperig stadje waar hooguit wat bergtoeristen komen of mensen die een boottochtje maken over het Lago Maggiore.

De ongeveer duizend professionele bezoekers daarentegen praten alleen maar over film: veel gemopper over de magere competitie en speculaties over wie scheidend festivaldirectrice Bignardi – die vijf jaar de scepter zwaaide – zal opvolgen. Velen zoeken hun heil bij het grootste Orson Welles-retrospectief ooit, met ook aandacht voor zijn televisiewerk en tot nu toe wat ondergewaardeerde Europese periode. Of bij het iets gedurfdere Cineasti del Presente-programma, met experimentele films en werk van beginnende regisseurs. Een ander interessant bijprogramma is gewijd aan cinema uit de Magreb (Marokko, Tunesië en Algerije) met een aantal films die reflecteren op de spanning tussen de islam en het christendom. Maar het festival is pas halverwege, dat ene meesterwerk waarop zo vurig wordt gehoopt, kan nog komen.

    • André Waardenburg