`West-Afrika lang verwaarloosd'

De huidige hongersnood in de Sahel-landen Niger, Mali, Mauretanië en Burkina Faso had voorkomen kunnen worden als donorlanden de regio de afgelopen jaren niet hadden verwaarloosd. Dat zei de Britse hulporganisatie Oxfam gisteren in Senegal. De West-Afrikaanse landen hadden zich volgens Oxfam waarschijnlijk zelf kunnen voeden als ze net zoveel hulp hadden ontvangen als Irak en Afghanistan.

,,Rijke landen verlenen jammer genoeg steun op basis van krantenkoppen en politieke prioriteiten, niet op basis van behoefte'', zei de regionaal directeur van Oxfam in West-Afrika. ,,Miljoenen mensen in Afrika betalen nu de prijs voor die ongelijke behandeling.''

Ruim een op de vier van de in totaal twaalf miljoen bewoners van Niger heeft voedselhulp nodig. In Mali hebben anderhalf miljoen mensen gebrek aan voedsel, in Mauretanië gaat het om 600.000 mensen, in Burkina Faso om 500.000. De voedselcrisis is ontstaan door de sprinkhanenplaag van vorig jaar, gevolgd door droogte. Die fatale combinatie heeft tot slechte oogsten geleid.

De boeren zagen de voedseltekorten al een jaar geleden aankomen. De Verenigde Naties sloegen in november vorig jaar alarm. Maar de meeste rijke landen gaven pas geld voor hulp toen deze zomer de eerste beelden uit Niger van hongerende kinderen op tv verschenen. Voor hulpoperaties in Mali, Mauretanië en Burkina Faso heeft het Wereldvoedselprogramma (WFP) nog altijd minder dan de helft van het geld binnen dat nodig is.

Volgens Oxfam krijgt Niger, het een na armste land ter wereld, per inwoner jaarlijks 12 dollar aan hulp, terwijl het veel rijkere Irak per persoon ruim zeven keer zoveel ontvangt, namelijk 91 dollar. Mali krijgt 19 dollar, Mauretanië 20 dollar en Burkina Faso 13 dollar. ,,Mensen in de Sahel leven permanent aan de rand van de afgrond'', zei Oxfam. ,,Elke kleine tegenslag leidt tot een voedselcrisis. Noodoperaties zijn niet voldoende. Deze landen hebben permament meer steun nodig. Niet alleen zolang de tv-camera's draaien''.

Het Wereldvoedselprogramma gaat in Niger sinds gisteren het platteland op om voedsel te verstrekken. In de aanloop van de noodoperatie beperkte het WFP zich tot het bevoorraden van bijvoedingscentra in de steden, waar hulporganisaties ondervoede kinderen van extra voedsel voorzagen. Gisteren begon de organisatie met levering van rantsoenen aan het dorp Wallam, 90 kilometer ten noorden gelegen van de hoofdstad Niamey.

Nu de voedselcrisis in Niger volop in de schijnwerpers staat, dreigt de schaarste in het naburige Mali aan de aandacht te ontsnappen. De Franse hulporganisatie Action Contre La Faim spreekt over ,,een vergeten crisis''.