Sterfwens in helft gevallen ingewilligd

Van de patiënten die hun dokter om euthanasie of hulp bij zelfmoord vragen, sterft uiteindelijk bijna de helft (44 procent) op die manier.

Eén op de acht (12 procent) uitdrukkelijke verzoeken stuit op een weigering van de arts. Een derde van de patiënten trekt het verzoek terug, sterft voordat de juridisch vereiste procedure is afgerond, of overlijdt voordat de euthanasie kan worden uitgevoerd.

De cijfers staan in een artikel van Nederlandse onderzoekers van de Vrije Universiteit in Amsterdam onder leiding van euthanasie-onderzoeker prof.dr. Gerrit van der Wal in het gisteren verschenen Amerikaanse medisch-wetenschappelijke tijdschrift Archives of Internal Medicine. Onderzoekster Marijke Jansen-van der Weide enquêteerde ruim 3.600 huisartsen en vroeg hen hoe vaak een ontvangen euthanasieverzoek of een vraag om hulp bij zelfmoord ook ten uitvoer kwam.

Patiënten vragen om hun levensbeëindiging omdat ze `uitzichtloos lijden', hun `waardigheid verliezen' of omdat ze zich te zwak voelen. Jansen concludeert dat een weigering bijna altijd is gestoeld op een minder slechte conditie van de patiënt.

De onderzoekers concluderen dat de Nederlandse artsen zich in de praktijk aan de regels houden. Patiënten waarbij artsen het leven uiteindelijk (helpen) beëindigen, hebben vaker last van pijn, aanhoudende misselijkheid en overgeven, vermoeidheid en algehele malaise. Zij lijden bijna altijd aan kanker en zijn 40 tot 80 jaar oud. Euthanasie wordt vaak geweigerd bij 80-plussers en bij mensen die – naast de drie belangrijkste punten als uitzichtloos lijden – ook aangeven `hun familie toenemend tot last te zijn', aan depressie lijden of `het leven moe zijn'.

De wettelijke eisen waaraan een euthanasieverzoek moet voldoen om een arts te vrijwaren van vervolging telt vier punten. De patiënt moet het verzoek om levensbeëindiging weloverwogen doen, bij zijn volle bewustzijn. De medische behandelmogelijkheden moeten uitgeput zijn. De patiënt moet ondraaglijk, uitzichtloos lijden. Het oordeel van een tweede arts is verplicht.

De VU-onderzoekersgroep van Van der Wal publiceert in hetzelfde nummer van Archives of Internal Medicine ook een onderzoek naar het lichamelijk ongemak van verstervende diep-demente patiënten. Versterven is het overlijden door onthouding van voedsel en vocht. Het `ongemak' voor stervenden is niet groot, concluderen de onderzoekers, maar constante en persoonlijke aandacht en aanpassing is noodzakelijk tijdens de laatste levensdagen.